Terugblik | Bijeenkomst Fysieke Toegankelijkheid
| 12 mei 2026 | Netwerk Fysieke Toegankelijkheid
“Door toegankelijkheid vanaf het begin mee te nemen in beleid, vastgoed, informatievoorziening en digitale toepassingen ontstaat stap voor stap een campus waarop meer studenten en medewerkers zelfstandig hun weg kunnen vinden.“

Op 12 mei 2026 kwam het Landelijk Netwerk Fysieke Toegankelijkheid voor het mbo, hbo en wo online bijeen. Centraal stond de vraag hoe digitale toepassingen kunnen bijdragen aan een fysiek toegankelijke onderwijsomgeving. De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) deelde haar ervaringen met het Meldpunt Toegankelijkheid en met RUG Maps, een digitale navigatietool voor de campus.
Toegankelijkheid binnen de RUG
De RUG werkt sinds 2021 gericht aan het verbeteren van de toegankelijkheid van de universiteit. Aanleiding vormden onder andere het beleid rond toegankelijkheid, toenemende vragen van studenten met een functiebeperking en de ambitie om inclusie steviger te verankeren binnen de organisatie.
De aanpak richt zich op vier onderdelen: fysieke toegankelijkheid, digitale toegankelijkheid, sociale toegankelijkheid en het Meldpunt Toegankelijkheid. Vanaf de start zijn studenten en medewerkers betrokken en is gekeken naar ervaringen van andere universiteiten.
De RUG combineert beleid met concrete verbeteringen. Zo is een programma van eisen opgesteld voor nieuwe gebouwen en zijn bestaande gebouwen geschouwd op toegankelijkheid. Ook is het Meldpunt Toegankelijkheid ingericht, waar knelpunten kunnen worden gemeld.
De aanpak leidde onder andere tot verbeteringen in bewegwijzering, wayfinding, informatie over gebouwen op websites en evacuatieplannen. Receptie- en baliemedewerkers kregen hospitalitytrainingen en er werd een kernteam fysieke toegankelijkheid opgericht.
Ook in gebouwen zelf zijn aanpassingen gedaan. Zo werd een toegankelijk toilet verbeterd en voorzien van een tillift, zijn verlichting en markeringen aangebracht in een slecht toegankelijk trappenhuis en zijn stopmarkeringen toegevoegd aan geleidelijnen. Daarnaast zijn een gevaarlijke tribunetrap en de richtlijnen voor toegankelijke bewegwijzering aangepakt.
Een belangrijke randvoorwaarde bleek structurele financiering. In eerste instantie werd budget beschikbaar gesteld voor de projectleiding. Later is binnen vastgoed en facilitaire zaken structureel budget vrijgemaakt voor toegankelijkheidsmaatregelen. Tegelijkertijd blijft prioritering noodzakelijk: niet iedere aanpassing kan direct worden uitgevoerd.
RUG Maps: digitaal de weg vinden op de campus
Een tweede praktijkvoorbeeld was RUG Maps: een digitale navigatieomgeving die is te vergelijken met Google Maps, maar dan specifiek voor de universiteit. De ontwikkeling begon al in 2017 vanuit de behoefte aan betere wayfinding op de verschillende campussen.
Via RUG Maps kunnen gebruikers gebouwen, ruimtes en voorzieningen zoeken. De tool geeft daarnaast informatie over rolstoeltoegankelijke routes binnen en buiten gebouwen en toont bijvoorbeeld foto’s van liften en andere voorzieningen. Gebruikers kunnen locaties met elkaar delen en QR-codes op de campus verbinden de digitale omgeving met de fysieke bewegwijzering.
Bij de ontwikkeling is veel getest met studenten en medewerkers, waaronder studenten die een rolstoel gebruiken en studenten met autisme. Dit leverde waardevolle informatie op over de verschillende manieren waarop mensen een campus gebruiken en navigeren. Sommige gebruikers hebben vooral behoefte aan een plattegrond, terwijl anderen juist geholpen zijn met stap-voor-stapinstructies.
De toepassing wordt inmiddels breed gebruikt. Gemiddeld maken ongeveer 500 unieke gebruikers per werkdag gebruik van RUG Maps. Tijdens tentamenperiodes kan dit oplopen tot ongeveer 1.000 gebruikers per dag. Naast studenten gebruiken ook medewerkers en facilitair personeel de tool.
Lessen voor andere onderwijsinstellingen
De ervaringen met RUG Maps laten zien dat techniek alleen niet voldoende is. Goede en actuele data zijn essentieel. Ook moeten gebruikers gedurende de ontwikkeling betrokken blijven en is samenwerking tussen bijvoorbeeld ICT, vastgoed, facilitair management en andere organisatieonderdelen noodzakelijk.
De RUG onderzoekt verdere uitbreiding van de toepassing, bijvoorbeeld met informatie over drukte, openingstijden van gebouwen, genderneutrale toiletten en beschikbare werkplekken.
Daarnaast blijkt het betrekken van ervaringsdeskundigen essentieel. Zij maken zichtbaar welke barrières in ontwerpen of systemen gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Ook sociale toegankelijkheid verdient daarbij expliciet aandacht: een gebouw kan technisch toegankelijk zijn, maar daarmee nog niet vanzelfsprekend een omgeving zijn waarin iedereen zich welkom en zelfstandig voelt.
Digitale hulpmiddelen kunnen fysieke toegankelijkheid ondersteunen, maar hoeven niet altijd complex te zijn. De meerwaarde van een uitgebreide toepassing als RUG Maps is vooral groot bij instellingen met meerdere gebouwen of campussen. Andere instellingen maken daarnaast gebruik van bestaande toegankelijkheidsfuncties en reguliere ondersteunende software.
De voorbeelden van de RUG laten vooral zien dat fysieke en digitale toegankelijkheid elkaar kunnen versterken. Door toegankelijkheid vanaf het begin mee te nemen in beleid, vastgoed, informatievoorziening en digitale toepassingen ontstaat stap voor stap een campus waarop meer studenten en medewerkers zelfstandig hun weg kunnen vinden.
Teken ook de intentieverklaring VN-verdrag!
Een verklaring met een gezamenlijke ambitie, doelen en procesafspraken. Lees meer over wat het VN-verdrag voor jouw onderwijsinstelling kan betekenen en hoe ECIO je daarbij ondersteunt. Onderwijsinstellingen die het VN-verdrag ondertekenen worden automatisch lid van de werkgroep.