Terugblik bijeenkomst Studentenwelzijn | Aanwezig

Wat een opkomst! Op 24 maart verzamelden het Landelijk Netwerk Studentenwelzijn zich in congres- en vergadercentrum Domstad voor de bijeenkomst Aanwezig. Een dag waarop onderwijsprofessionals uit mbo, hbo en wo met elkaar doken in een van de meest actuele en herkenbare vragen in het onderwijs: hoe zorgen we ervoor dat studenten écht aanwezig zijn; in de les, online en in het contact met elkaar?

Hoewel het mbo dit keer wat minder vertegenwoordigd was, was de betrokkenheid en interesse in het thema enorm. De gesprekken en uitwisselingen gedurende de ochtend maakten duidelijk hoe breed en urgent het onderwerp leeft. De rode draad van de dag? Aanwezigheid als sleutel tot motivatie, betrokkenheid en welzijn en alles wat daarbij komt kijken.

Start van de ochtend

Dagvoorzitters Evie de Vos (Student Social Work, Hogeschool Rotterdam) en Daantje Gutker de Geus (Masterstudent Health and medical Psychology / Cognitive Neuroscience, Universiteit Leiden) openden de bijeenkomst. Zij benadrukten dat aanwezigheid meer is dan fysiek in een lokaal zitten. Het gaat om betrokken kunnen zijn, op een manier die werkt voor studenten.

“Ik mis soms ook de aanwezigheid van andere studenten.”

– Evie –

Keynote | De studeercrisis in het vervolgonderwijs

Izaak Dekker, Associate lector, HvA schetste hoe dalend collegebezoek, minder zelfstudietijd en AI samen een ‘studeercrisis’ vormen. Hij liet zien wat dit betekent voor leren, binding en welzijn en welke stappen onderwijsinstellingen kunnen zetten.

Izaak Dekker nam de zaal mee in wat hij de studeercrisis noemt: een samenspel van ontwikkelingen die de laatste jaren steeds zichtbaarder worden. Hij schetste hoe dalend collegebezoek, minder zelfstudietijd, de opkomst van AI en een groeiende afhankelijkheid van bijbanen elkaar versterken en daarmee het leerproces én het welzijn van studenten onder druk zetten.

Aanwezigheid als voorspeller van succes
Izaak begon met een simpele maar krachtige constatering:

“Aanwezigheid is de voorspeller van succes en een randvoorwaarde voor zaken zoals formatief toetsen en blended learning.”

Aan de hand van cijfers liet hij zien hoe sterk de aanwezigheid is afgenomen. In de hbo-sectoren Zorg en Techniek daalde het collegebezoek van 43% vóór corona, naar 37,3% tijdens corona, om vervolgens verder weg te zakken tot 30,6% na de lockdown.
Ook de tijd die studenten besteden aan zelfstudie is in tien jaar flink afgenomen: van 39 uur per week in 2016 naar 29 uur in 2024. Steeds vaker geven studenten aan dat voorbereiden “niet nodig” voelt.

De rol van AI: gemak, kansen en nieuwe uitdagingen
Een opvallend onderdeel van de keynote ging over het snel toenemende gebruik van Generatieve AI. Studenten gebruiken AI‑tools inmiddels voor allerlei opdrachten, waardoor de grens tussen eigen werk en gegenereerd werk steeds lastiger te herkennen is. Docenten geven aan moeite te hebben om het verschil te zien, en het aantal gevallen van fraude stijgt.
Tegelijkertijd zorgt AI ervoor dat de noodzaak tot inspanning afneemt. En juist die inspanning, benadrukte Izaak, is belangrijk. Niet alleen om te leren, maar ook voor welzijn.

Engagement begint niet bij motivatie
Izaak schetste een opvallend ander perspectief op motivatie. Volgens hem ontstaat motivatie niet voordat studenten iets doen, maar doordat ze ervaren dat hun inzet iets oplevert. Hij vatte het samen in een herkenbare metafoor:

“Eten wordt pas lekkerder als je een hap neemt.”

Hij benadrukte dat engagement geen lineair proces is, maar een dynamische cirkel, waarbij performance, motivatie, gedrag en engagement elkaar steeds opnieuw beïnvloeden.
Daarbinnen spelen zowel opleiding als student een rol. Engagement gaat over geven en nemen: wat de opleiding biedt (structuur, interactie, duidelijke verwachtingen) én wat de student inbrengt. Belangrijk daarbij is zijn onderscheid tussen:

  • learning engagement (gericht op leren)
  • school engagement (gericht op binding met de opleiding)

Volgens Izaak is aanwezigheid op zichzelf geen engagement, maar actief aanwezig zijn, dat is waar het begint.

Welzijn: niet alleen plezier, maar ook inspanning
Izaak ging ook in op de relatie tussen welzijn, inzet en individualisering. Volgens hem kan een te sterke focus op plezier juist averechts werken:

  • Hoe meer je geluk zoekt in externe prikkels, hoe minder je het van binnenuit ervaart.
  • Inzet en een beetje ‘afzien’ dragen juist bij aan duurzame voldoening.
  • De meest effectieve vormen van leren zijn vaak óók de meest inspannende.

Als AI al het moeilijke werk overneemt, verdwijnt een essentieel onderdeel van leren én welzijn: de ervaring dat inspanning ergens toe leidt.

Retention en engagement
Izaak maakte onderscheid tussen:

  • Retention: individuele redenen waarom studenten blijven of uitvallen, vaak studenten die “net goed genoeg” blijven hangen.
  • Engagement: de combinatie van studentinzet en de kansen die een opleiding biedt; een wisselwerking die voortdurend doorloopt.

Juist die wisselwerking bepaalt volgens hem of studenten een positieve spiraal van betrokkenheid ervaren.

Mogelijke oplossingsrichtingen
Tot slot deed Izaak verschillende suggesties om aanwezigheid en engagement te versterken en daarmee ook het welzijn van studenten:

  • Roosters ruim van tevoren (een heel jaar) beschikbaar maken.
  • Geen opnames van lessen meer aanbieden, om live interactie te stimuleren.
  • Meer practica, contactmomenten en verplichte elementen, die structuur en regelmaat bieden.


Studentenpanel met studenten

Onder leiding van Evie en Daantje vertelden studenten openhartig wat ‘aanwezig zijn’ voor hen betekent. Het gesprek liet meteen zien hoe persoonlijk en gelaagd het onderwerp is. Aanwezigheid gaat voor hen niet alleen over in een lokaal zitten, maar vooral over connectie, gezien worden en ergens thuishoren.

Eén student vatte het gevoel treffend samen:

“Ik heb vaak het gevoel dat ik meer bezig ben met mijn afwezigheid te verantwoorden, in plaats van gewoon af te stemmen.”

Die uitspraak raakte aan een rode draad door het hele gesprek: studenten willen niet gecontroleerd, maar gezien worden. Het maakt een groot verschil als een begeleider even belt wanneer iemand er niet is. Niet als sanctie, maar als blijk van zorg en vertrouwen. Zoals een student zei: “Dan voelt het alsof de school niet tegen me is, maar voor me.”

De cruciale rol van docenten
Studenten benadrukten dat docenten een enorme rol spelen in zowel aanwezigheid als engagement. Lessen moeten waarde toevoegen; alleen een PowerPoint voorlezen is voor hen onvoldoende, omdat die informatie net zo makkelijk online te vinden is. Wat ze wél motiveert: docenten die hun verhaal écht vertellen, die interactie zoeken en die laten merken dat studenten niet zomaar een nummer zijn.
De relatie tussen docent en student bleek daarbij belangrijker dan aanwezigheidsplicht. Studenten gaven aan dat verplichtingen vaak niet leiden tot meer betrokkenheid. Wat volgens hen wél werkt, is merken dat een docent moeite doet om hen te zien, te kennen en te begrijpen.

Thuisgevoel als basis voor aanwezigheid
Veel studenten beschreven hoe belangrijk het groepsgevoel is. Aanwezig zijn voelt makkelijker wanneer je het idee hebt dat je ergens bij hoort, of dat nu in een projectgroep is, in een studieruimte of in de bredere schoolgemeenschap. Een student verwoordde het zo: “Als ik me thuis voel op mijn opleiding, kom ik vanzelf vaker.”
Dat thuisgevoel raakt ook aan welzijn. Studenten gaven aan dat het helpt wanneer welzijn niet iets is dat ‘erbij’ komt, maar geïntegreerd is in het curriculum. Wanneer lessen betekenisvol, praktisch en verbonden zijn met hun echte leven, groeit zowel hun motivatie als hun aanwezigheid.

Praktisch, mensgericht en wederkerig
Het panel maakte duidelijk dat studenten vooral behoefte hebben aan:

  • een veilige omgeving
  • docenten die betrokken zijn
  • lessen met toegevoegde waarde
  • praktische, betekenisvolle opdrachten
  • ruimte om te worden gezien als individu
  • een opleiding die voelt als een plek waar je thuiskomt

Aanwezigheid is daarmee veel meer dan een vinkje op een lijst. Het is een vorm van betrokkenheid, verbinding en menselijkheid, en begint bij de ervaring dat je ertoe doet, in de groep, in de klas en binnen de opleiding.

Sfeerimpressie

Foto’s:
Isabel Wolfs (stagiair ECIO)

Workshops

Tijdens de workshopronde konden deelnemers verschillende invalshoeken verkennen.

Workshop | De (voor-)waarden van aanwezigheid

Rick Ikkersheim, Senior Onderzoeker Betrokkenheid bij het lectoraat Studiesucces van Inholland, over de onderwijskundige, pedagogische, juridische en organisatorische voorwaarden die nodig zijn om aanwezigheid mogelijk te maken.

In de workshop De (voor-)waarden van aanwezigheid liet Rick Ikkersheim zien hoe aanwezigheid, betrokkenheid en motivatie voortdurend op elkaar inwerken. Gedragsmatige, emotionele en cognitieve betrokkenheid vormen samen een wederkerige cyclus: wie komt, raakt meer betrokken en gemotiveerd en komt daardoor makkelijker opnieuw.
Wie wegblijft, verliest juist betrokkenheid en motivatie, waardoor de drempel om te komen steeds hoger wordt. In die neerwaartse lijn ligt studie-uitval op de loer.

Verplichte aanwezigheid: spanning of noodzaak?
Rick benoemde ook de spanning rondom verplichte aanwezigheid. Zo’n verplichting botst soms met flexibiliteit en inclusiviteit, maar tegelijkertijd is het de vraag of onderwijs niet beter functioneert wanneer aanwezigheid explicieter wordt gezien als voorwaarde. Het is daarmee een echt wicked problem:

  • feiten zijn onzeker,
  • opvattingen lopen uiteen,
  • en de belangen van docenten, teams, leidinggevenden en beleidsmakers verschillen.

Daardoor schiet het gesprek gemakkelijk door naar moralisme (“ze moeten er gewoon zijn”) of technocratie (“dan zetten we het in de studiegids”), terwijl er juist behoefte is aan een veranderkundige, rijkere dialoog.

De cruciale rol van onderwijsontwerp en docentaanwezigheid
Wat wel helder werd: fysieke aanwezigheid en actieve betrokkenheid zijn essentieel voor studiesucces, mits het onderwijs zo is ingericht dat het loont om te komen. Dat vraagt om docenten die zelf zichtbaar aanwezig zijn, en om onderwijs dat uitnodigt tot deelname en interactie.

Samen leren vraagt om structurele borging
Omdat leren een gezamenlijk proces is, benadrukte Ikkersheim het belang van structurele borging van aanwezigheid in beleid. Daarbij is sterk leiderschap nodig om inzichten te verbinden met de dagelijkse praktijk én met de cultuur van de organisatie.



Workshop | Aanwezig zijn als jezelf:  inclusiviteit écht inclusief gemaakt

Oumaima Al Abdellaoui en Yazan Orabi – Moslimstudenten Associatie Nederland over de ervaringen van moslimstudenten en de invloed van sociale veiligheid, erkenning en campusvoorzieningen.

In deze deelsessie namen Oumaima Al Abdellaoui en Yazan Orabi ons mee in de ervaringen van moslimstudenten in het mbo, hbo en wo. Namens MSA Nederland, een organisatie die zich inzet voor het vertegenwoordigen, verenigen en versterken van hun achterban van ongeveer 130.000 studenten, vertelden zij hoe sociale veiligheid, erkenning en passende voorzieningen invloed hebben op de mogelijkheid om volledig en ontspannen aanwezig te kunnen zijn op een onderwijsinstelling.
De sessie startte met een aantal prikkelende stellingen, onder andere over stagediscriminatie. De stellingen maakten veel los in de groep en vormden een opening voor de vraag: hoe welkom voelen moslimstudenten zich binnen het Nederlandse onderwijs?

Een grote groep studenten, maar niet altijd meegenomen in ontwerp en beleid
Binnen de leeftijdsgroep 15–28 jaar heeft een aanzienlijke groep studenten een moslimachtergrond. Toch blijken hun behoeften en dagelijkse realiteit niet altijd vanzelfsprekend meegenomen te worden in onderwijsbeleid of campusinrichting.

Het belang van een plek om je terug te trekken
Een terugkerend thema was het ontbreken van toegankelijke stilteruimtes op veel instellingen. Voor studenten die behoefte hebben aan een plek voor gebed of reflectie, maakt zo’n ruimte een groot verschil in hoe welkom en thuis ze zich voelen. Deze voorzieningen zijn niet verplicht, waardoor ze vaak ontbreken.
Daarnaast vertelden Oumaima en Yazan dat deze ruimtes idealiter ook passende faciliteiten bevatten, zoals een mogelijkheid voor rituele wassing. Wanneer die ontbreekt, wijken studenten soms uit naar toiletruimtes, wat niet prettig of passend voelt. Ook gaven Oumaima en Yazan aan dat halal-eten op campussen lang niet overal eenvoudig te verkrijgen is, wat invloed heeft op het verblijf van studenten gedurende de dag.

Religieuze identiteit als onderdeel van wie je bent
Oumaima en Yazan benadrukten dat religie een belangrijk onderdeel is van je identiteit, niet als politiek statement, maar als iets persoonlijks. Inclusie betekent daarom niet alleen het maken van beleid, maar ook het creëren van een cultuur waarin alle identiteiten vanzelfsprekend worden meegenomen.
Een voorbeeld dat genoemd werd, ging over studentenverenigingen. Activiteiten waarbij alcohol centraal staat, sluiten sommige studenten uit, omdat deelname voor hen niet altijd mogelijk of wenselijk is. Daardoor ontstaan aparte verenigingen, niet vanuit isolatie, maar vanuit de behoefte aan een plek waar iedereen zich vrij kan bewegen.

Financiële realiteit en studeerbaarheid
Ook financiële druk kwam aan bod. In de verhalen die MSA terughoort, geven sommige studenten aan dat zij vanwege hun geloofsovertuiging moeite hebben met het betalen van rente op studieleningen, of dat zij thuis financieel moeten bijdragen. Voor sommige studenten, onder wie ook eerste- of tweede generatiestudenten, geldt dat zij niet altijd kunnen terugvallen op een financieel vangnet. Daardoor werken zij vaak naast hun studie, soms meer dan goed voor hen is. De impact hiervan is groot:

  • 1 op de 5 studenten stopt voortijdig met de studie.
  • 58% ervaart negatieve invloed op de studie door financiële druk.

Aanwezig zijn zoals je bent
De kernboodschap van de sessie was helder: echte inclusie betekent dat studenten aanwezig kunnen zijn zoals ze zijn, zonder zich aan te hoeven passen of terug te trekken.
Docenten kunnen daarin veel betekenen. Kleine gebaren, zoals begrip tonen voor studenten die vasten tijdens Ramadan, interesse tonen in iemands achtergrond, of simpelweg laten merken dat je iemand ziet, maken een groot verschil. Het geeft studenten het gevoel dat ze erbij horen en dat de instelling er voor hen is.
De sessie eindigde met een wens van Oumaima en Yazan: dat elke onderwijsinstelling werkt aan een campus waar iedereen zich gezien, erkend en thuis kan voelen, omdat dat de basis is voor motivatie, welzijn én aanwezigheid.

Lees ook deze interessante onderzoeksrapporten op de landelijke kennisbank studentenwelzijn:

Workshop | The Power of Weak Ties

Ghislaine van Bommel, Lecturer & PhD Candidate at Tilburg University over sense of belonging, de rol van introductieweken en hoe juist losse contacten (‘weak ties’) kunnen bijdragen aan het welzijn van studenten.

In deze deelsessie nam Ghislaine van Bommel de deelnemers mee in haar werk rond sense of belonging en studentenwelzijn. Vanuit haar recente onderzoek presenteerde zij een theoretisch kader waarin zij uiteenzette wat zij onder studentenwelzijn verstaat en welke factoren van invloed zijn op het gevoel van verbondenheid dat studenten binnen hun opleiding ervaren.

Sense of belonging: wat bepaalt het?
Ghislaine liet zien dat sense of belonging wordt beïnvloed door verschillende voorspellers, waarvan aanwezigheid een belangrijke is. Hoe vaker studenten deelnemen aan onderwijsactiviteiten en sociale ontmoetingen, hoe meer zij zich verbonden voelen met hun opleiding en hun studiegemeenschap.
Tijdens haar onderzoek volgde zij studenten in de introductieweek om te zien hoe deelname aan deze week doorwerkt in hun gevoel van belonging. De resultaten waren duidelijk: studenten die aanwezig waren bij de introductieweek ervoeren significant meer verbondenheid dan studenten die (deels) afwezig waren.
Interessant was dat dit patroon niet voor alle groepen hetzelfde was. Uit haar onderzoek bleek dat:

  • internationale studenten een opvallend sterke sense of belonging ervaren, ongeacht hun aanwezigheid tijdens de introductieweek;
  • eerste generatiestudenten daarentegen juist een lagere sense of belonging rapporteerden, ook wanneer zij er wél bij waren.

Deze verschillen laten zien dat belonging geen vanzelfsprekendheid is en dat studenten met verschillende achtergronden andere ervaringen en ondersteuningsbehoeften kunnen hebben.

Het spel is bedoeld om studenten te laten ervaren hoe waardevol ‘zwakke banden’ zijn: de losse, informele contacten buiten hun directe kring, klasgenoten die je niet dagelijks spreekt, iemand die je vluchtig kent van een projectgroep of van de introductieactiviteit. Juist deze lichte vormen van verbondenheid kunnen een belangrijke rol spelen in welzijn, netwerkvorming en betrokkenheid binnen de opleiding.

Van theorie naar praktijk: The Power of Weak Ties – The Game
Na het theoretische kader was het tijd om in actie te komen. Ghislaine introduceerde het spel The Power of Weak Ties – The Game, dat nog volop in ontwikkeling is maar al veelbelovend blijkt. De deelnemers konden zelf een deel van het spel uitproberen. Daarbij werd duidelijk hoe eenvoudig en speels het kan zijn om studenten na te laten denken over hun netwerk, hun eigen rol daarin en de manieren waarop laagdrempelig contact bijdragen kan aan hun gevoel van thuis zijn binnen de opleiding.

Workshop | Dialoog onder Druk

Sanne Rooding, begeleider, adviseur, coach & trainer bij WIJschool over omgaan met spanning in gesprekken over gevoelige thema’s en hoe professionals rust en veiligheid kunnen bieden.

In de deelsessie Dialoog onder Druk nam Sanne Rooding de deelnemers mee in een thema dat veel onderwijsprofessionals herkennen: gesprekken die onder spanning komen te staan. Gesprekken waarin overtuigingen botsen, emoties oplopen of groepen tegenover elkaar lijken te staan. Het is precies voor dat soort situaties dat de aanpak Dialoog onder Druk is ontwikkeld, inmiddels erkend én bewezen effectief, en binnen het mbo ondersteund met de subsidie Schurende Gesprekken (1,5 miljoen euro).

Begrenzen en uitnodigen
Centraal stond het model ‘begrenzen en uitnodigen’. Sanne beschreef hoe je als professional ruimte kunt bieden waar dat veilig kan, en grenzen kunt stellen waar dat nodig is. Niet door te sussen of te vermijden, maar door gedrag te begrijpen, helder te zijn over wat wenselijk is, en tegelijkertijd de dialoog open te houden. Het mooie van dit model is dat het niet alleen gaat over studenten, maar ook over groepen, docenten, medewerkers en zelfs teamdynamiek. Spanning zit immers niet alleen in klaslokalen, maar overal waar mensen samenwerken.

Polarisatie in het klaslokaal: erg of onvermijdelijk?
Deelnemers verkenden samen een oefening rondom de vraag: “Polarisatie, is dat eigenlijk zo erg?”

Sanne maakte duidelijk dat botsende overtuigingen niet altijd een incident zijn, maar soms simpelweg onderdeel van een leeromgeving waarin verschillende perspectieven samenkomen. De rol van de docent is daarom niet om alle spanning weg te nemen, maar om die spanning hanteerbaar te maken.

In gesprek over herkenbare situaties
In groepjes gingen deelnemers aan de slag met situaties uit hun eigen praktijk. Iedereen leek wel een voorbeeld te hebben: een student die een harde uitspraak doet, twee groepen die lijnrecht tegenover elkaar staan, een discussie die ineens persoonlijk wordt. Door ervaringen uit te wisselen werd duidelijk hoe universeel deze situaties zijn en hoe waardevol het is om er taal, structuur en handelingsruimte voor te hebben.

Een hulpmiddel om spanning te ontleden
Tot slot introduceerde Sanne een praktisch model dat helpt om spanning in gesprekken beter te begrijpen. Het nodigt uit om te kijken naar vier lagen:

  • Meningen – wat iemand zegt
  • Gedrag – wat iemand doet
  • Zorgen – wat eronder ligt
  • Behoeften – wat iemand eigenlijk probeert duidelijk te maken

Door deze lagen te onderscheiden, ontstaat er ruimte om niet alleen te reageren op wat er gezegd wordt, maar vooral op wat er speelt. Dat maakt het mogelijk om rust te brengen, ruimte te houden én de relatie intact te laten.

Afsluitende lunch

Na de workshops was er tijdens de lunch alle ruimte om nog even door te praten. In kleine groepjes werden ervaringen uitgewisseld, ideeën gedeeld en plannen gemaakt voor de eigen onderwijspraktijk. Een ontspannen moment dat duidelijk veel nieuwe energie opleverde.

We kijken nu al uit naar de volgende bijeenkomst op 16 juni!

Over het Landelijk Netwerk Studentenwelzijn

Het netwerk brengt professionals uit mbo, hbo en wo samen die werken aan het mentale welzijn van studenten. Door kennis te delen en samen oplossingen te verkennen, bouwen we aan een omgeving waarin iedere student zich gezien en gesteund voelt.