Handreiking | Universal Design for Learning (UDL)

Update juli 2026

In juli 2024 publiceerde CAST een vernieuwde versie van de UDL Guidelines. Op deze pagina zijn de nieuwste richtlijnen (versie 3.0) vertaald en uitgewerkt voor de Nederlandse onderwijspraktijk, aangevuld met praktische voorbeelden voor het vervolgonderwijs.

Universal Design for Learning

Iedere student leert op een eigen manier. Waar de één baat heeft bij visuele ondersteuning, leert de ander juist beter door te doen, te luisteren of samen te werken. Universal Design for Learning, hierna UDL, is een onderwijsontwerpkader dat uitgaat van deze natuurlijke diversiteit tussen studenten. In plaats van het onderwijs achteraf aan te passen aan individuele behoeften, wordt het vanaf het begin zo ontworpen dat zoveel mogelijk studenten kunnen deelnemen, leren en zich ontwikkelen.

UDL helpt bij het ontwerpen van toegankelijke, inclusieve en flexibele leeromgevingen waarin verschillen niet worden gezien als een uitdaging, maar als een vanzelfsprekend uitgangspunt. Daarbij staat niet de ondersteuningsbehoefte van de student centraal, maar het wegnemen van belemmeringen in de leeromgeving. Door studenten verschillende mogelijkheden te bieden om informatie te verwerken, hun kennis en vaardigheden te laten zien en betrokken te blijven bij het leren, ontstaat onderwijs dat toegankelijk, uitdagend en betekenisvol is voor een brede groep studenten.

Op deze pagina lees je meer over de achtergrond van UDL, de drie ontwerpprincipes en de bijbehorende richtlijnen. Daarnaast vind je praktische voorbeelden die laten zien hoe je UDL kunt toepassen in de onderwijspraktijk.

De relevantie van UDL

Inclusief onderwijs betekent dat studenten met én zonder ondersteuningsbehoefte samen kunnen leren, volwaardig kunnen deelnemen en gelijkwaardige kansen krijgen om zich te ontwikkelen. Het onderwijs sluit daarbij zoveel mogelijk aan bij de diversiteit van studenten, in plaats van dat van studenten wordt verwacht dat zij zich aanpassen aan het onderwijssysteem.

Bij het werken aan toegankelijk en inclusief onderwijs onderscheiden we twee routes. Deze routes zijn beide nodig om belemmeringen voor studenten te verminderen.

Bij inclusief ontwerp worden het onderwijs, de toetsing, de leermiddelen en de fysieke en digitale leeromgeving vanaf het begin (of bij een herziening) zo vormgegeven dat zoveel mogelijk studenten onbelemmerd kunnen deelnemen. Veelvoorkomende belemmeringen worden vooraf herkend en waar mogelijk structureel weggenomen. Denk bijvoorbeeld aan (digitaal) toegankelijke leermaterialen, duidelijke instructies, meerdere manieren van informatie aanbieden en meerdere mogelijkheden om kennis en vaardigheden te laten zien

Wanneer een student met een ondersteuningsbehoefte ondanks het inclusieve ontwerp niet volwaardig kan deelnemen, blijft een individuele aanpassing of voorziening nodig. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een aangepaste toetsplek, het gebruik van ondersteunende technologie of een andere passende oplossing.

UDL is een ontwerpkader waarmee onderwijsprofessionals concreet invulling kunnen geven aan route 1. UDL helpt om al tijdens het ontwerpen of herzien van onderwijs rekening te houden met de diversiteit binnen een studentengroep en met mogelijke belemmeringen bij het leren, deelnemen en laten zien van kennis en vaardigheden.

Door UDL toe te passen, wordt toegankelijkheid een vast onderdeel van het onderwijsontwerp en herzieningen en niet alleen een reactie op een ondersteuningsbehoefte van een individuele student. Hoe inclusiever het onderwijs is ontworpen, hoe minder studenten afhankelijk zijn van individuele aanpassingen. Inclusief ontwerp vervangt echter niet het recht op een doeltreffende individuele aanpassing wanneer deze nodig is.

Achtergrond van UDL

UDL is ontwikkeld door het Center for Applied Special Technology (CAST), een Amerikaanse non-profitorganisatie die zich sinds de jaren tachtig inzet voor toegankelijk en inclusief onderwijs.

De grondleggers van UDL lieten zich inspireren door het concept Universal Design uit de architectuur. Dit ontwerpprincipe gaat uit van het ontwerpen van gebouwen en producten die voor zoveel mogelijk mensen bruikbaar zijn, zonder dat achteraf individuele aanpassingen nodig zijn.

CAST vertaalde deze gedachte naar het onderwijs. In plaats van onderwijs pas aan te passen wanneer studenten vastlopen, stimuleert UDL het ontwerpen van leeromgevingen die vanaf het begin ruimte bieden aan de natuurlijke variatie tussen studenten.

Het uiteindelijke doel van UDL is het versterken van het handelingsvermogen (learner agency) van studenten. Dit betekent dat studenten doelgericht, reflectief, vindingrijk, authentiek, strategisch en actiegericht kunnen handelen om betekenisvolle leerdoelen te bereiken.

Dit vraagt om leeromgevingen waarin studenten actief keuzes kunnen maken, invloed hebben op hun leerproces, zelfstandig én samen met anderen kunnen werken aan leerdoelen en gebruik kunnen maken van hun eigen talenten, ervaringen en culturele achtergrond.

Daarnaast houdt UDL rekening met de invloed van cultuur, identiteit en mogelijke vooroordelen. Door leerbarrières in de leeromgeving te verminderen, krijgen meer studenten de kans om hun talenten te benutten en zich optimaal te ontwikkelen.

UDL is gebaseerd op inzichten uit de cognitieve neurowetenschappen. Onderzoek laat zien dat leren wordt ondersteund door drie samenwerkende hersennetwerken. Tegelijkertijd laat hersenonderzoek zien dat er geen ‘gemiddeld brein’ bestaat. Iedere student beschikt over een unieke combinatie van voorkennis, ervaringen, interesses, talenten en manieren van leren.

UDL sluit aan bij deze natuurlijke variatie door leeromgevingen vanaf het begin flexibel te ontwerpen.

De drie hersennetwerken vervullen elk een eigen functie binnen het leerproces:

  • Het affectieve netwerk (het waarom van leren) ondersteunt motivatie, interesse, betrokkenheid en emotieregulatie. Dit netwerk bepaalt in belangrijke mate of studenten zich willen inspannen en doorzetten en vormt de basis voor het UDL-principe meerdere manieren van betrokkenheid.
  • Het herkenningsnetwerk (het wat van leren) ondersteunt het waarnemen, herkennen en begrijpen van informatie. Het helpt studenten betekenis te geven aan taal, symbolen en concepten en vormt de basis voor meerdere manieren van informatie inclusief aanbieden (representatie).
  • Het strategische netwerk (het hoe van leren) ondersteunt het plannen, uitvoeren en evalueren van handelen. Het stelt studenten in staat kennis en vaardigheden op verschillende manieren toe te passen en zichtbaar te maken en vormt de basis voor meerdere manieren van actie en expressie.

Deze inzichten vormen de basis voor de drie ontwerpprincipes van UDL.

UDL-principes en richtlijnen

UDL gaat ervan uit dat er niet één beste manier bestaat om leerstof aan te bieden, om studenten te laten zien wat zij weten en kunnen, of om betrokkenheid bij het leren te stimuleren. Door bewust meerdere mogelijkheden in het onderwijsontwerp op te nemen, ontstaat een leeromgeving die aansluit bij de diversiteit van studenten, zonder dat voor iedere student afzonderlijk maatwerk nodig is.

Op basis van de drie hersennetwerken ontwikkelde CAST drie ontwerpprincipes die richting geven aan het ontwerpen van leeractiviteiten, leermiddelen en leeromgevingen:

  • Ontwerp meerdere manieren om betrokkenheid te stimuleren (het waarom van leren). Dit principe sluit aan bij de affectieve netwerken en ondersteunt motivatie, autonomie en doorzettingsvermogen.
  • Ontwerp meerdere manieren om informatie inclusief aan te bieden (het wat van leren). Dit principe sluit aan bij de herkenningsnetwerken en ondersteunt studenten bij het herkennen, begrijpen en verwerken van informatie.
  • Ontwerp meerdere manieren voor actie en expressie (het hoe van leren). Dit principe sluit aan bij de strategische netwerken en biedt studenten verschillende mogelijkheden om te oefenen, vaardigheden te ontwikkelen en te laten zien wat zij hebben geleerd.

De principes en richtlijnen zijn bewust geformuleerd als ontwerpmogelijkheden. Ze vormen geen vaste regels of een checklist die volledig moet worden afgevinkt. UDL is een dynamisch ontwerpkader dat uitnodigt om steeds opnieuw af te wegen welke ontwerpkeuzes, gegeven de leerdoelen, de onderwijscontext en de diversiteit van studenten, bijdragen aan het verminderen van leerbarrières.

De leerdoelen zijn daarbij altijd leidend. Niet iedere richtlijn of suggestie hoeft in iedere onderwijsactiviteit te worden toegepast. Welke ontwerpkeuzes passend zijn, hangt af van wat studenten moeten leren, de context waarin zij leren en de behoeften van de studentengroep.

De richtlijnen zijn bedoeld als hulpmiddel voor zowel docenten als studenten. Afhankelijk van het leerdoel en de leercontext kunnen docenten, studenten of beiden gezamenlijk de richtlijnen gebruiken om keuzes te maken over het ontwerp en de uitvoering van het leerproces. Samenwerking, co-ontwerp en gedeelde verantwoordelijkheid staan daarbij centraal.

De drie ontwerpprincipes zijn uitgewerkt in negen richtlijnen. Iedere richtlijn bevat meerdere suggesties (considerations) die laten zien hoe de principes in de praktijk kunnen worden toegepast. Hieronder worden de principes, richtlijnen en suggesties toegelicht en geïllustreerd met praktijkvoorbeelden.

Studenten verschillen in wat hen motiveert, hoe zij betrokken raken bij het leren en hoe zij omgaan met uitdagingen. Waar de ene student energie krijgt van samenwerken, heeft een ander juist behoefte aan duidelijke structuur of persoonlijke relevantie. Het affectieve netwerk speelt hierin een belangrijke rol. Dit netwerk ondersteunt motivatie, interesse, betrokkenheid en emotieregulatie en vormt de basis voor het eerste UDL-principe.

Door leeromgevingen te ontwerpen waarin studenten zich gezien, veilig en gewaardeerd voelen, ontstaat meer ruimte voor actief leren. Dit principe ondersteunt studenten bij het ontwikkelen van eigenaarschap over hun leerproces en versterkt hun handelingsvermogen (learner agency).


Richtlijn: Ontwerp mogelijkheden om verschillende interesses en identiteiten te omarmen

Iedere student brengt een eigen combinatie van interesses, ervaringen, talenten, cultuur, taal en identiteit mee naar het onderwijs. Deze diversiteit beïnvloedt hoe studenten zich verbonden voelen met het onderwijs, wat hen motiveert en hoe zij deelnemen aan het leerproces. Wanneer studenten zich gezien, gewaardeerd en welkom voelen, zijn zij eerder geneigd actief deel te nemen, uitdagingen aan te gaan en verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leren.

Suggesties:

  • Optimaliseer mogelijkheden voor keuze en autonomie.
  • Optimaliseer materialen en activiteiten zodat ze relevant, waardevol en authentiek zijn.
  • Bevorder plezier en spel.
  • Creëer een cultuur waar vooroordelen, bedreigingen en afleiding geen plaats hebben.

Praktijkvoorbeelden:

  • Bied studenten verschillende manieren om zich voor te bereiden op een toets, bijvoorbeeld met een kennisclip, een interactieve werkgroep en een verdiepende leestekst. Studenten kiezen de vorm die het beste aansluit bij hun manier van leren.
  • Laat studenten tijdens een project een praktijkcasus kiezen die aansluit bij hun opleiding, werkervaring of persoonlijke interesse, terwijl alle studenten aan dezelfde leeruitkomsten werken.
  • Sta gedurende een cursus bewust stil bij behaalde mijlpalen. Laat studenten successen delen en reflecteren op hun ontwikkeling, zodat groei zichtbaar wordt.
  • Maak aan het begin van een cursus gezamenlijk afspraken over respectvolle communicatie, samenwerking en hoe wordt omgegaan met verschillen in perspectieven en meningen.

Richtlijn: ontwerp mogelijkheden om inzet en doorzettingsvermogen te stimuleren

Leren vraagt inzet en doorzettingsvermogen. Studenten houden eerder vol wanneer zij begrijpen waarom zij iets leren, passende ondersteuning ontvangen en zich onderdeel voelen van een lerende gemeenschap. Door structuur, samenwerking en gerichte feedback bewust te ontwerpen, help je studenten om gemotiveerd te blijven en uitdagingen aan te gaan.

Suggesties:

  • Verduidelijk de betekenis en het “waarom” van leerdoelen.
  • Optimaliseer uitdaging en ondersteuning.
  • Bevorder samenwerking, wederzijdse afhankelijkheid en gezamenlijk leren.
  • Stimuleer een gevoel van verbondenheid en gemeenschap.
  • Geef actiegerichte feedback.

Praktijkvoorbeelden:

  • Verwijs tijdens colleges en werkgroepen regelmatig naar de leerdoelen en laat zien hoe een activiteit bijdraagt aan het bereiken ervan.
  • Bied verdiepende opdrachten aan voor studenten die sneller door de leerstof gaan, terwijl andere studenten extra uitleg, voorbeelden of oefenmogelijkheden krijgen wanneer zij dat nodig hebben.
  • Stimuleer het gebruik van online discussiefora, studiegroepen of communitykanalen waar studenten elkaar ook buiten de contacturen kunnen ondersteunen en ervaringen kunnen uitwisselen.
  • Laat studenten elkaar tussentijds feedback geven aan de hand van duidelijke criteria of een rubric. Zo leren studenten niet alleen van de feedback die zij ontvangen, maar ook van het beoordelen van het werk van anderen.

Richtlijn: ontwerp mogelijkheden voor emotieregulatie

Leren is ook een emotioneel proces. Emoties staan leren niet in de weg, maar maken er onlosmakelijk deel van uit. Een leeromgeving kan studenten ondersteunen bij het herkennen van emoties, het omgaan met uitdagingen en het reflecteren op hun eigen leerproces.

Suggesties:

  • Ondersteun het herkennen van eigen verwachtingen, overtuigingen en motivatie.
  • Ondersteun de ontwikkeling van zelfbewustzijn en bewustzijn van anderen.
  • Stimuleer individuele en gezamenlijke reflectie.
  • Vergroot empathie en herstelgericht handelen.

Praktijkvoorbeelden:

  • Laat studenten regelmatig kort aangeven, op een manier die bij hen past, hoe zij hun voortgang ervaren, hoeveel vertrouwen zij hebben in het behalen van de leerdoelen en welke ondersteuning zij eventueel nodig hebben.
  • Laat studenten na een groepsopdracht niet alleen reflecteren op het eindresultaat, maar ook op de samenwerking. Welke kwaliteiten bracht ieder groepslid in? Hoe werden verschillen benut? Wat hebben zij van elkaar geleerd?
  • Organiseer na afloop van een project een lessons learned-sessie waarin studenten ervaringen, uitdagingen en successen delen. Richt de aandacht op wat de groep als geheel heeft geleerd en hoe deze inzichten kunnen worden meegenomen naar een volgende opdracht.
  • Start een bijeenkomst met een korte check-in waarin studenten kunnen delen hoe zij erbij zitten of wat zij nodig hebben om goed te kunnen leren.

Studenten verschillen in de manier waarop zij informatie waarnemen, begrijpen en betekenis geven. Waar de ene student het liefst leert vanuit tekst, begrijpt een ander informatie beter via beeld, geluid, praktijkervaringen of interactie. Er bestaat daarom niet één beste manier om leerstof aan te bieden. Door leerstof op verschillende manieren aan te bieden en aan te sluiten bij uiteenlopende voorkennis, ervaringen en perspectieven, krijgen meer studenten de mogelijkheid om nieuwe kennis te begrijpen, betekenis te geven en toe te passen.


Richtlijn: ontwerp mogelijkheden voor verschillende manieren van waarneming

Leren begint met toegang tot informatie. Wanneer informatie moeilijk waarneembaar, slecht toegankelijk of weinig herkenbaar is, ontstaan onnodige leerbarrières. Toegankelijkheid gaat daarom verder dan alleen een leesbare tekst of een ondertitelde video. Het vraagt ook om leerinhouden waarin studenten zichzelf herkennen en kennismaken met verschillende perspectieven, ervaringen en identiteiten.

Suggesties:

  • Ondersteun de mogelijkheid om de weergave van informatie aan te passen.
  • Zorg dat dezelfde informatie via verschillende zintuigen opgenomen kan worden.
  • Geef op een authentieke manier uitdrukking aan een diversiteit aan perspectieven en identiteiten.

Praktijkvoorbeelden:

  • Bied studiemateriaal aan in een format waarin studenten zelf de lettergrootte, regelafstand, het lettertype en het contrast kunnen aanpassen. Vermijd gescande pdf’s waarin tekst niet selecteerbaar of doorzoekbaar is.
  • Voorzie kennisclips en instructievideo’s van een transcript of korte samenvatting. Zorg daarnaast dat studenten de afspeelsnelheid kunnen aanpassen en eenvoudig kunnen pauzeren of terugspoelen, zodat zij de informatie kunnen verwerken op een manier en in een tempo dat aansluit bij hun leerbehoefte.
  • Bied belangrijke informatie aan in verschillende vormen, zoals tekst, afbeeldingen, schema’s, gesproken uitleg of een korte video. Maak deze informatie zoveel mogelijk tijd- en plaatsonafhankelijk beschikbaar, zodat studenten deze kunnen raadplegen wanneer dat nodig is.
  • Zorg dat casussen, voorbeelden, afbeeldingen, video’s en illustraties een realistisch beeld geven van de diversiteit in de samenleving en de beroepspraktijk. Vermijd stereotype of eenzijdige representaties.

Richtlijn: ontwerp benaderingen voor taal en symbolen

Woorden, symbolen en getallen hebben niet voor iedere student dezelfde betekenis. Taalachtergrond, cultuur, voorkennis en eerdere leerervaringen beïnvloeden hoe studenten informatie begrijpen. Door belangrijke begrippen en symbolen op verschillende manieren toe te lichten, wordt de leerstof toegankelijker voor een brede groep studenten.

Suggesties:

  • Verduidelijk woorden, symbolen en taalstructuren.
  • Ondersteun het decoderen van tekst, wiskundige notaties en symbolen.
  • Bevorder begrip en respect voor verschillende talen en dialecten.
  • Herken en voorkom vooroordelen in taal- en symbolengebruik en houd rekening met talige diversiteit.
  • Illustreer informatie met behulp van verschillende media.

Praktijkvoorbeelden:

  • Ontwikkel een begrippenlijst waarin belangrijke vaktermen, afkortingen en symbolen worden uitgelegd.
  • Laat bij statistische of wiskundige notaties direct een uitgewerkt voorbeeld zien waarin de formule wordt toegepast in een herkenbare context.
  • Gebruik literatuur, casussen en voorbeelden uit verschillende landen, culturen en taalgebieden om verschillende perspectieven zichtbaar te maken.
  • Controleer studiemateriaal, presentaties en opdrachten op taalgebruik dat stereotype of uitsluitende aannames kan bevatten en kies waar mogelijk voor inclusieve formuleringen.
  • Gebruik infographics, conceptmaps, tijdlijnen of procesdiagrammen om verbanden tussen begrippen inzichtelijk te maken.

Richtlijn: ontwerp mogelijkheden voor kennisconstructie

Studenten bouwen kennis op vanuit hun eigen voorkennis, ervaringen en referentiekaders. Daarom bestaat er niet één vaste route naar begrip. Een leeromgeving die ruimte biedt voor verschillende manieren van betekenis geven, helpt studenten om nieuwe kennis te verbinden met wat zij al weten en deze kennis toe te passen in uiteenlopende contexten.

Suggesties:

  • Koppel voorkennis aan nieuwe leerstof.
  • Benadruk en verken patronen, belangrijke kenmerken, overkoepelende ideeën en verbanden.
  • Stimuleer verschillende manieren waarop kennis verworven en betekenis gegeven kan worden.
  • Optimaliseer de mogelijkheid voor lerenden om het geleerde toe te passen in nieuwe contexten.

Praktijkvoorbeelden:

  • Start een les met een korte vraag, stelling of quiz waarmee studenten hun bestaande kennis activeren voordat nieuwe leerstof wordt geïntroduceerd.
  • Laat studenten niet alleen zien wat een concept wel is, maar ook wat er niet onder valt. Dit helpt hen de kenmerken van een begrip beter te herkennen.
  • Laat studenten een vraagstuk onderzoeken vanuit verschillende informatiebronnen, zoals wetenschappelijke literatuur, praktijkervaringen, professionele richtlijnen en ervaringsverhalen. Bespreek welke inzichten iedere bron toevoegt.
  • Gebruik een portfolio waarin studenten gedurende de opleiding voorbeelden verzamelen van situaties waarin zij kennis uit verschillende vakken hebben toegepast in nieuwe contexten.

Studenten verschillen niet alleen in hoe zij leren, maar ook in hoe zij handelen, communiceren en laten zien wat zij weten en kunnen. Waar de ene student graag schrijft, geeft een ander de voorkeur aan een mondelinge toelichting, een visuele uitwerking of een praktische demonstratie. Ook verschillen studenten in de strategieën die zij gebruiken om doelen te stellen, hun leerproces te organiseren en uitdagingen aan te pakken.

Door meerdere manieren voor actie en expressie te ontwerpen, krijgen studenten de ruimte om vaardigheden te ontwikkelen, hun kennis zichtbaar te maken en steeds zelfstandiger regie te nemen over hun leerproces.


Richtlijn: ontwerp mogelijkheden voor interactie

Studenten verschillen in de manier waarop zij deelnemen aan leeractiviteiten en gebruikmaken van leeromgevingen. Voor sommige studenten is een klassikale discussie vanzelfsprekend, terwijl anderen beter tot hun recht komen tijdens een online activiteit, een schriftelijke bijdrage of een gesprek in een kleine groep. Ook de toegankelijkheid van digitale en fysieke leeromgevingen speelt hierbij een belangrijke rol. Door verschillende manieren van deelnemen en reageren mogelijk te maken, krijgen meer studenten de kans om actief deel te nemen aan het leerproces.

Suggesties:

  • Varieer en speel in op verschillende manieren waarop lerenden kunnen reageren, navigeren en bewegen.
  • Optimaliseer de toegang tot toegankelijke materialen, hulptechnologieën en -middelen.

Praktijkvoorbeelden:

  • Laat studenten vooraf een bijdrage voorbereiden, schriftelijk reageren of deelnemen aan een online discussie wanneer zij zich minder prettig voelen bij spontaan spreken in een grote groep.
  • Gebruik tools zoals Mentimeter, Wooclap of Kahoot om studenten actief te laten deelnemen aan een bijeenkomst zonder dat iedereen mondeling hoeft te reageren.
  • Combineer individuele opdrachten, werken in tweetallen, groepsopdrachten en klassikale discussies, zodat studenten op verschillende manieren kunnen deelnemen.
  • Bied studenten waar mogelijk de keuze om een opdracht op de campus of online uit te voeren, wanneer dit past bij de leerdoelen.
  • Zorg voor toegankelijke Word-documenten, pdf’s en PowerPointpresentaties die goed werken met schermlezers, voorleessoftware en andere ondersteunende technologieën.

Richtlijn: ontwerp mogelijkheden voor verschillende manieren van expressie en communicatie

Er bestaat niet één beste manier waarop studenten kunnen laten zien wat zij hebben geleerd. Afhankelijk van het leerdoel kan een mondelinge presentatie, een geschreven rapport, een infographic, een video of een podcast allemaal een passende manier zijn om kennis en vaardigheden zichtbaar te maken. Door studenten, waar mogelijk, verschillende manieren van expressie en communicatie te bieden, worden onnodige leerbarrières verminderd zonder dat de kwaliteit van het onderwijs verandert.

Suggesties:

  • Gebruik meerdere soorten media voor communicatie.
  • Bied meerdere middelen voor constructie, compositie en creativiteit.
  • Bouw vaardigheden op met geleidelijke ondersteuning voor oefening en uitvoering.
  • Herken en voorkom vooroordelen met betrekking tot verschillende manieren van expressie en communicatie.

Praktijkvoorbeelden:

  • Laat studenten, waar passend bij de leerdoelen, kiezen tussen een mondelinge presentatie, posterpresentatie, infographic, video, podcast of geschreven rapport.
  • Laat studenten eerst een schets, storyboard, prototype of conceptversie ontwikkelen voordat zij een definitief product opleveren.
  • Bouw opdrachten geleidelijk op. Start met eenvoudige oefenopgaven, ga vervolgens naar begeleide praktijkopdrachten en eindig met een complexe, zelfstandige opdracht.
  • Plan formatieve oefenmomenten waarin studenten nieuwe vaardigheden kunnen uitproberen voordat deze summatief worden beoordeeld.
  • Maak in beoordelingscriteria onderscheid tussen de inhoud en de vorm. Wanneer het leerdoel bijvoorbeeld kritisch redeneren is, beoordeel dan de kwaliteit van de argumentatie en niet onbedoeld de spreekvaardigheid of de vorm van presenteren.
  • Vraag jezelf bij het ontwerpen van opdrachten en toetsen af of de gekozen werk- of toetsvorm noodzakelijk is om het leerdoel aan te tonen. Wanneer de vorm geen onderdeel is van het leerdoel, bied studenten dan waar mogelijk verschillende manieren om hun kennis en vaardigheden zichtbaar te maken.

Richtlijn: ontwerp mogelijkheden voor het ontwikkelen van strategieën

Doelgericht leren vraagt om meer dan vakinhoudelijke kennis. Studenten ontwikkelen gedurende hun opleiding ook vaardigheden om doelen te stellen, hun leerproces te plannen, informatie te organiseren, hun voortgang te monitoren en hun aanpak bij te stellen. Niet iedere student beschikt van nature over deze vaardigheden. Door hier bewust ondersteuning bij te bieden, help je studenten steeds zelfstandiger en strategischer te leren.

Suggesties:

  • Stel betekenisvolle doelen.
  • Ondersteun bij het voorbereiden en anticiperen op uitdagingen.
  • Ondersteun de organisatie van informatie en middelen.
  • Vergroot het vermogen om de eigen voortgang te monitoren.
  • Herken en voorkom omstandigheden en gebruiken die zorgen voor uitsluiting.

Praktijkvoorbeelden:

  • Vraag studenten persoonlijke leerdoelen op te stellen en hier gedurende de cursus regelmatig op te reflecteren. Bespreek of deze doelen nog passend zijn en geef studenten ruimte om deze bij te stellen op basis van nieuwe inzichten.
  • Vraag studenten voorafgaand aan een project een plan van aanpak te maken waarin zij beschrijven welke stappen zij zetten, welke planning zij hanteren en welke mogelijke uitdagingen zij verwachten.
  • Bied checklists aan waarmee studenten kunnen controleren of zij alle onderdelen van een opdracht hebben afgerond voordat zij deze inleveren.
  • Bundel de belangrijkste artikelen, video’s, websites en andere leermaterialen op één centrale plek. Geef daarbij aan welke bronnen verplicht zijn en welke bedoeld zijn voor verdieping.
  • Gebruik rubrics niet alleen voor de eindbeoordeling, maar ook tijdens oefenmomenten en feedbackgesprekken. Zo kunnen studenten hun eigen ontwikkeling volgen en tijdig bijsturen.
  • Evalueer regelmatig of werkvormen, toetsvormen of manieren van deelnemen onbedoeld studenten uitsluiten. Wanneer een bepaalde vorm geen onderdeel is van het leerdoel, bied dan waar mogelijk meerdere manieren om deel te nemen of te laten zien wat studenten weten en kunnen.

Bron

CAST. (2024). CAST Universal Design for Learning Guidelines version 3.0. Geraadpleegd via https://udlguidelines.cast.org
CAST publiceerde de eerste versie van de UDL-richtlijnen in 2008 en heeft deze sindsdien doorlopend doorontwikkeld op basis van wetenschappelijk onderzoek, praktijkervaringen en feedback uit het onderwijs. In juli 2024 verscheen UDL Guidelines 3.0.

De Nederlandse hertaling en praktijkgerichte uitwerking van de CAST UDL Guidelines 3.0 is ontwikkeld door ECIO en het InnovationLab van NHL Stenden. De praktijkvoorbeelden zijn aanvullingen op de oorspronkelijke richtlijnen van CAST en zijn bedoeld om de toepassing van UDL in het Nederlandse vervolgonderwijs te ondersteunen.

Downloads

Gebruik onderstaande materialen als inspiratie of naslagwerk bij het ontwerpen van toegankelijk en inclusief onderwijs.

Een compact overzicht van de UDL-principes, richtlijnen en praktische bouwstenen.

Een visueel overzicht van de drie UDL-principes, de negen richtlijnen en de suggesties.
Let op: deze poster is ontwikkeld in 2023 en is gebaseerd op een eerdere versie van de UDL-richtlijnen. Hierdoor wijken enkele begrippen en formuleringen af van de huidige richtlijnen. De inhoud is nog steeds bruikbaar.

Een inspirerende poster die met behulp van een restaurantmetafoor laat zien hoe je UDL kunt implementeren binnen een onderwijsinstelling. De poster biedt praktische handvatten voor docenten, onderwijsteams en organisaties om stap voor stap te werken aan toegankelijk en inclusief onderwijs.

Verder aan de slag met UDL

Wil je na het lezen van de principes en richtlijnen zelf aan de slag met UDL? Hieronder vind je praktische tools, inspiratie en verdiepende informatie.

INclics

Je kunt de tool gebruiken om je eigen onderwijs langs de ontwerpprincipes en richtlijnen van UDL te leggen. Het programma genereert een grafische voorstelling waaruit je kunt aflezen hoe inclusief en toegankelijk je onderwijs is. Daarnaast kun je de tool gebruiken om inspiratie op te doen via de uitgebreide set concrete tips en toepassingen die je per richtlijn aangereikt krijgt.

UDL-spel

Wil je ervaren welke drempels studenten in het onderwijs kunnen tegenkomen? Met het UDL-spel stap je in de schoenen van studenten en onderzoek je samen hoe kleine ontwerpkeuzes kunnen bijdragen aan toegankelijker en inclusiever onderwijs. Het spel helpt docenten, onderwijsteams, beleidsmakers en begeleiders om onzichtbare belemmeringen te herkennen en biedt aanknopingspunten om het onderwijs structureel te verbeteren.

UDL-werkboek

Een praktisch werkboek dat helpt om stap voor stap een onderdeel van je onderwijs inclusiever te ontwerpen.

Binnenkort beschikbaar

UDL-handreiking

Een downloadbare handreiking met de achtergrondinformatie, ontwerpprincipes, richtlijnen en suggesties.

Binnenkort beschikbaar

Uit de onderwijspraktijk

(Inter)nationale praktische voorbeelden van het toepassen van UDL.

Kennisbank

Op zoek naar meer inspiratie? In de ECIO-kennisbank vind je praktijkvoorbeelden, good practices, ervaringen uit proeftuinen, en praktische onderwijsaanpakken rondom UDL. Laat je inspireren door voorbeelden uit het vervolgonderwijs en ontdek hoe andere instellingen UDL in de praktijk brengen.