AI en toetsing: praktische handvatten

“Duidelijke AI-afspraken, betrouwbare beoordeling en gelijke kansen bij toetsing.“
Update: 4 augustus 2026
AI kan helpen bij het ontwikkelen van oefenmateriaal, het verduidelijken van opdrachten en criteria en het voorbereiden van feedback. AI mag echter niet zelfstandig bepalen wat een student kent en kan. Het centrale uitgangspunt is AI te gebruiken om leren en toetsing te ondersteunen, maar laat de beoordeling, interpretatie en besluitvorming altijd bij mensen.
Daarbij moet steeds duidelijk zijn:
- welk leerdoel wordt getoetst
- welk AI-gebruik is toegestaan
- welk werk de student zelf moet uitvoeren
- hoe de student het gebruik van AI verantwoordt
- hoe gelijke kansen en toegankelijkheid worden geborgd
- welke gegevens wel en niet mogen worden verwerkt
- wie verantwoordelijk is voor de uiteindelijke beoordeling en beslissing
- welke mogelijkheden een student heeft om vragen te stellen of een beslissing te laten controleren.
Doelgroep
Deze handreiking is bruikbaar voor het mbo, hbo en wo. De precieze bevoegdheden, procedures en gebruikte begrippen verschillen per onderwijssector en per instelling. Sluit daarom altijd aan bij de onderwijs- en examenregeling, het examenreglement en andere regelingen van de eigen instelling. Deze informatie is in de eerste plaats bedoeld voor:
- docenten en andere beoordelaars
- toetsdeskundigen
- onderwijs- en curriculumontwikkelaars
- examencommissies.
Daarnaast is de informatie relevant voor:
- beleidsmedewerkers en kwaliteitszorgprofessionals
- studentbegeleiders en studieloopbaanbegeleiders
- medewerkers op het gebied van ICT, privacy en inkoop
- leidinggevenden en professionaliseerders
- studenten die AI gebruiken bij opdrachten en toetsvoorbereiding.
Iedere doelgroep heeft een andere verantwoordelijkheid. Docenten, examinatoren en beoordelaars maken afspraken, begeleiden studenten en beoordelen hun prestaties. Onderwijsontwikkelaars en toetsdeskundigen bewaken de samenhang tussen leerdoelen, leeractiviteiten en toetsing. Examencommissies borgen binnen hun wettelijke taak de kwaliteit van toetsing, examinering en diplomering. Beleidsmedewerkers en leidinggevenden zorgen voor duidelijke kaders en werkbare procedures. ICT-, privacy- en inkoopprofessionals beoordelen toepassingen, leveranciers en gegevensgebruik. Studentbegeleiders helpen studenten om regels te begrijpen en AI verantwoord te gebruiken.
Uitgangspunt, juridisch kader en stappenplan
AI kan helpen bij het ontwikkelen van oefenmateriaal, het verduidelijken van opdrachten en beoordelingscriteria en het voorbereiden van feedback. AI kan ook studenten ondersteunen bij plannen, oefenen, taalgebruik en het begrijpen van lesstof. Tegelijkertijd kan AI het zicht verminderen op wat een student zelf kent, begrijpt en kan toepassen. Ook kunnen AI-systemen fouten maken, bestaande vooroordelen versterken, persoonsgegevens verwerken of uitkomsten produceren die moeilijk te verklaren zijn. Het centrale uitgangspunt is daarom: gebruik AI om leren, toetsing en examinering te ondersteunen, maar houd de inhoudelijke beoordeling, interpretatie en besluitvorming altijd bij bevoegde mensen.
Daarbij moet steeds duidelijk zijn:
- welk leerdoel wordt getoetst
- welk AI-gebruik is toegestaan
- welk werk de student zelf moet uitvoeren
- hoe de student het gebruik van AI verantwoordt
- hoe gelijke kansen en toegankelijkheid worden geborgd
- welke gegevens wel en niet mogen worden verwerkt
- wie verantwoordelijk is voor de uiteindelijke beoordeling en beslissing
- welke mogelijkheden een student heeft om vragen te stellen of een beslissing te laten controleren.
Bij het gebruik van AI bij toetsing en examinering gelden verschillende wettelijke kaders naast elkaar.
- De onderwijswetgeving bepaalt onder meer wie bevoegd is om toetsen en examens af te nemen, resultaten vast te stellen en de kwaliteit van toetsing, examinering en diplomering te borgen. In het hoger onderwijs stelt de examencommissie op objectieve en deskundige wijze vast of een student aan de voorwaarden voor een graad voldoet en borgt zij de kwaliteit van tentamens en examens. Het bestuur en opleidingsmanagement blijven verantwoordelijk voor de kwaliteitszorg van het onderwijs, waaronder de toetsing. In het mbo borgt de examencommissie de kwaliteit van de examinering en diplomering.
- De Algemene verordening gegevensbescherming, de AVG, geldt zodra bij het gebruik van AI persoonsgegevens van studenten, medewerkers of andere personen worden verwerkt. De Europese AI-verordening stelt daarnaast regels aan het aanbieden en gebruiken van AI-systemen. De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte verplicht onderwijsinstellingen om discriminatie te voorkomen en waar nodig doeltreffende aanpassingen te bieden.
Ook instellingsregels zijn van belang. Denk aan:
- de onderwijs- en examenregeling
- examenreglementen
- regelingen over fraude en onregelmatigheden
- privacy- en informatiebeveiligingsbeleid
- regels voor het gebruik van digitale toepassingen
- procedures voor inzage, klachten, verzoeken, bezwaar of beroep.
Niet ieder gebruik van AI valt onder dezelfde juridische categorie. Een generatieve AI-toepassing die helpt bij het maken van algemene oefenvragen vraagt om andere maatregelen dan een systeem dat studentprestaties analyseert, verboden gedrag tijdens een toets probeert te signaleren of een voorstel voor een beoordeling maakt.
Sommige AI-systemen voor onderwijs kunnen volgens de AI-verordening als hoog-risicosysteem worden aangemerkt. Dat kan bijvoorbeeld gelden voor systemen die worden gebruikt om leerresultaten te evalueren, studenten toegang te geven tot een opleiding of onderwijsniveau, of verboden gedrag tijdens toetsen te monitoren of detecteren. Niet ieder AI-systeem dat in het onderwijs wordt gebruikt, is automatisch een hoog-risicosysteem. Het doel en de concrete toepassing zijn bepalend. De specifieke verplichtingen voor deze hoog-risicosystemen in het onderwijs gelden, na wijziging van de Europese planning, vanaf 2 december 2027. Bestaande verplichtingen uit de AVG, onderwijswetgeving en gelijkebehandelingswetgeving gelden nu al.
De juridische informatie in deze handreiking geeft algemene aandachtspunten weer. Laat concrete toepassingen en procedures zo nodig beoordelen door de jurist, functionaris gegevensbescherming of privacyprofessional van de instelling.
AI verandert wat een eindproduct laat zien. Een goed geschreven verslag, foutloze berekening of overtuigende presentatie maakt niet automatisch zichtbaar hoeveel een student zelf begrijpt, kan toepassen of heeft beredeneerd. Bepaal daarom eerst wat je met de toets of opdracht wilt vaststellen.
Stel jezelf de volgende vragen:
- Wat is het leerdoel of de leeruitkomst?
- Gaat het om kennis, begrip, toepassing, analyse, argumentatie, reflectie of een beroepsvaardigheid?
- Welk deel van de prestatie moet de student zelfstandig laten zien?
- Welke ondersteuning mag AI bieden zonder een voor het leerdoel wezenlijke denk- of handelingsstap over te nemen?
- Welke informatie heb ik nodig om tot een valide beoordeling te komen?
- Kan de student uitleggen hoe het product, de oplossing of de beslissing tot stand is gekomen?
- Kan de student de inhoud ook zonder hulp van AI toepassen, toelichten of verdedigen?
AI-gebruik is niet automatisch toegestaan of ongeoorloofd. Dat hangt af van wat je wilt beoordelen. Wanneer taalvaardigheid niet het leerdoel is, kan ondersteuning bij spelling, grammatica of begrijpelijk formuleren bijvoorbeeld passend zijn. Wanneer zelfstandig formuleren, schrijven of argumenteren juist centraal staat, kan dezelfde ondersteuning het leerdoel ondermijnen.
Maak onderscheid tussen ondersteuning en overname
AI kan bijvoorbeeld ondersteunen bij:
- het verduidelijken van een opdracht
- spelling en grammatica
- taalfeedback
- brainstormen
- het ordenen van ideeën
- het maken van een planning
- het voorstellen van mogelijke tekststructuren
- het maken van een begrippenlijst
- het formuleren van oefenvragen
- het geven van algemene uitleg bij een begrip.
AI neemt een wezenlijk deel van de te beoordelen prestatie over wanneer een student bijvoorbeeld:
- de kernanalyse laat uitvoeren terwijl analyseren het leerdoel is
- argumenten laat genereren terwijl zelfstandig argumenteren wordt beoordeeld
- een volledige persoonlijke reflectie laat schrijven
- een inhoudelijke beroepsbeslissing door AI laat nemen
- berekeningen laat uitvoeren terwijl de rekenvaardigheid zelf wordt beoordeeld
- een eindproduct overneemt zonder de inhoud te begrijpen en te controleren
- AI-output presenteert als een eigen waarneming, ervaring, bron of conclusie.
De grens is niet voor iedere opdracht hetzelfde. Beschrijf daarom niet alleen welk hulpmiddel wel of niet mag worden gebruikt, maar vooral welke handelingen en denkstappen de student zelf moet uitvoeren.
Algemene instellingsregels zijn niet voldoende. Studenten moeten per toets, opdracht of fase weten wat zij wel en niet mogen doen. Neem daarom bij iedere opdracht een herkenbare paragraaf over AI-gebruik op. Beschrijf daarin:
- welke vormen van AI-gebruik zijn toegestaan
- welke vormen niet zijn toegestaan
- waarom deze grenzen gelden
- welke onderdelen de student zelfstandig moet uitvoeren
- hoe de student het gebruik van AI vermeldt
- welke gegevens niet mogen worden ingevoerd
- of bepaalde door de instelling ondersteunde toepassingen moeten worden gebruikt
- welk alternatief beschikbaar is voor studenten die AI niet kunnen of willen gebruiken
- bij wie studenten terechtkunnen met vragen.
Voorbeeld van een opdrachttekst
Gebruik van AI bij deze opdracht
Je mag AI gebruiken voor het verduidelijken van de instructie, taalfeedback en het voorstellen van een mogelijke tekststructuur. De analyse, argumentatie en conclusies moet je zelf ontwikkelen. Vermeld bij je inlevering:
- welke AI-toepassing je hebt gebruikt
- voor welk doel je deze hebt gebruikt
- welke suggesties of output je hebt overgenomen, aangepast of afgewezen
- hoe je de inhoudelijke juistheid hebt gecontroleerd.
Voer geen persoonsgegevens, vertrouwelijke informatie, niet-openbare toetsinformatie of gegevens over andere personen in een AI-toepassing in. Je moet je analyse, keuzes en conclusies tijdens een gesprek kunnen toelichten. Kun of wil je geen AI gebruiken, dan kun je de opdracht uitvoeren zonder AI. De beoordelingscriteria blijven hetzelfde.
Zorg voor consistente afspraken
Studenten kunnen onzeker worden wanneer iedere docent andere termen, categorieën en regels gebruikt. Sluit daarom waar mogelijk aan bij afspraken binnen de opleiding en instelling. Gebruik bijvoorbeeld een herkenbaar model met categorieën zoals:
- AI-gebruik is niet toegestaan.
- AI is alleen toegestaan voor ondersteunende functies.
- AI is toegestaan voor specifiek benoemde onderdelen.
- Verantwoord gebruik van AI maakt expliciet deel uit van de opdracht.
Licht per opdracht toe welke categorie geldt en wat deze concreet betekent. Alleen een aanduiding als ‘beperkt AI-gebruik toegestaan’ is onvoldoende. Studenten moeten weten welke handelingen daar wel en niet onder vallen. Pas afspraken ook toe op afzonderlijke fasen. Bij een schrijfopdracht kan brainstormen bijvoorbeeld wel zijn toegestaan, terwijl het genereren van de analyse en eindtekst niet is toegestaan.
Maak afspraken vóór de start bekend
Informeer studenten voordat zij met de opdracht beginnen. Het achteraf wijzigen of aanscherpen van regels kan tot onzekerheid en ongelijke behandeling leiden. Neem belangrijke afspraken waar nodig op in:
- het examenreglement of de regeling over onregelmatigheden
- de opdrachtinstructie
- de digitale leeromgeving
- beoordelingscriteria
- handleidingen
- de onderwijs- en examenregeling of onderliggende regelingen.
Vraag studenten niet alleen óf zij AI hebben gebruikt, maar vooral hoe, waarvoor en waarom. Transparantie geeft inzicht in het leerproces en helpt studenten kritisch te reflecteren op hun keuzes. Laat studenten bijvoorbeeld aangeven:
- welke AI-toepassing zij hebben gebruikt
- welke relevante vraag of prompt zij hebben ingevoerd
- welk doel het gebruik had
- welke output bruikbaar was
- welke onderdelen zij hebben aangepast of afgewezen
- hoe zij informatie hebben gecontroleerd
- welke bronnen zij daarnaast hebben geraadpleegd
- wat zij zelf hebben geleerd, gekozen en uitgewerkt.
Maak duidelijk dat transparantie over toegestaan AI-gebruik niet automatisch tot een lagere beoordeling leidt. Wanneer studenten bang zijn voor een sanctie, bestaat het risico dat zij hun gebruik verbergen en minder leren van hun keuzes.
Mogelijke vormen van verantwoording
Je kunt werken met:
- een korte AI-verklaring bij de opdracht
- een logboek
- een bijlage met relevante prompts en output
- een reflectievraag
- een mondelinge toelichting
- een gesprek over gemaakte keuzes
- tussenproducten/-resultaten of verschillende versies
- een demonstratie van de gevolgde werkwijze.
Vraag alleen informatie die daadwerkelijk nodig is voor het leerdoel en de beoordeling. Een volledig overzicht van ieder contact met AI is niet altijd zinvol, werkbaar of proportioneel. Bepaal vooraf:
- welke procesinformatie nodig is
- waarom je deze informatie nodig hebt
- hoe deze wordt beoordeeld
- hoelang de informatie wordt bewaard
- wie er toegang toe heeft.
Wees als instelling ook transparant
Transparantie geldt niet alleen voor studenten. Vertel studenten ook wanneer en op welke manier de instelling AI inzet in het onderwijs- of toetsproces. Maak bijvoorbeeld duidelijk:
- wanneer een student rechtstreeks met een AI-chatbot of AI-feedbacksysteem communiceert
- of AI is gebruikt bij het maken van toetsvragen, oefenmateriaal of voorbeeldantwoorden
- of AI helpt bij het ordenen, analyseren of prioriteren van informatie
- welke rol AI speelt en welke rol de docent, examinator of beoordelaar houdt
- welke gegevens worden verwerkt
- hoe lang gegevens worden bewaard
- hoe een student een uitkomst kan laten controleren
- waar een student vragen, bezwaren of klachten kan indienen.
Sinds 2 augustus 2026 gelden aanvullende Europese transparantieverplichtingen voor bepaalde AI-systemen. Wanneer personen rechtstreeks met een AI-systeem communiceren, moet in beginsel duidelijk zijn dat zij met AI te maken hebben, tenzij dit uit de omstandigheden al evident is.
Wanneer studenten AI gebruiken, geeft alleen het eindresultaat vaak onvoldoende inzicht in hun zelfstandige prestatie. Combineer daarom waar passend informatie over het resultaat met informatie over het proces. Denk aan:
- een eerste opzet
- tussenversies
- gebruikte bronnen
- uitgevoerde berekeningen
- gemaakte keuzes
- reflectie op ontvangen AI-output
- een mondelinge toelichting
- een demonstratie
- een praktijkhandeling
- een gesprek over de redenering achter het resultaat
- een korte individuele toepassing in een nieuwe situatie.
Zo krijg je beter zicht op:
- wat de student begrijpt
- welke beslissingen de student zelf heeft genomen
- hoe de student informatie heeft gecontroleerd
- of de student het eindresultaat kan toelichten en verdedigen
- welke bijdrage AI heeft geleverd
- of de student het geleerde kan overdragen naar een nieuwe situatie.
Procesinformatie is geen doel op zich. Kies alleen vormen die bijdragen aan een valide, betrouwbare, proportionele en werkbare beoordeling.
Maak vooraf duidelijk hoe het proces meetelt
Voorkom dat studenten achteraf worden geconfronteerd met eisen die niet in de opdracht stonden. Beschrijf daarom vooraf:
- welke procesinformatie zij moeten bewaren of inleveren
- of het proces zelf wordt beoordeeld
- welke criteria daarbij gelden
- of een mondelinge toelichting onderdeel is van de beoordeling
- wat er gebeurt wanneer procesinformatie ontbreekt.
Een mondelinge toelichting mag niet worden gebruikt als onverwachte extra toets zonder duidelijke grondslag. Sluit aan bij de vastgestelde toetsvorm en procedures van de instelling.
Combineer verschillende bewijzen van leren
Een enkel eindresultaat/-product hoeft niet alle leerdoelen zichtbaar te maken. Overweeg een combinatie van:
- een opdracht waarbij beperkt of geen AI mag worden gebruikt
- een opdracht waarin verantwoord AI-gebruik juist wordt beoordeeld
- een praktijkhandeling
- een gesprek
- een presentatie
- een kennistoets
- formatieve tussenmomenten.
Zo blijft zichtbaar wat de student zelfstandig beheerst en leert de student AI kritisch en verantwoord te gebruiken.
AI kan worden ingezet om studenten extra te laten oefenen en feedback begrijpelijker of beter toegankelijk te maken. Daarbij gaat het om ondersteuning tijdens het leren en vóór de definitieve beoordeling. AI kan bijvoorbeeld helpen bij:
- het maken van varianten van oefenvragen rond hetzelfde leerdoel
- het variëren in moeilijkheidsgraad
- het genereren van formatieve quizvragen
- het maken van oefeningen bij veelvoorkomende misverstanden
- het opstellen van een checklist voor zelfevaluatie
- het genereren van conceptvoorbeeldantwoorden op verschillende niveaus
- het voorbereiden van feedbacksjablonen
- het herschrijven van feedback in heldere taal
- het begrijpelijk formuleren van beoordelingscriteria
- het controleren van toetsvragen op onnodig ingewikkeld taalgebruik
- het maken van aanvullende uitleg of voorbeelden.
Wanneer taal niet het leerdoel is, kan AI bijvoorbeeld helpen om lange zinnen, dubbele ontkenningen, onduidelijke verwijzingen of ingewikkelde bijzinnen in toetsvragen te signaleren.
Controleer al het gegenereerde materiaal
AI kan fouten maken, bronnen verzinnen of leerstof toevoegen die niet is behandeld. Controleer daarom altijd:
- de inhoudelijke juistheid
- de aansluiting bij het leerdoel
- het niveau
- de formulering
- de kwaliteit van antwoordopties
- de kwaliteit van voorbeeldantwoorden
- de spreiding in moeilijkheid
- de aansluiting bij het gebruikte lesmateriaal
- mogelijke stereotypering of eenzijdigheid
- onbedoelde aanwijzingen naar het juiste antwoord.
Bij voorbeeldantwoorden kun je bijvoorbeeld een zwak, voldoende en sterk conceptantwoord laten genereren. Gebruik deze voorbeelden pas na eigen controle en bespreek met studenten waarom de antwoorden van kwaliteit verschillen.
Houd formatieve en summatieve functies uit elkaar
Een toepassing die geschikt is voor laagdrempelig oefenen, is niet automatisch geschikt voor summatieve toetsing of voor beslissingen over studievoortgang. Maak duidelijk:
- wat de student moet doen wanneer de AI-feedback onjuist of onduidelijk is
- of de feedback uitsluitend bedoeld is om te oefenen
- of een docent de feedback heeft gecontroleerd
- of gegevens worden opgeslagen
- of de uitkomsten invloed hebben op een formele beoordeling.
Laat AI niet zelfstandig:
- cijfers of scores vaststellen
- bepalen of een student is geslaagd
- beslissingen over studievoortgang nemen
- fraude of ongeoorloofd AI-gebruik vaststellen
- persoonlijke of medische omstandigheden interpreteren
- studenten selecteren voor maatregelen op basis van een risicoprofiel
- bepalen welke voorziening of aanpassing een student krijgt
- feedback zonder inhoudelijke controle aan studenten verstrekken
- beslissingen nemen over toelating, uitsluiting of diplomering.
AI kan eventueel helpen bij het structureren van informatie, het herkennen van patronen of het voorbereiden van een conceptvoorstel. Een bevoegde professional moet de inhoud vervolgens zelfstandig beoordelen, de context meewegen en het uiteindelijke besluit nemen.
Zorg voor betekenisvolle menselijke beoordeling
Menselijke controle betekent niet alleen dat iemand op een knop drukt of een voorstel formeel goedkeurt. De beoordelaar moet:
- beschikken over voldoende deskundigheid
- weten welke informatie en aannames het systeem gebruikt
- de uitkomst inhoudelijk kunnen controleren
- aanvullende informatie en de context kunnen meewegen
- de uitkomst kunnen aanpassen of afwijzen
- zich niet onder druk gezet voelen om het systeemadvies te volgen
- verantwoordelijk blijven voor de beslissing
- de beslissing aan de student kunnen uitleggen.
De AVG geeft mensen bescherming tegen uitsluitend geautomatiseerde beslissingen die rechtsgevolgen hebben of hen op een vergelijkbare manier aanmerkelijk treffen. Een menselijke tussenkomst moet daadwerkelijk betekenisvol zijn en mag geen formaliteit zijn.
Gebruik AI-detectie niet als zelfstandig bewijs
Een score of melding van een AI-detectietool bewijst niet dat een student ongeoorloofd AI heeft gebruikt. Ook een opvallende schrijfstijl, een onverwacht goed antwoord of een ontbrekende bron is op zichzelf niet voldoende om fraude vast te stellen. Gebruik een detectiescore hooguit als één signaal dat aanleiding kan geven tot nader onderzoek. Zorg bij een vermoeden van ongeoorloofd AI-gebruik voor een zorgvuldige procedure:
- controleer welke AI-afspraken bij de opdracht golden
- bepaal of deze afspraken vooraf voldoende duidelijk waren
- beoordeel het werk en beschikbare procesinformatie inhoudelijk
- bekijk waar relevant bronnen, tussenproducten en eerdere versies
- geef de student gelegenheid om het werk en de gemaakte keuzes toe te lichten
- pas hoor en wederhoor toe
- voorkom dat de student zelf moet bewijzen dat er géén AI is gebruikt
- volg de geldende regeling voor fraude of onregelmatigheden
- baseer een besluit nooit uitsluitend op een detectiescore.
Spreek vóór een formeel besluit bij voorkeur van een vermoeden van ongeoorloofd AI-gebruik of een mogelijke onregelmatigheid, en niet direct van fraude. De Inspectie van het Onderwijs constateert dat het voor studenten en examinatoren regelmatig onduidelijk is wanneer gebruik van generatieve AI als fraude wordt gezien. De inspectie waarschuwt bovendien dat AI-gebruik moeilijk betrouwbaar is aan te tonen en dat plagiaatdetectie hiervoor geen afdoende oplossing biedt.
Gebruik geen AI voor emotieherkenning
Gebruik bij toetsing geen AI-systemen die uit gezichtsuitdrukkingen, stemgebruik, lichaamshouding of andere biometrische signalen proberen af te leiden welke emoties een student ervaart. Denk aan systemen die zouden vaststellen of een student:
- nerveus
- verveeld
- gestrest
- ongemotiveerd
- onzeker
- geconcentreerd
- boos of angstig is.
Het gebruik van AI voor emotieherkenning in onderwijsinstellingen is volgens de AI-verordening in beginsel verboden. Alleen voor strikt medische of veiligheidsdoeleinden geldt een beperkte uitzondering. Vraag bij online proctoring, gedragsanalyse en andere toezichtstoepassingen daarom expliciet aan de leverancier:
- welke kenmerken het systeem analyseert
- of het systeem emoties, intenties, concentratie of motivatie probeert af te leiden
- welke signalen als afwijkend of verdacht worden aangemerkt
- hoe vaak fout-positieve signalen voorkomen
- welke gevolgen een signaal voor de student heeft.
Herken mogelijke hoog-risicotoepassingen
Een AI-systeem kan volgens de AI-verordening als hoog-risicosysteem worden aangemerkt wanneer het bedoeld is om bijvoorbeeld:
- toegang tot onderwijs of een opleiding te bepalen
- iemand aan een bepaald onderwijsniveau toe te wijzen
- leerresultaten te evalueren wanneer de uitkomst invloed heeft op het leerproces of verdere onderwijsloopbaan
- verboden gedrag tijdens toetsen te monitoren of detecteren.
De specifieke verplichtingen voor deze hoog-risicosystemen in het onderwijs gaan vanaf 2 december 2027 gelden. Onderzoek bij aanschaf of invoering nu al:
- of daarnaast een toets op de gevolgen voor grondrechten verplicht of wenselijk is
- wat het beoogde doel van het systeem is
- of het systeem onder een hoog-risicocategorie kan vallen
- welke gegevens en modellen worden gebruikt
- welke risico’s studenten lopen
- hoe menselijk toezicht wordt georganiseerd
- hoe uitkomsten kunnen worden gecontroleerd en aangevochten
- of een privacy risicoanalyse nodig is.
AI kan invloed hebben op wat een toets meet en op verschillen tussen studenten. Studenten met meer ervaring, betere apparatuur, betaalde toepassingen of uitgebreidere AI-functies kunnen sterkere output produceren zonder dat dit automatisch betekent dat zij het leerdoel beter beheersen. Controleer daarom:
- meet de toets nog wat deze moet meten?
- is duidelijk welk deel van de prestatie van de student zelf is?
- hebben studenten vergelijkbare mogelijkheden?
- zijn beoordelingscriteria duidelijk en passend?
- is de beoordeling uitlegbaar en navolgbaar?
- worden studenten met weinig AI-ervaring niet onnodig benadeeld?
- kunnen studenten de opdracht uitvoeren zonder een betaald account?
- is er een gelijkwaardig alternatief wanneer AI niet bruikbaar of wenselijk is?
- leiden verschillen in AI-gebruik niet tot onbedoelde verschillen in beoordeling?
- kan de student aantonen dat die het leerdoel beheerst?
Validiteit
Een toets is valide wanneer deze daadwerkelijk meet wat de bedoeling is. Vraag daarom:
- wordt de beoogde kennis of vaardigheid gemeten?
- meet de toets niet vooral hoe goed een student met AI kan werken?
- is AI-geletterdheid zelf een leerdoel of alleen een hulpmiddel?
- kan een goed eindproduct tot stand komen zonder dat de student het leerdoel beheerst?
- zijn aanvullende bewijzen van leren nodig?
Betrouwbaarheid
Een beoordeling moet zo zorgvuldig en consistent mogelijk tot stand komen. Zorg voor:
- duidelijke beoordelingscriteria
- afstemming en kalibratie tussen beoordelaars
- afspraken over hoe AI-gebruik wordt meegewogen
- een controleerbare beoordelingsprocedure
- vastlegging van relevante beslissingen
- een mogelijkheid om bijzondere of twijfelachtige situaties te bespreken.
Gebruik AI niet om schijnprecisie te creëren. Een automatisch berekende score is niet automatisch objectiever of betrouwbaarder dan een professioneel oordeel.
Let op bias en discriminatie
AI-output kan dominante perspectieven, stereotypen en normatieve aannames bevatten. Dat kan invloed hebben op toetsvragen, casussen, voorbeeldantwoorden, feedback en beoordelingen. Controleer materiaal daarom op:
- eenzijdige perspectieven
- stereotypering
- cultureel beperkte voorbeelden
- aannames over taal, gedrag of leerstijl
- onnodige talige complexiteit
- genderstereotypen
- mogelijke benadeling van specifieke groepen
- voorbeelden die slechts voor een deel van de studenten herkenbaar zijn.
Wees extra terughoudend wanneer AI wordt gebruikt bij het analyseren van studentprestaties. Studenten die afwijken van dominante taal-, communicatie- of gedragsnormen kunnen anders of onjuist worden geïnterpreteerd.
Betrek verschillende gebruikers
Laat nieuwe toepassingen, toetsvormen en materialen waar mogelijk beoordelen door verschillende groepen gebruikers, waaronder:
- studenten
- docenten en beoordelaars
- toetsdeskundigen
- toegankelijkheidsexperts
- studenten met een ondersteuningsbehoefte
- privacy- en ICT-professionals.
Zo worden risico’s en drempels eerder zichtbaar.
Niet alle studenten hebben dezelfde toegang tot AI of dezelfde ervaring ermee. Verschillen kunnen ontstaan door:
- betaalde en gratis versies
- kwaliteit van apparatuur en internet
- digitale en AI-vaardigheden
- taalvaardigheid
- toegankelijkheid van de toepassing
- compatibiliteit met schermlezers of spraaksoftware
- de gebruikte invoer- en uitvoervormen
- vertrouwen en eerdere ervaring
- zorgen over privacy of ethiek
- beschikbaarheid van toepassingen in verschillende landen.
Maak AI daarom niet verplicht zonder dat:
- de instelling een bruikbare toepassing beschikbaar stelt
- studenten uitleg en oefenmogelijkheden krijgen
- de toepassing aantoonbaar voldoende toegankelijk is
- noodzakelijke functies zonder extra betaling beschikbaar zijn
- een gelijkwaardig alternatief beschikbaar is
- duidelijk is welke ondersteuning is toegestaan
- studenten voldoende tijd hebben om de toepassing te leren gebruiken.
Stel vooraf controlevragen
- Kan iedere student deze toepassing gebruiken?
- Zijn betaalde functies nodig?
- Werkt de toepassing met ondersteunende technologie?
- Is bediening zonder muis mogelijk?
- Is de toepassing bruikbaar voor studenten met visuele, auditieve, motorische of cognitieve ondersteuningsbehoeften?
- Is de toepassing bruikbaar in de taal van het onderwijs?
- Kunnen studenten de toets of opdracht ook zonder AI uitvoeren?
- Leidt het alternatief tot een vergelijkbare belasting?
- Biedt het alternatief een gelijkwaardige mogelijkheid om het leerdoel te laten zien?
- Krijgen studenten voldoende instructie en oefentijd?
Gelijke behandeling betekent niet altijd dat iedereen exact dezelfde route volgt. Het gaat erom dat studenten een gelijkwaardige mogelijkheid hebben om het leerdoel te laten zien. De verplichting om toegankelijkheid te bevorderen staat niet los van individuele ondersteuning. Op grond van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte kunnen onderwijsinstellingen verplicht zijn om een doeltreffende aanpassing te bieden, tenzij dit een onevenredige belasting vormt.
Toets het alternatief op gelijkwaardigheid
Een alternatief is niet automatisch gelijkwaardig omdat een student de opdracht zonder AI kan uitvoeren. Controleer of het alternatief:
- dezelfde kans biedt op een goede beoordeling
- hetzelfde leerdoel meet
- niet onnodig meer tijd kost
- geen zwaardere cognitieve of talige belasting veroorzaakt
- dezelfde ondersteuning en voorbereiding biedt
- niet tot herkenbaarheid of stigmatisering leidt.
Toetsing en examinering bevatten vaak persoonsgegevens en vertrouwelijke informatie. Denk aan studentwerk, beoordelingen, toetsresultaten, toetsvragen, studievoortgang en informatie over persoonlijke omstandigheden. Deze informatie mag niet zonder meer in een AI-toepassing worden ingevoerd. Voer in publiek toegankelijke generatieve AI-diensten geen informatie in zoals:
- namen en contactgegevens
- studentnummers
- herkenbaar studentwerk
- beoordelingen en persoonlijke feedback
- toetsresultaten
- niet-openbare toetsvragen
- antwoorden of beoordelingsmodellen
- informatie over voorzieningen of aanpassingen
- medische of andere bijzondere persoonsgegevens
- stage-, patiënt-, cliënt- of bedrijfsgegevens
- gegevens over klachten, bezwaar, beroep of fraudeprocedures
- vertrouwelijke onderzoeks- of organisatiegegevens.
Gebruik goedgekeurde toepassingen voor het juiste doel
Gebruik alleen toepassingen die door de onderwijsinstelling zijn goedgekeurd voor het betreffende doel en voor het soort gegevens dat wordt verwerkt. Een toepassing die is goedgekeurd voor het maken van algemene oefenvragen is niet automatisch geschikt voor:
- het verwerken van studentwerk
- het analyseren van toetsresultaten
- het genereren van persoonlijke feedback
- het verwerken van bijzondere persoonsgegevens
- het ondersteunen van formele beoordelingen.
Controleer onder meer:
- voor welk doel de toepassing mag worden gebruikt
- welke persoonsgegevens mogen worden verwerkt
- wat de rechtsgrond voor de verwerking is
- of alleen noodzakelijke gegevens worden verwerkt
- of gegevens worden gebruikt om het systeem of model te trainen
- waar gegevens worden opgeslagen
- hoelang gegevens worden bewaard
- wie toegang tot de gegevens heeft
- hoe gegevens kunnen worden verwijderd
- welke afspraken met de leverancier zijn gemaakt
- hoe incidenten worden gemeld en afgehandeld.
Werk met fictieve of daadwerkelijk geanonimiseerde informatie
Gebruik bij voorkeur fictieve casussen wanneer geen echte gegevens nodig zijn. Alleen een naam, e-mailadres of studentnummer verwijderen is meestal niet voldoende om gegevens te anonimiseren. Een combinatie van opleiding, stageplek, functie, situatie, datum of bijzondere gebeurtenis kan een student nog steeds herkenbaar maken. Gegevens zijn pas anoniem wanneer redelijkerwijs niet meer is vast te stellen over wie de informatie gaat. Zijn gegevens met aanvullende informatie nog terug te leiden tot een student, dan zijn ze gepseudonimiseerd. Gepseudonimiseerde gegevens blijven persoonsgegevens en vallen onder de AVG.
Voer vooraf een risicoanalyse uit
Bij gegevensverwerkingen die waarschijnlijk een hoog risico opleveren voor de rechten en vrijheden van personen, is een privacy risicoanalyse, ook wel DPIA of GEB genoemd, verplicht. Dat kan bijvoorbeeld relevant zijn bij:
- grootschalige verwerking van studentgegevens
- profilering
- het combineren van gegevens uit verschillende systemen
- systematische monitoring
- verwerking van bijzondere persoonsgegevens
- AI die invloed heeft op belangrijke beslissingen over studenten.
Voor bepaalde hoog-risico-AI-systemen kan daarnaast een toets op de gevolgen voor grondrechten nodig zijn. Laat bij nieuwe toepassingen beoordelen welke risicoanalyses verplicht of wenselijk zijn.
Maak studenten duidelijk wat zij moeten doen
Vertel studenten:
- welke gegevens zij niet mogen invoeren
- welke toepassingen zij wel mogen gebruiken
- hoe zij informatie kunnen anonimiseren
- dat pseudonimiseren niet hetzelfde is als anonimiseren
- waar zij terechtkunnen met vragen
- wat zij moeten doen wanneer zij per ongeluk gevoelige informatie hebben gedeeld.
Laat studenten een mogelijk privacy- of beveiligingsincident direct melden via de daarvoor bestemde route binnen de instelling. Het verwijderen van een gesprek uit de eigen chatgeschiedenis betekent niet automatisch dat de ingevoerde gegevens overal zijn verwijderd.
Studenten kunnen AI gebruiken om zich op toetsen voor te bereiden. Dit kan vooral helpen bij planning, oefenen, het activeren van voorkennis en het verduidelijken van lesstof. AI kan bijvoorbeeld ondersteunen bij:
- het maken van een studieplanning
- het opdelen van leerstof in haalbare stappen
- het genereren van oefenvragen
- het maken van een begrippenlijst
- het uitleggen van een moeilijk concept
- het formuleren van voorbeelden
- het maken van een samenvatting op basis van eigen aantekeningen
- het formuleren van openstaande vragen
- het oefenen met een mondelinge toelichting
- het geven van feedback op een oefenantwoord
- het variëren in oefenvormen.
Leer studenten een vaste controle toe te passen
Laat studenten zich bij ieder gebruik van AI afvragen:
- Mag ik AI voor deze taak gebruiken?
- Begrijp ik de uitkomst?
- Klopt de informatie?
- Sluit de uitkomst aan bij het lesmateriaal en het niveau?
- Zijn bronnen en verwijzingen echt en betrouwbaar?
- Ontbreekt er belangrijke informatie of nuance?
- Bevat de uitkomst aannames of stereotypen?
- Heb ik geen persoonsgegevens of vertrouwelijke informatie gedeeld?
- Kan ik de inhoud ook zonder AI uitleggen en toepassen?
- Helpt AI mij om te leren, of neem ik de uitkomst vooral over?
Studentbegeleiders en docenten kunnen studenten helpen om AI als leerondersteuning te gebruiken zonder afhankelijk te worden van de uitkomsten.
Voorkom schijnzekerheid
AI kan een antwoord overtuigend formuleren, ook wanneer de inhoud niet klopt. Leer studenten daarom om:
- de oorspronkelijke lesstof te raadplegen
- betrouwbare bronnen te controleren
- berekeningen zelf na te lopen
- voorbeelden te vergelijken
- bij twijfel een docent of medestudent te raadplegen
- AI niet als enige informatiebron te gebruiken.
Een onderwijsinstelling moet voorkomen dat studenten per opleiding, vak of docent met volledig verschillende of tegenstrijdige voorwaarden te maken krijgen. Regel daarom centraal:
- een herkenbaar kader voor AI bij toetsing en examinering
- minimale afspraken over menselijke beoordeling en besluitvorming
- een model of gemeenschappelijke taal voor toegestaan AI-gebruik
- regels voor transparantie door studenten én door de instelling
- regels voor privacy, informatiebeveiliging en gegevensverwerking
- een overzicht van ondersteunde en goedgekeurde toepassingen
- een beschrijving van de doelen waarvoor iedere toepassing mag worden gebruikt
- toegankelijkheids- en inkoopcriteria
- procedures voor risicoanalyses, waaronder DPIA’s
- een beoordeling van mogelijke hoog-risicotoepassingen
- controle op verboden toepassingen, waaronder emotieherkenning
- afspraken over AI-detectietools
- een verbod op het gebruiken van een detectiescore als zelfstandig bewijs
- procedures voor vermoedens van ongeoorloofd AI-gebruik
- afspraken over bewijswaardering, hoor en wederhoor en besluitvorming
- procedures voor inzage, toelichting, klachten, verzoeken en beroep
- de rol en tijdige betrokkenheid van examencommissies
- afspraken over bewaartermijnen van prompts, output en procesinformatie
- scholing voor docenten, beoordelaars en ondersteunende professionals
- een centrale plek met actuele richtlijnen en voorbeeldteksten
- een meldpunt voor fouten, privacy-incidenten, toegankelijkheidsproblemen en bias
- periodieke evaluatie en actualisering.
Opleidingen kunnen deze centrale afspraken vervolgens vertalen naar hun eigen leerdoelen, beroepscontext en toetsprogramma.
Houd een overzicht van toepassingen bij
Leg per gebruikte AI-toepassing vast:
- het doel
- de eigenaar binnen de organisatie
- de gebruikersgroepen
- de leverancier
- de verwerkte gegevens
- de risicoclassificatie
- de uitgevoerde beoordelingen
- de geldende beperkingen
- de datum van de laatste evaluatie.
Zo wordt voorkomen dat toepassingen buiten beeld raken of voor andere doelen worden gebruikt dan waarvoor zij zijn beoordeeld.
Veranker afspraken in bestaande processen
Maak AI geen los beleidsterrein. Verbind afspraken aan:
- toetsbeleid
- kwaliteitszorg
- examenreglementen
- onderwijs- en examenregelingen
- privacybeleid
- informatiebeveiliging
- digitale toegankelijkheid
- inkoop
- professionalisering
- klachten- en beroepsprocedures.
Evalueer regelmatig
AI-toepassingen, wetgeving en gebruiksvormen veranderen snel. Plan daarom vaste evaluatiemomenten. Onderzoek:
- of studenten de afspraken begrijpen
- of docenten de regels uitvoerbaar vinden
- of alternatieven daadwerkelijk gelijkwaardig zijn
- welke privacy- of toegankelijkheidsproblemen optreden
- of beoordelaars voldoende zicht hebben op het zelfstandig behaalde niveau
- of bepaalde groepen studenten worden benadeeld
- of toepassingen nog voor het oorspronkelijke doel worden gebruikt.
Scholing moet niet beginnen met een demonstratie van toepassingen, maar met herkenbare toetsvragen, leerdoelen en dilemma’s. Geschikte onderwerpen zijn:
- leerdoelen en toegestaan AI-gebruik
- AI-afspraken per opdracht
- proces en product beoordelen
- transparantie over AI-gebruik
- formatieve inzet van AI
- menselijke beoordeling en besluitvorming
- AI-detectie en vermoedens van ongeoorloofd gebruik
- bias en toegankelijkheid
- privacy bij studentwerk
- hoog-risicotoepassingen
- verboden emotieherkenning
- het herontwerpen van opdrachten
- het gebruik van verschillende bewijzen van leren
- het afhandelen van onregelmatigheden.
AI-geletterdheid is een verantwoordelijkheid van de instelling
Organisaties die AI-systemen ontwikkelen of gebruiken, moeten sinds 2 februari 2025 maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat medewerkers en andere personen die namens hen met AI-systemen werken voldoende AI-geletterd zijn. De benodigde kennis hangt af van:
- de functie en verantwoordelijkheid van de gebruiker
- de gebruikte toepassing
- het gebruiksdoel
- de ervaring van de professional
- de gevolgen voor studenten
- de mate waarin AI invloed heeft op beoordeling en besluitvorming.
Een algemene introductie over generatieve AI is daarom niet voor iedereen voldoende. Een examinator die AI gebruikt bij het analyseren van studentprestaties heeft andere kennis nodig dan een medewerker die AI gebruikt om algemene communicatie begrijpelijker te maken. Documenteer welke maatregelen zijn genomen, bijvoorbeeld:
- trainingen
- werkinstructies
- handleidingen
- intervisie
- casusbesprekingen
- formats
- ondersteuning door experts
- evaluaties van kennis en toepassing.
AI-geletterdheid vraagt om blijvende ondersteuning. Een eenmalige training is onvoldoende wanneer toepassingen, regels en risico’s veranderen.
Praktische werkvorm: atelier AI-afspraken
Laat deelnemers één bestaande toets of opdracht meenemen. Zij werken tijdens de sessie aan:
- het leerdoel
- de zelfstandige prestatie van de student
- toegestaan en niet-toegestaan AI-gebruik
- transparantie door studenten
- informatie over privacy
- een gelijkwaardig alternatief
- de manier waarop proces en product worden beoordeeld
- de procedure bij een vermoeden van ongeoorloofd gebruik.
Iedere deelnemer vertrekt met een aangepaste opdrachttekst die direct in de praktijk kan worden getest.
Werk met collegiale toetsing
Laat collega’s elkaars opdrachten en beoordelingscriteria beoordelen op:
- helderheid
- uitvoerbaarheid
- aansluiting bij het leerdoel
- toegankelijkheid
- gelijke kansen
- privacy
- betrouwbaarheid van de beoordeling
- duidelijkheid over menselijke verantwoordelijkheid
- zorgvuldigheid bij vermoedens van ongeoorloofd gebruik.
Plan na enkele weken een terugkommoment om ervaringen en knelpunten te bespreken.
Gebruik realistische casussen
Bespreek bijvoorbeeld:
- een student die taalondersteuning gebruikte terwijl dit niet expliciet was geregeld
- een docent die studentwerk in een publiek AI-systeem invoerde
- een AI-detector die een hoge waarschijnlijkheidsscore geeft
- een student die geen betaald account kan aanschaffen
- een beoordelaar die AI-feedback grotendeels overneemt
- een proctoringsysteem dat afwijkend gedrag signaleert
- een student die door een ontoegankelijke toepassing de opdracht niet kan uitvoeren.
Zo leren deelnemers niet alleen de regels kennen, maar ook hoe zij in concrete situaties zorgvuldig handelen.
Een praktische aanpak voor schrijfopdrachten is om per opdracht te bepalen welke rol generatieve AI mag spelen. Daarbij kunnen onderwijsteams kiezen uit drie routes:
- het gebruik van generatieve AI zoveel mogelijk beperken
- verantwoord gebruik van generatieve AI toestaan
- generatieve AI bewust integreren om aan specifieke leerdoelen te werken of deze te beoordelen.
Bepaal per fase van de opdracht waar AI het leerproces kan ondersteunen en waar AI een zelfstandige prestatie van de student kan overnemen. Geef transparantie, procesdocumentatie en reflectie daarbij een duidelijke plaats. Onderwijsinstellingen kunnen dit ondersteunen met vaste afspraken, voorbeeldteksten, een gedragscode en een verklaring waarin studenten hun AI-gebruik toelichten. Belangrijke aandachtspunten voor onderwijsprofessionals zijn:
- vertrek vanuit het leerdoel
- kies niet automatisch voor volledig verbieden of volledig toestaan
- onderscheid de verschillende fasen van een opdracht
- beschrijf per fase wat wel en niet is toegestaan
- gebruik vaste en herkenbare voorbeeldformuleringen
- maak transparantie en reflectie onderdeel van de opdracht
- laat studenten hun keuzes en AI-gebruik toelichten
- houd rekening met verschillen in toegang en toegankelijkheid
- controleer of zelfstandig behaalde leerresultaten zichtbaar blijven
- evalueer en actualiseer afspraken regelmatig
- bespreek keuzes en ervaringen binnen het opleidingsteam.
Voorbeeld bij een schrijfopdracht
Een opleiding wil beoordelen of studenten zelfstandig een inhoudelijk en goed onderbouwde analyse kunnen maken, bijvoorbeeld binnen een juridische, beroepsgerichte of wetenschappelijke context. De opleiding kan dan bijvoorbeeld de volgende afspraken maken.
Wel toegestaan
- de opdracht laten uitleggen in eenvoudigere taal
- brainstormen over mogelijke invalshoeken
- spelling en grammatica controleren
- feedback vragen op de leesbaarheid van een zelfgeschreven tekst
- mogelijke tegenargumenten verzamelen en deze vervolgens zelf beoordelen.
Niet toegestaan
- de inhoudelijke analyse laten genereren
- bronnen door AI laten verzinnen
- AI-tekst zonder controle en bewerking overnemen
- de conclusie door AI laten formuleren
- persoonsgegevens of vertrouwelijke casusinformatie invoeren.
Verantwoording
De student vermeldt:
- welke toepassing is gebruikt
- voor welke onderdelen de toepassing is gebruikt
- welke suggesties zijn overgenomen, aangepast of afgewezen
- hoe feiten en bronnen zijn gecontroleerd
- wat de student zelf heeft toegevoegd of gewijzigd.
Beoordeling
De docent beoordeelt:
- de kritische omgang met AI-output, wanneer dit onderdeel is van het leerdoel
- de inhoudelijke analyse
- de argumentatie
- de kwaliteit en betrouwbaarheid van de bronnen
- de gemaakte keuzes
- het vermogen om de analyse mondeling toe te lichten.
Verantwoordelijkheden
Verantwoord gebruik van AI bij toetsing en examinering is geen taak van een persoon of afdeling. Het vraagt om samenwerking tussen bestuur, opleidingen, docenten, examencommissies, ondersteunende professionals en studenten.
Het bestuur en opleidingsmanagement:
- voorkomen dat individuele docenten complexe risico’s zelfstandig moeten beoordelen
- zorgen voor duidelijke en uitvoerbare instellingskaders
- regelen verantwoordelijkheden en bevoegdheden
- zorgen voor kwalitatief goede toetsing en examinering
- stellen voldoende tijd, middelen en deskundigheid beschikbaar
- betrekken examencommissies tijdig bij veranderingen die de borging raken
- zorgen voor veilige en toegankelijke toepassingen
- organiseren rechtsbescherming, privacybescherming en incidentafhandeling.
Zij:
- koppelen AI-afspraken aan het leerdoel
- communiceren vooraf wat wel en niet is toegestaan
- leggen uit waarom grenzen gelden
- zorgen waar nodig voor een gelijkwaardig alternatief
- controleren AI-gegenereerd toets- en feedbackmateriaal
- beoordelen de prestatie van de student
- maken proces, redenering of toepassing zichtbaar wanneer dat nodig is
- behandelen vermoedens van ongeoorloofd AI-gebruik zorgvuldig
- voeren geen persoonsgegevens in niet-goedgekeurde toepassingen in
- signaleren knelpunten bij de opleiding en examencommissie.
Zij:
- evalueren of toetsprogramma’s voldoende zicht geven op zelfstandig behaalde leerresultaten
- beoordelen wat AI betekent voor leerdoelen, leeractiviteiten en toetsvormen
- ondersteunen bij het herontwerpen van opdrachten
- bewaken de samenhang binnen het toetsprogramma
- helpen passende combinaties van toetsvormen te ontwikkelen
- ontwikkelen formats, categorieën en voorbeeldteksten
- ondersteunen bij kalibratie
- letten op toegankelijkheid, validiteit, betrouwbaarheid en rechtvaardigheid.
Examencommissies:
- borgen binnen hun wettelijke taak de kwaliteit van toetsing, examinering en diplomering
- beoordelen welke risico’s AI oplevert voor validiteit, betrouwbaarheid en het zelfstandig aantonen van leerresultaten
- geven binnen hun bevoegdheden richtlijnen of aanwijzingen aan examinatoren en beoordelaars
- bewaken dat procedures rond vermoedens van fraude of onregelmatigheden zorgvuldig en consistent zijn
- bewaken dat beslissingen navolgbaar en uitlegbaar zijn
- zien erop toe dat studenten gebruik kunnen maken van de geldende procedures voor hoor en wederhoor, inzage, verzoeken en beroep
- worden tijdig betrokken bij toepassingen die invloed kunnen hebben op toetsuitslagen, examinering of diplomering
- signaleren wanneer instellingsbeleid, toetsvormen of procedures moeten worden aangepast.
De examencommissie is niet als enige verantwoordelijk voor het algemene AI-beleid of voor het ontwerp van het onderwijs. In het hbo/wo borgt de examencommissie de kwaliteit van de toetsing, terwijl bestuur en management verantwoordelijk zijn voor de kwaliteitszorg van het onderwijs. Een vergelijkbare afstemming tussen zorgen voor kwaliteit en het onafhankelijk borgen daarvan is ook in het mbo van belang. een aangepaste opdracht en concrete AI-afspraken.
Zij:
- zorgen dat beleid aansluit op wet- en regelgeving
- formuleren instellingsbrede minimumafspraken
- zorgen voor eenduidige communicatie
- verbinden AI-beleid aan onderwijs-, toets-, privacy- en toegankelijkheidsbeleid
- monitoren verschillen tussen opleidingen
- verzamelen signalen over toegankelijkheid, bias en uitvoerbaarheid
- evalueren en actualiseren richtlijnen
- organiseren een duidelijke meld- en feedbackroute.
Zij:
- houden een overzicht bij van gebruikte AI-systemen en hun functies
- beoordelen welke toepassingen veilig, betrouwbaar en toegankelijk zijn
- bepalen voor welke doelen en gegevens toepassingen mogen worden gebruikt
- voeren of begeleiden risicoanalyses
- toetsen toepassingen voorafgaand aan aanschaf of invoering
- bewaken afspraken met leveranciers
- controleren opslag, beveiliging, bewaartermijnen en verwijdermogelijkheden
- ondersteunen bij incidenten en privacyvragen
- zorgen voor veilige, instellingsondersteunde alternatieven.
Studentbegeleiders:
- delen terugkerende knelpunten met opleiding en beleid
- helpen studenten regels te begrijpen
- signaleren tegenstrijdige of onduidelijke afspraken
- ondersteunen bij AI-geletterdheid en toetsvoorbereiding
- bespreken onzekerheid, toegang en afhankelijkheid
- helpen studenten de juiste vraag bij de juiste persoon te stellen
- verwijzen bij inhoudelijke toetsvragen naar de docent, examinator of examencommissie.
Zij:
- zorgen voor tijd en ruimte om toetsing te herontwerpen
- organiseren scholing en collegiale uitwisseling
- ondersteunen kalibratie en afstemming
- zorgen voor actuele formats en voorbeelden
- organiseren ondersteuning na scholingsactiviteiten
- maken duidelijk bij wie professionals terechtkunnen
- voorkomen dat individuele docenten alles zelf moeten uitzoeken.
Studenten:
- volgen de afspraken die voor de toets of opdracht gelden
- stellen vragen wanneer afspraken onduidelijk zijn
- gebruiken AI alleen voor toegestane doelen
- zijn transparant over toegestaan AI-gebruik
- controleren AI-output inhoudelijk
- delen geen persoonsgegevens of vertrouwelijke informatie
- zorgen dat zij hun werk, keuzes en conclusies zelf kunnen toelichten
- melden fouten, toegankelijkheidsproblemen en privacy-incidenten
- blijven zelf verantwoordelijk voor wat zij inleveren.
Dit betekent niet dat de verantwoordelijkheid voor veilige en duidelijke toetsing bij studenten wordt gelegd. De onderwijsinstelling moet zorgen voor begrijpelijke regels, veilige toepassingen, toegankelijke alternatieven en zorgvuldige procedures.
Gebruik deze checklist bij het ontwerpen of aanpassen van een toets of opdracht.
Leerdoel en ontwerp
- Is duidelijk wat de toets of opdracht moet meten?
- Is bepaald welke prestatie de student zelfstandig moet laten zien?
- Neemt toegestaan AI-gebruik geen wezenlijke denk- of handelingsstap over?
- Is duidelijk of AI-geletterdheid zelf een leerdoel is?
- Sluiten toetsvorm en beoordelingscriteria aan op het leerdoel?
- Moet naast het product ook het proces zichtbaar worden?
- Zijn verschillende bewijzen van leren nodig?
- Kan de student de inhoud zonder AI uitleggen of toepassen?
Afspraken met studenten
- Staat duidelijk beschreven wat wel en niet mag?
- Zijn afspraken per fase of onderdeel voldoende concreet?
- Begrijpen studenten waarom de grenzen gelden?
- Is duidelijk hoe zij AI-gebruik vermelden?
- Is duidelijk welke procesinformatie zij moeten bewaren?
- Weten studenten welke gegevens zij niet mogen invoeren?
- Weten zij waar zij vragen kunnen stellen?
- Zijn afspraken vóór de start bekendgemaakt?
Transparantie door de instelling
- Weten studenten wanneer de instelling AI gebruikt?
- Is duidelijk welke rol AI speelt?
- Is duidelijk wie de menselijke beoordeling uitvoert?
- Is uitgelegd welke gegevens worden verwerkt?
- Is duidelijk hoe een student een uitkomst kan laten controleren?
- Is duidelijk dat een student rechtstreeks met AI communiceert wanneer dat het geval is?
Gelijke kansen en toegankelijkheid
- Heeft iedere student toegang tot een bruikbare toepassing?
- Zijn betaalde functies nodig?
- Is de toepassing toegankelijk met ondersteunende technologie?
- Is er een gelijkwaardig alternatief?
- Vraagt het alternatief geen onevenredig grotere inspanning?
- Krijgen studenten voldoende instructie en oefentijd?
- Zijn waar nodig doeltreffende aanpassingen beschikbaar?
- Is nagegaan of bepaalde groepen worden benadeeld?
Beoordeling en besluitvorming
- Blijft een bevoegde persoon verantwoordelijk voor de beoordeling?
- Is menselijke beoordeling daadwerkelijk betekenisvol?
- Kan de beoordelaar AI-uitkomsten controleren, aanpassen en afwijzen?
- Is de beoordeling navolgbaar en uitlegbaar?
- Worden proces, redenering of keuzes betrokken wanneer dat nodig is?
- Is gecontroleerd op bias en mogelijke discriminatie?
- Wordt AI-feedback inhoudelijk gecontroleerd voordat deze naar studenten gaat?
- Kan de student een beslissing laten controleren?
Vermoedens van ongeoorloofd AI-gebruik
- Waren de regels vooraf duidelijk?
- Is er meer informatie dan alleen een detectiescore?
- Wordt een AI-detector niet als zelfstandig bewijs gebruikt?
- Krijgt de student gelegenheid het werk toe te lichten?
- Wordt hoor en wederhoor toegepast?
- Wordt gesproken van een vermoeden totdat een bevoegd orgaan een besluit heeft genomen?
- Wordt de formele procedure van de instelling gevolgd?
- Is duidelijk wie bevoegd is om een onregelmatigheid of fraude vast te stellen?
Privacy en informatiebeveiliging
- Worden geen persoonsgegevens of vertrouwelijke gegevens in niet-goedgekeurde toepassingen ingevoerd?
- Is de toepassing goedgekeurd voor dit doel en deze gegevens?
- Is duidelijk welke gegevens de leverancier verwerkt?
- Worden niet meer gegevens verwerkt dan noodzakelijk?
- Is bepaald hoelang gegevens worden bewaard?
- Is anonimiseren niet verward met pseudonimiseren?
- Is een DPIA uitgevoerd wanneer dat nodig is?
- Is beoordeeld of een toets op de gevolgen voor grondrechten nodig is?
- Weten studenten en medewerkers hoe zij een incident melden?
- Is veilig omgaan met studentwerk geregeld?
AI-verordening
- Is onderzocht of de toepassing onder een hoog-risicocategorie kan vallen?
- Wordt geen verboden emotieherkenning gebruikt?
- Zijn de transparantieverplichtingen beoordeeld?
- Is betekenisvol menselijk toezicht georganiseerd?
- Is AI-geletterdheid van betrokken medewerkers geborgd?
- Is vastgelegd welke risicoanalyses en controles zijn uitgevoerd?
Organisatie en verantwoordelijkheden
- Is duidelijk wie eigenaar is van de toepassing?
- Zijn bestuur, management, examencommissie en ondersteunende afdelingen tijdig betrokken?
- Zijn verantwoordelijkheden schriftelijk vastgelegd?
- Is een centrale lijst met ondersteunde toepassingen beschikbaar?
- Zijn voorbeeldteksten en formats beschikbaar?
- Is scholing georganiseerd?
- Is er voldoende tijd voor herontwerp, afstemming en kalibratie?
- Is er een meldpunt voor fouten, bias, privacy en toegankelijkheid?
Evaluatie
- Is duidelijk wanneer de volgende evaluatie plaatsvindt?
- Worden ervaringen van studenten en beoordelaars opgehaald?
- Worden knelpunten gedeeld met de opleiding en examencommissie?
- Worden verschillen tussen studentengroepen onderzocht?
- Wordt nagegaan of de toets nog valide en betrouwbaar is?
- Worden toepassingen opnieuw beoordeeld wanneer het gebruiksdoel verandert?
- Worden afspraken periodiek geëvalueerd en aangepast?
- Autoriteit Persoonsgegevens – AI-verordening
- Autoriteit Persoonsgegevens – Algoritmes, AI en de AVG
- Autoriteit Persoonsgegevens – Aan de slag met AI-geletterdheid
- Autoriteit Persoonsgegevens – Privacy risicoanalyse (DPIA)
- Europese Unie – AI-verordening
- Inspectie van het Onderwijs – Rapport Examencommissies hoger onderwijs
- Npuls – Visie op toetsing, examinering en AI en handreikingen
- Rijksoverheid – Gelijke rechten bij een beperking of chronische ziekte
- Toolbox Generatieve AI en de schrijfopdracht als evaluatievorm
- SIHO – AI als hefboom en uitdaging voor inclusief hoger onderwijs
