AI-scholing: kennis en vaardigheden voor verantwoord gebruik

“Kennis over AI krijgt pas waarde als je die verantwoord kunt toepassen.

Update: 4 augustus 2026

AI wordt steeds vaker gebruikt bij lesgeven, leren, toetsing, studentbegeleiding en ondersteunende processen. Studenten en medewerkers krijgen echter nog niet altijd voldoende ondersteuning om er kritisch, veilig en inclusief mee te werken. Daardoor kunnen verschillen ontstaan tussen mensen die al veel ervaring, toegang en vertrouwen hebben en mensen voor wie AI juist nieuwe drempels opwerpt.

Gerichte scholing helpt om deze verschillen te verkleinen. Het doel is niet dat iedereen zo veel mogelijk AI-tools leert gebruiken. Het gaat erom dat studenten en medewerkers bewuste keuzes leren maken:

  • Wanneer heeft AI meerwaarde?
  • Welke risico’s zijn er?
  • Welke gegevens mogen worden gebruikt?
  • Hoe controleer je de output?
  • Wanneer moet een mens het werk of de beslissing overnemen?
  • Hoe zorg je dat iedereen gelijkwaardig kan deelnemen?

Effectieve scholing combineert daarom kennis over AI met concrete toepassingen, instellingsafspraken, professionele afwegingen en aandacht voor toegankelijkheid en gelijke kansen.

Doelgroep

Deze informatie is bedoeld voor professionals in het mbo, hbo en wo die scholing over AI ontwikkelen, organiseren, verzorgen of ondersteunen, zoals:

  • colleges van bestuur, directies en opleidingsmanagement
  • beleidsmedewerkers en kwaliteitszorgprofessionals
  • medewerkers die scholing en professionalisering organiseren, zoals opleidingsadviseurs, interne trainers en medewerkers van een interne academie
  • docenten en onderwijsontwikkelaars
  • examencommissies en professionals op het gebied van toetsing en examinering
  • studentbegeleiders
  • medewerkers op het gebied van ICT, informatiemanagement en functioneel beheer
  • privacy-, informatiebeveiligings- en inkoopprofessionals
  • professionals die studenten trainen in kritisch en verantwoord AI-gebruik.

Ook medezeggenschapsorganen en studentenvertegenwoordigers kunnen worden betrokken bij het bepalen van scholingsbehoeften en het evalueren van het aanbod.

  • De Europese AI-verordening verplicht organisaties die AI-systemen aanbieden of gebruiken om maatregelen te nemen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen bij medewerkers en andere personen die namens de organisatie met AI werken. Daarbij moet rekening worden gehouden met hun kennis, ervaring en opleiding, de gebruikscontext en de mogelijke gevolgen voor de mensen op wie het AI-systeem wordt toegepast. Sinds een wijziging in juli 2026 schrijft de verordening geen vast individueel niveau van AI-geletterdheid voor. De verplichting om passende maatregelen te nemen, blijft wel bestaan.
  • De AI-verordening schrijft niet voor dat iedere instelling één specifieke training, een certificaat, een AI-functionaris of een aparte AI-stuurgroep moet hebben. De instelling mag zelf bepalen welke combinatie van scholing, instructies, begeleiding en kennisdeling passend is. Alleen medewerkers een handleiding laten lezen, zal in veel situaties onvoldoende zijn. De aanpak moet aansluiten bij de rollen, gebruikte toepassingen en risico’s.
  • De wettelijke verplichting richt zich in de eerste plaats op medewerkers en andere personen die namens de instelling AI gebruiken. Scholing van studenten valt niet automatisch onder dezelfde verplichting. Toch is het belangrijk om studenten te leren hoe zij AI veilig, kritisch en toegestaan gebruiken, zeker wanneer AI onderdeel is van het onderwijs, opdrachten of toetsing.

Een samenhangende aanpak voorkomt dat scholing afhankelijk is van losse initiatieven of persoonlijke belangstelling. Regel daarom centraal:

  • wie verantwoordelijk is voor het scholingsbeleid
  • welke AI-systemen en gebruikssituaties binnen de instelling voorkomen
  • welke basiskennis alle betrokken medewerkers nodig hebben
  • welke aanvullende kennis per rol en toepassing nodig is
  • hoe scholing aansluit op het AI-beleid en andere instellingsafspraken
  • welke tijd, middelen en ondersteuning beschikbaar zijn
  • hoe deelname, gebruikte materialen en andere maatregelen worden vastgelegd
  • hoe ervaringen en knelpunten worden teruggekoppeld
  • wanneer het scholingsaanbod wordt geëvalueerd en geactualiseerd.

Het college van bestuur of de directie stelt de centrale uitgangspunten vast en zorgt voor middelen en verantwoordelijkheden. Het opleidingsmanagement vertaalt deze naar de onderwijspraktijk en maakt tijd vrij voor deelname en toepassing. Beleidsmedewerkers, kwaliteitszorgprofessionals en medewerkers die scholing organiseren ontwikkelen samen het aanbod. Specialistische diensten leveren de benodigde inhoud voor privacy, informatiebeveiliging, toegankelijkheid, toetsing en inkoop.

Een aparte stuurgroep kan hierbij helpen, maar is niet verplicht. De instelling kan de regie ook beleggen bij een bestaande commissie, interne academie of samenwerking tussen onderwijsbeleid, HR, ICT en kwaliteitszorg.

Zo maak je scholing praktisch en inclusief

Begin niet direct met het ontwikkelen van trainingen. Onderzoek eerst welke AI-systemen binnen de instelling worden gebruikt, door wie en voor welke taken.

Breng bijvoorbeeld in kaart:

  • welke AI-toepassingen medewerkers en studenten gebruiken
  • welke toepassingen centraal worden aangeboden
  • welke taken met AI worden ondersteund
  • welke beslissingen of beoordelingen door AI kunnen worden beïnvloed
  • welke kennis en ervaring gebruikers al hebben
  • waar onduidelijkheid, onzekerheid of risicovol gebruik ontstaat
  • welke groepen mogelijk minder toegang of ondersteuning hebben
  • welke vragen regelmatig bij ondersteunende diensten binnenkomen.

Maak vervolgens per doelgroep duidelijk wat iemand moet weten en kunnen. Een docent die AI gebruikt om een opdracht te herschrijven, heeft andere kennis nodig dan een inkoper die een leverancier beoordeelt of een examencommissie die de gevolgen voor toetsing onderzoekt.

Werk waar mogelijk met drie niveaus:

  • Basiskennis: voor iedereen die binnen de instelling met AI werkt.
  • Rolgerichte verdieping: voor specifieke taken, zoals lesgeven, begeleiden, inkopen of beoordelen.
  • Toepassingsgerichte instructie: voor medewerkers die met een bepaald AI-systeem of risicovol proces werken.

Begin scholing niet met een uitgebreide demonstratie van beschikbare AI-tools. Een tool kan veranderen of verdwijnen, terwijl de professionele taak en bijbehorende afwegingen blijven bestaan.

Vertrek vanuit herkenbare situaties, zoals:

  • studenten begrijpen een opdracht niet
  • een proceduremail is te ingewikkeld
  • docenten weten niet wat zij over AI-gebruik moeten afspreken
  • een examencommissie wil weten wat AI betekent voor de zelfstandige prestatie
  • studentbegeleiders krijgen steeds dezelfde vragen
  • medewerkers twijfelen welke informatie zij veilig mogen invoeren
  • een toepassing werkt niet met een schermlezer
  • studenten krijgen per docent verschillende regels.

Onderzoek vervolgens of AI bij die situatie kan helpen.

Gebruik steeds dezelfde vragen:

  1. Welk probleem willen we oplossen?
  2. Is AI daarvoor nodig en geschikt?
  3. Voor wie werkt de voorgestelde oplossing?
  4. Voor wie kan een nieuwe drempel ontstaan?
  5. Welke aannames maken we over toegang, taal en digitale vaardigheden?
  6. Welke privacy-, kwaliteits- en veiligheidsrisico’s zijn er?
  7. Wie blijft verantwoordelijk voor controle en besluitvorming?
  8. Welk gelijkwaardig alternatief is beschikbaar?

Zo leren deelnemers niet alleen hoe een toepassing werkt, maar vooral hoe zij een onderbouwde professionele keuze maken.

Eén algemene training voor alle medewerkers blijft vaak te abstract. Docenten, begeleiders, beleidsmedewerkers en ICT-professionals hebben verschillende taken en verantwoordelijkheden.

Bied daarom een korte gezamenlijke basis aan met onderwerpen als:

  • wat AI is en wat het niet is
  • welke AI-systemen de instelling gebruikt
  • kansen en beperkingen van generatieve AI
  • fouten en verzonnen informatie
  • vooringenomen of discriminerende uitkomsten, ook wel bias genoemd
  • privacy, informatiebeveiliging en veilig gebruik
  • menselijke verantwoordelijkheid
  • transparantie over AI-gebruik
  • toegang en digitale toegankelijkheid
  • instellingsafspraken en meldroutes
  • verboden AI-toepassingen en toepassingen die extra beoordeling vragen.

Onder de Europese AI-verordening zijn bepaalde toepassingen verboden, waaronder emotieherkenning in onderwijsinstellingen, behalve in enkele specifieke medische of veiligheidssituaties. Ook kunnen bepaalde toepassingen voor beoordeling, toelating of fraudemonitoring als hoog risico worden aangemerkt. Vooral medewerkers die toepassingen selecteren, beheren of inzetten bij besluiten over studenten moeten hiervan op de hoogte zijn.

Bied na de gezamenlijke basis aanvullende modules per rol, toepassing en ervaringsniveau. Maak onderscheid tussen beginners, regelmatige gebruikers en professionals die AI inzetten in processen met grotere gevolgen.

Werk bij voorkeur met meerdere korte sessies in plaats van één algemene studiedag. Een werkbare duur is bijvoorbeeld 45 tot 60 minuten per onderwerp.

Behandel per bijeenkomst één herkenbaar vraagstuk, zoals:

  • AI-afspraken bij opdrachten
  • AI en toetsing
  • toegankelijke lesmaterialen
  • begrijpelijke studentcommunicatie
  • privacy en persoonsgegevens
  • kritisch controleren van AI-output
  • AI bij studieplanning
  • inkopen van een AI-toepassing
  • menselijke begeleiding versus automatisering
  • signaleren van bias en uitsluiting.

Reserveer een belangrijk deel van de sessie voor toepassing. Deelnemers werken bijvoorbeeld aan een eigen opdracht, e-mail, proceduretekst, toetscasus of werkafspraak.

Korte sessies hebben alleen meerwaarde wanneer zij deel uitmaken van een samenhangende leerlijn. Maak daarom zichtbaar:

  • wanneer actualisering nodig is
  • welke basismodule eerst wordt gevolgd
  • welke verdieping bij een rol hoort
  • welke ondersteuning daarna beschikbaar is.

Voorkom dat deelnemers na afloop alleen algemene kennis meenemen. Laat iedere sessie eindigen met een product dat direct kan worden toegepast, bijvoorbeeld:

  • een herschreven opdracht
  • afspraken over toegestaan AI-gebruik
  • een checklist voor het controleren van AI-output
  • een toegankelijke proceduretekst
  • een privacy-instructie
  • een format voor transparantie over AI-gebruik
  • een triagekaart voor studentvragen
  • een verantwoordelijkhedenmatrix
  • een aangepaste toetsopdracht
  • een stappenplan voor een pilot
  • een teamafspraak.

Laat deelnemers bij voorkeur ook bepalen:

  • wie het resultaat controleert
  • waar het wordt opgeslagen
  • wanneer het wordt toegepast
  • wie verantwoordelijk is voor actualisering
  • hoe ervaringen worden teruggekoppeld.

Zo wordt de stap van leren naar uitvoeren kleiner.

Werk tijdens scholing met voorbeelden uit de eigen instelling, zoals:

  • opdrachten en toetsinstructies
  • beoordelingscriteria
  • studentmails
  • intakevragen
  • procedures
  • webteksten
  • casussen
  • bestaande AI-richtlijnen
  • gebruikte digitale toepassingen.

Dit maakt snel zichtbaar waar regels onduidelijk zijn, teksten onnodig ingewikkeld worden of verschillende onderdelen van de organisatie elkaar tegenspreken.

Gebruik daarbij alleen materiaal dat veilig mag worden gedeeld. Verwijder persoonsgegevens en vertrouwelijke informatie voordat materiaal in een AI-toepassing wordt ingevoerd. De Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwt dat het invoeren van persoonsgegevens in AI-chatbots tot datalekken kan leiden.

  • Werk bij scholing daarom zo veel mogelijk met:
  • door de instelling goedgekeurde toepassingen
  • fictieve casussen
  • openbare informatie
  • volledig geanonimiseerde voorbeelden
  • vooraf samengestelde oefendata.

Behandel inclusie niet als een los onderdeel aan het einde van de training. Neem in iedere oefening dezelfde korte check op:

  • Is de toepassing beschikbaar voor iedereen?
  • Zijn betaalde functies of een persoonlijk account nodig?
  • Werkt de toepassing met ondersteunende technologie?
  • Is de taal begrijpelijk?
  • Werkt de toepassing voldoende in het Nederlands?
  • Kan de output stereotypen of eenzijdige perspectieven bevatten?
  • Zijn persoonsgegevens of vertrouwelijke gegevens nodig?
  • Is er een gelijkwaardig alternatief zonder AI?
  • Blijft een mens verantwoordelijk voor controle en besluitvorming?
  • Draagt de toepassing werkelijk bij aan het doel?

De WaardenWijzer van SURF en Kennisnet benadrukt dat instellingen bij digitale technologie bewust moeten sturen op publieke waarden zoals menselijkheid, rechtvaardigheid, autonomie, privacy, toegankelijkheid en veiligheid.

Maak ook de scholing zelf toegankelijk. Zorg bijvoorbeeld voor:

  • toegankelijke documenten en presentaties
  • ondertiteling of transcriptie
  • heldere taal en een overzichtelijke opbouw
  • materialen die met het toetsenbord en een schermlezer bruikbaar zijn
  • verschillende manieren om te oefenen en vragen te stellen
  • een alternatief wanneer een gebruikte AI-toepassing niet toegankelijk is.

De Nederlandse wetgeving rondom gelijke behandeling en het VN-verdrag Handicap ondersteunen het uitgangspunt dat mensen gelijkwaardig moeten kunnen deelnemen en dat waar nodig aanpassingen worden onderzocht.

De AI-verordening schrijft geen verplicht certificaat voor. Een instelling kan wel intern vastleggen welke scholing, instructies en andere maatregelen zij aanbiedt en welke doelgroepen hiermee worden bereikt.

Leg bijvoorbeeld vast:

  • welke doelgroep de scholing volgt
  • welke AI-systemen en risico’s worden behandeld
  • welke leerdoelen gelden
  • welke materialen en werkvormen worden gebruikt
  • welke aanvullende begeleiding beschikbaar is
  • welke vragen en knelpunten naar voren komen
  • welke verbeteringen daarna zijn doorgevoerd.

Evalueer niet alleen of deelnemers tevreden waren. Onderzoek vooral of zij na de scholing:

  • afspraken daadwerkelijk in hun werk toepassen.
  • de instellingsafspraken beter begrijpen
  • weten welke toepassingen zij mogen gebruiken
  • AI-output beter controleren
  • privacyrisico’s herkennen
  • inclusie en toegankelijkheid meewegen
  • weten wanneer persoonlijk of specialistisch advies nodig is

Tips per doelgroep

Doel: zorgen voor samenhang, middelen en duidelijke verantwoordelijkheden.

Praktische tips:

  • Verbind AI-geletterdheid aan het instellingsbrede AI-beleid.
  • Wijs aan wie eigenaar is van het scholingsprogramma.
  • Maak tijd en middelen beschikbaar voor deelname én toepassing.
  • Voorkom dat scholing afhankelijk is van vrijwillige voorlopers.
  • Zorg voor een gezamenlijke basis voor alle betrokken medewerkers.
  • Laat specialistische scholing aansluiten op rol en risico.
  • Bespreek periodiek welke toepassingen en gebruikssituaties zijn veranderd.
  • Vraag niet alleen hoeveel mensen een training hebben gevolgd, maar ook wat zij in de praktijk hebben aangepast.
  • Zorg dat vragen en incidenten kunnen leiden tot aanpassing van beleid en scholing.

Doel: zorgen dat beleid begrijpelijk, uitvoerbaar en toetsbaar wordt toegepast.

Praktische tips:

  • Organiseer workshops rond één concrete toepassing of beleidsvraag.
  • Vertaal algemene uitgangspunten naar herkenbare situaties.
  • Ontwikkel instellingsbrede formats die opleidingen kunnen aanpassen.
  • Maak een vaste inclusie- en risicocheck voor nieuwe toepassingen en pilots.
  • Bied voorbeeldteksten voor communicatie aan studenten.
  • Leg vast hoe opleidingen knelpunten terugmelden.
  • Gebruik vragen uit scholingen om beleid en richtlijnen te verbeteren.
  • Neem AI-geletterdheid op in kwaliteitscycli en implementatieplannen.
  • Zorg dat centrale afspraken regelmatig worden geactualiseerd.

Een sessie voor deze doelgroep kan eindigen met een pilotformat, verantwoordelijkhedenmatrix of set minimale instellingsafspraken.

Doel: een samenhangend, toegankelijk en rolgericht leerprogramma ontwikkelen.

Praktische tips:

  • Maak eerst een overzicht van doelgroepen, taken en gebruikte AI-systemen.
  • Combineer een gezamenlijke basis met rolgerichte verdieping.
  • Gebruik verschillende leervormen, zoals workshops, e-learning, intervisie en werkateliers.
  • Maak onderscheid tussen startniveau, verdieping en actualisering.
  • Werk met voorbeelden uit de eigen instelling.
  • Betrek inhoudelijke experts bij privacy, toegankelijkheid, toetsing en beveiliging.
  • Maak materialen zelf digitaal toegankelijk.
  • Plan na enkele weken een terugkommoment.
  • Leid interne trainers en AI-contactpersonen op.
  • Houd bij welke vragen terugkomen en waar nieuwe modules nodig zijn.
  • Controleer regelmatig of voorbeelden, schermafbeeldingen en instructies nog actueel zijn.

Doel: AI verantwoord inzetten in lessen, opdrachten, toetsing en lesmaterialen.

Praktische tips:

  • Laat iedere deelnemer een bestaande opdracht of les meenemen.
  • Koppel afspraken over AI aan het leerdoel.
  • Formuleer wat wel en niet is toegestaan.
  • Maak duidelijk hoe studenten hun AI-gebruik vermelden.
  • Oefen met het controleren en verbeteren van AI-output.
  • Gebruik AI om instructies in heldere taal te herschrijven.
  • Deel complexe opdrachten op in stappen.
  • Maak woordenlijsten, voorbeelden en checklists.
  • Controleer lesmateriaal met ingebouwde toegankelijkheidsfuncties.
  • Bespreek of studenten de opdracht zonder een betaalde tool kunnen uitvoeren.
  • Ontwikkel een gelijkwaardig alternatief.
  • Organiseer collegiale feedback op opdrachten en beoordelingscriteria.

Een passende werkvorm is een atelier waarin iedere deelnemer vertrekt met een aangepaste opdracht en concrete AI-afspraken.

Doel: de kwaliteit, betrouwbaarheid en uitlegbaarheid van toetsing blijven borgen.

Generatieve AI heeft volgens de Inspectie van het Onderwijs grote gevolgen voor het borgen van toetsing. Examencommissies en besturen moeten daarom kennis ontwikkelen en ervaringen uitwisselen.

Praktische tips:

  • Bespreek wat AI verandert aan de zelfstandige prestatie van studenten.
  • Onderzoek welke toetsvormen en opdrachten kwetsbaar zijn.
  • Koppel AI-afspraken aan leerdoelen en beoordelingscriteria.
  • Maak onderscheid tussen toegestaan gebruik, ongeoorloofd gebruik en onduidelijke situaties.
  • Bespreek de beperkingen van AI-detectie.
  • Zorg voor navolgbare procedures bij vermoedens van fraude.
  • Oefen met casussen waarin AI invloed heeft op beoordeling of feedback.
  • Bespreek menselijke controle en verantwoordelijkheden.
  • Betrek privacyprofessionals bij gebruik van studentwerk en toetsgegevens.
  • Zorg voor afstemming tussen centrale kaders, opleidingsbeleid en examenprocedures.

Een sessie kan eindigen met een beoordelingskader, aangepaste procedure of analyse van een bestaande toets.

Doel: begeleiding toegankelijker en consistenter maken zonder menselijke aandacht te vervangen.

Praktische tips:

  • Oefen met het herschrijven van complexe procedureteksten.
  • Maak een korte en een uitgebreide versie van belangrijke informatie.
  • Ontwikkel formats voor herinneringen, doorverwijzing en vervolgcontact.
  • Leg vast welke routinevragen met AI kunnen worden voorbereid.
  • Bepaal welke situaties altijd persoonlijk worden opgevolgd.
  • Integreer kritisch AI-gebruik in studievaardigheidsbegeleiding.
  • Leer studenten een vaste routine om AI-output te controleren.
  • Bespreek toegang, taal, privacy en onzekerheid zonder studenten te labelen.
  • Gebruik geen herleidbare begeleidingsinformatie in openbare AI-toepassingen.
  • Gebruik AI niet zelfstandig voor risico-inschatting of beslissingen over studenten.
  • Deel terugkerende knelpunten met opleiding en beleid.

Een praktijksessie kan eindigen met een triagekaart waarop staat wanneer AI kan ondersteunen en wanneer persoonlijk contact nodig is.

Doel: zorgen dat gekozen toepassingen veilig, toegankelijk en bruikbaar zijn.

Praktische tips:

  • Leg uit welke toepassingen de instelling ondersteunt en voor welke doelen.
  • Maak begrijpelijk welke gegevens niet mogen worden ingevoerd.
  • Laat zien waar privacy-instellingen en gebruiksvoorwaarden staan.
  • Beoordeel compatibiliteit met schermlezers, spraaksoftware en toetsenbordbediening.
  • Bespreek verschillen tussen gratis en betaalde versies.
  • Maak duidelijk wat er met ingevoerde gegevens gebeurt.
  • Ontwikkel een privacy-, beveiligings- en toegankelijkheidscheck.
  • Leg uit wanneer een privacyrisicoanalyse, oftewel DPIA, nodig kan zijn.
  • Betrek verschillende gebruikers bij pilots.
  • Leg vast hoe fouten, incidenten, bias en toegankelijkheidsproblemen worden gemeld.
  • Geef concrete alternatieven wanneer een toepassing niet bruikbaar is.
  • Train functioneel beheerders en servicedeskmedewerkers in de vragen die zij kunnen verwachten.

Scholing voor deze doelgroep moet niet alleen technisch zijn. Ook de gevolgen voor onderwijs, begeleiding, autonomie en gelijke kansen moeten aan bod komen. SURF benadrukt dat AI binnen bestaande kaders voor informatiebeveiliging en governance moet worden toegepast.

Doel: studenten leren AI veilig, kritisch en toegestaan te gebruiken, ongeacht hun voorkennis of ervaring.

Praktische tips:

  • Bied bij de start van de opleiding een korte basismodule.
  • Leg per opleiding en opdracht uit wat wel en niet is toegestaan.
  • Koppel uitleg aan herkenbare studietaken.
  • Laat studenten oefenen met het controleren van AI-output.
  • Bespreek fouten, bias en verzonnen informatie.
  • Leer studenten hoe zij AI-gebruik transparant vermelden.
  • Leg uit welke informatie zij niet mogen invoeren.
  • Wijs op toegankelijke en door de instelling ondersteunde toepassingen.
  • Besteed aandacht aan planning, taalondersteuning, groepswerk en toetsvoorbereiding.
  • Laat studenten strategieën en ervaringen uitwisselen.
  • Zorg voor één centrale plek met regels, toepassingen, tips en contactpunten.
  • Bied een alternatief voor studenten die AI niet kunnen of willen gebruiken.

Een geschikte oefening is het vergelijken van een AI-antwoord met betrouwbaar bronmateriaal. Studenten markeren wat klopt, wat ontbreekt en wat moet worden aangepast.

Alleen uitleggen hoe een tool werkt: een demonstratie van knoppen en functies geeft nog geen antwoord op de vraag wanneer de toepassing verantwoord kan worden gebruikt.

  • Beter: vertrek vanuit een taak en laat deelnemers een afweging maken over meerwaarde, risico’s en alternatieven.

Eén training voor iedereen organiseren: een algemene training sluit onvoldoende aan bij verschillende taken en verantwoordelijkheden.

  • Beter: combineer een gezamenlijke basis met rol- en risicogerichte verdieping.

De scholing alleen op enthousiastelingen richten dan blijven juist medewerkers die onzeker zijn, weinig ervaring hebben of AI in risicovolle processen gebruiken mogelijk buiten beeld.

  • Beter: bepaal per rol welke basis of verdieping nodig is en organiseer deelname als onderdeel van het gewone werk.

Alleen focussen op prompts en efficiëntie: daardoor verdwijnen vragen over privacy, onderwijskwaliteit, bias, toegankelijkheid en menselijke verantwoordelijkheid naar de achtergrond.

  • Beter: verbind iedere toepassing aan professionele waarden, instellingsafspraken en risico’s.

Geen bruikbaar resultaat laten maken: zonder concreet product blijft de stap naar de praktijk groot.

  • Beter: laat deelnemers tijdens de sessie een opdracht, tekst, checklist of werkafspraak ontwikkelen.

Werken met echte persoonsgegevens: dit kan privacy- en beveiligingsrisico’s opleveren.

  • Beter: gebruik fictieve, openbare of volledig geanonimiseerde voorbeelden en alleen goedgekeurde toepassingen.

Geen opvolging organiseren: AI-toepassingen en afspraken veranderen snel. Na een eenmalige bijeenkomst vallen medewerkers bovendien gemakkelijk terug in oude werkwijzen.

  • Beter: plan terugkommomenten, korte actualiseringen en collegiale uitwisseling.

Centrale richtlijnen niet vertalen naar de praktijk: algemene afspraken blijven abstract wanneer opleidingen en diensten niet bepalen wat deze voor hun eigen werk betekenen.

  • Beter: laat iedere opleiding of dienst vastleggen:
    • wat de centrale afspraken in de eigen context betekenen
    • welke formats worden gebruikt
    • waar studenten informatie vinden
    • wie verantwoordelijk is voor vragen
    • hoe knelpunten worden teruggekoppeld
    • wanneer afspraken worden herzien.

Effectieve scholing bestaat niet alleen uit trainingen. Combineer bijeenkomsten met:

  • een centrale bibliotheek met formats en voorbeeldteksten
  • korte instructies en microlearning
  • een aanspreekpunt of helpdesk
  • leergemeenschappen
  • intervisie en collegiale feedback
  • interne AI-contactpersonen
  • terugkerende vragenuurtjes
  • periodieke actualisering
  • een feedbackroute naar beleid en ondersteunende diensten.

Gebruik vragen en knelpunten uit scholingssessies als informatiebron. Ze laten zien waar afspraken onduidelijk zijn, toepassingen onvoldoende toegankelijk zijn of medewerkers aanvullende ondersteuning nodig hebben.

Evalueer het aanbod minimaal wanneer:

  • studenten of medewerkers onvoldoende handelingsperspectief ervaren
  • de instelling een nieuwe toepassing invoert
  • een bestaande toepassing sterk verandert
  • nieuwe regels of richtlijnen gelden
  • incidenten of terugkerende problemen worden gemeld
  • opleidingen verschillende interpretaties hanteren.

Controleer vooraf:

  1. Is duidelijk wie verantwoordelijk is voor het scholingsprogramma?
  2. Zijn de gebruikte AI-systemen en gebruikssituaties in kaart gebracht?
  3. Is duidelijk voor welke doelgroep de scholing bedoeld is?
  4. Sluit de inhoud aan bij concrete taken, kennis en risico’s?
  5. Is er een gezamenlijke basis én rolgerichte verdieping?
  6. Werken deelnemers met veilig en relevant materiaal uit de eigen praktijk?
  7. Eindigt de sessie met een bruikbaar resultaat?
  8. Worden privacy, informatiebeveiliging en menselijke controle behandeld?
  9. Worden toegang, toegankelijkheid en gelijke kansen meegenomen?
  10. Is de scholing zelf digitaal en didactisch toegankelijk?
  11. Is er een alternatief voor mensen die de toepassing niet kunnen gebruiken?
  12. Weten deelnemers welke instellingsafspraken gelden?
  13. Weten zij waar vragen en incidenten kunnen worden gemeld?
  14. Is er tijd beschikbaar om het geleerde toe te passen?
  15. Worden de aangeboden maatregelen en doelgroepen intern vastgelegd?
  16. Is er een terugkommoment of andere blijvende ondersteuning?
  17. Worden vragen en knelpunten teruggekoppeld naar beleid en ondersteunende diensten?
  18. Is geregeld wanneer de inhoud opnieuw wordt beoordeeld?