Jouw rol als lid van de examencommissie

“Gelijke kansen, gelijke eindkwalificaties.”

Als lid van de examencommissie speel je een sleutelrol in het waarborgen eerlijke toetsing voor álle studenten. Toegankelijk en inclusief toetsen betekent dat iedere student, met of zonder ondersteuningsbehoefte, de kans krijgt om te laten zien wat mogelijk is, op een manier die aansluit bij de persoonlijke situatie, zonder concessies te doen aan de kwaliteit van het diploma.

Examencommissies hebben de taak om de kwaliteit, rechtvaardigheid en transparantie van toetsing te waarborgen. Dat betekent ook dat je:

  • de ruimte biedt voor passende alternatieven bij toetsing
  • objectief toetst of de gestelde leeruitkomsten behaald zijn
  • beleid en protocollen ontwikkelt die ruimte laten voor maatwerk
  • toetsvormen kritisch evalueert op toegankelijkheid en haalbaarheid.

Het gaat niet om versoepelen van normen, maar om het zoeken naar gelijkwaardige routes voor studenten die een andere vorm van toetsing nodig hebben.

Inclusief onderwijs

“Toetsing die recht doet aan elke student.”

Toetsen moeten voor alle studenten eerlijk en haalbaar zijn. Niet iedereen leert of presteert op dezelfde manier. Daarom is het belangrijk dat toetsvormen aansluiten bij wat een student nodig heeft. Inclusief toetsen betekent dat je rekening houdt met verschillen, zonder concessies te doen aan de kwaliteit van het diploma. Zo krijgt elke student de kans om te laten zien wat diegene kan.

Loopbaanoriëntatie en -begeleiding

“Toetsing als springplank naar stage en loopbaan.”

Toetsen hebben invloed op de kansen van studenten na hun opleiding. Een eerlijke toets laat zien wat iemand écht kan, en helpt bij het vinden van een passende stage of baan. Toetsen die studenten ondersteunen in hun groei, helpen hen ook bij het zetten van stappen naar werk of vervolgstudie. Goede toetsing is dus ook een investering in de toekomst van de student.

Studentenwelzijn

“Zorgvuldige toetsing met oog voor welzijn.”

Toetsen kunnen veel stress geven. Voor studenten met bijvoorbeeld faalangst, psychische klachten of een ondersteuningsbehoefte kan toetsing extra zwaar zijn. Als toetsvormen beter aansluiten bij de student, geeft dat rust, vertrouwen en ruimte om te presteren. Dat is goed voor hun welzijn én voor hun ontwikkeling.