Handreiking | Wet- & regelgeving toegankelijk toetsen

“ Houvast toegankelijk toetsen met wettelijke basis.”
Wat is toegankelijk toetsen? Hoe pak je dit aan? Wat zegt de wetgeving hierover?
Toetsen zijn voor veel studenten spannende momenten. Voor studenten met een ondersteuningsbehoefte kan die spanning nog groter worden, zeker als een toets niet goed aansluit op hun mogelijkheden. Steeds meer opleidingen hebben hier aandacht voor. Dat leidt tot waardevolle, maar soms ook lastige vragen. Denk aan discussies over de noodzaak van deskundigenverklaringen, of over wat precies wordt verstaan onder een prikkelarme ruimte. Het zijn terechte vragen, waarop vaak geen eenduidig antwoord bestaat. We besteden hier aandacht aan de wettelijke basis, omdat dit wat houvast kan bieden. Maar spoiler alert: ook met die basis kunnen niet alle dilemma’s weggenomen worden.
Wat is toegankelijk toetsen?
Iedere student verdient een eerlijke kans om te laten zien wat die weet en kan. Toch lopen studenten met een ondersteuningsbehoefte vaak tegen drempels aan bij toetsing en examinering. Niet omdat ze de leerstof niet beheersen, maar omdat de toetsvorm niet past bij hun mogelijkheden. Toegankelijk toetsen betekent dat toetsen en examens zo zijn ontworpen en georganiseerd, dat alle studenten op een eerlijke manier kunnen laten zien wat ze weten en kunnen. Het doel is niet om de eisen te verlagen, maar om belemmeringen weg te nemen die niets met de leerdoelen te maken hebben.
Waarom is dit nodig?
Ongeveer 14% van de studenten in het hoger onderwijs (bron: Staat van inclusief onderwijs 2024) en 28% van de studenten in het mbo (bron: JOB-monitor 2024) heeft een ondersteuningsbehoefte. Het gaat om studenten die belemmeringen ervaren, bijvoorbeeld omdat zij mantelzorger zijn, een chronische ziekte hebben of studeren met psychische klachten. Wanneer toetsen niet goed aansluiten bij deze doelgroep, kan dat leiden tot onnodige studievertraging of zelfs uitval. Voor hen kan een standaardtoets, zoals een schriftelijk tentamen onder tijdsdruk, extra belastend of zelfs ontoegankelijk zijn.
Hoe werken aan toegankelijk toetsen?
- Door inclusief toetsontwerp. Dit houdt in dat toetsen zo ontworpen worden dat verschillende studenten hun kennis en vaardigheden onbelemmerd kunnen aantonen. Denk aan variatie in toetsvormen (bijvoorbeeld schriftelijk, mondeling, video) en gebruiksvriendelijke digitale systemen. Dit verkleint de noodzaak voor individuele voorzieningen en draagt bij aan een meer gelijke uitgangspositie. In dit kader wordt ook wel gesproken over een inclusief toetsontwerp, waarbij er dus proactief werk wordt gemaakt van toegankelijk toetsen.
- Door individuele toetsvoorzieningen. Soms is een student gebaat bij specifieke aanpassingen. Nu zien we dit bijvoorbeeld vaak in de vorm van extra tijd, een prikkelarme ruimte of het gebruik van ondersteunende software. In het mbo wordt dit meestal aangeduid als passend toetsen en examineren, terwijl men in het hbo en wo vaker spreekt over toetsvoorzieningen of individuele aanpassingen. De individuele toetsvoorzieningen zijn maatwerkoplossingen die de toegankelijkheid van toetsen en examens voor individuele studenten vergroten. Hierbij wordt vaak reactief (nadat de student zich heeft gemeld) naar oplossingen gezocht.
Tips & tricks
- Wissel uit met anderen: juist omdat er in de praktijk veel casuïstiek is, is het relevant om met andere onderwijsprofessionals en examencommissies casuïstiek te bespreken. Zo kun je met elkaar benchmarks formuleren.
- Sluit je aan bij landelijke netwerken: naast het landelijk netwerk Toegankelijk toetsen en examineren, zijn er ook andere landelijke netwerken (o.a. toetsen in het mbo, sommige opleidingsspecifieke netwerken).
- Bekijk en bespreek uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens: zo blijf je op de hoogte van hoe zij oordelen in specifieke gevallen.
- Gebruik het stappenmodel: de drie criteria, rechtsgelijkheid, proportionaliteit en doelmatigheid, bieden houvast bij het maken van keuzes in de praktijk.
- Betrek studenten actief: vraag regelmatig feedback aan studenten met verschillende achtergronden en ondersteuningsbehoeften. Hun ervaringen geven vaak nieuwe inzichten.
- Maak toegankelijkheid een vast agendapunt: bespreek in examencommissies, vakgroepen of teamoverleggen structureel de vraag: “Zijn onze toetsen toegankelijk voor iedereen?”
- Blijf leren van pilots en innovaties: experimenteer met variatie in toetsvormen, zoals portfolio’s, praktijkopdrachten of digitale alternatieven, en deel de resultaten met collega’s.
Wetgeving
VN-verdrag Handicap
Het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, geratificeerd door Nederland in 2016, beschermt de rechten van deze personen. Het recht op onderwijs is een belangrijk onderdeel van dit verdrag. Studenten met een beperking hebben het recht om onderwijs te genieten zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen (Artikel 24). Dit pleit voor het inrichten van inclusief onderwijs en toetsontwerp. Daarnaast moeten er, daar waar nodig, redelijke aanpassingen worden geboden aan personen met een beperking zodat zij gelijkwaardig het onderwijs kunnen volgen.
Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte
De WGBH/CZ stelt dat iedereen de kans moet krijgen om – ook binnen het onderwijs – volwaardig mee te doen, op een manier die aansluit bij de eigen mogelijkheden. Dit geldt dus ook voor toetsen en examens.
De wet schrijft voor dat onderwijsinstellingen verplicht zijn, waar nodig, doeltreffende aanpassingen te realiseren zodat studenten met een beperking of chronische ziekte eerlijk kunnen deelnemen aan toetsen en examens. Alleen wanneer zulke aanpassingen een onevenredige belasting vormen, hoeft de instelling ze niet door te voeren. Of sprake is van een onevenredige belasting moet door de onderwijsinstelling serieus worden onderzocht en beargumenteerd.
Motie Westerveld (2019)
In 2019 is een motie van het Kamerlid Westerveld aangenomen, waarin wordt verzocht dat onderwijsinstellingen alternatieve toetsvormen altijd beschikbaar stellen en dat studenten actief geïnformeerd worden over het bestaan daarvan. Deze motie onderstreept de noodzaak van flexibiliteit bij toetsing voor studenten met een ondersteuningsbehoefte en passende informatievoorziening hierover. Hoewel de wet al stelt dat doeltreffende aanpassingen verplicht zijn, is de motie bedoeld om een extra stok achter de deur te bieden om veranderingen door te voeren. Het is wenselijk om in geval van afwijzing van een alternatieve toetsvorm dit inhoudelijk goed te onderbouwen.
Werkagenda VN-verdrag Handicap 2025–2030
In 2026 is het tien jaar geleden dat Nederland het VN-verdrag Handicap ratificeerde. Dat verdrag verplicht de overheid en instellingen om gelijke behandeling en volwaardige participatie voor iedereen te garanderen.
Met de recente werkagenda 2025–2030 zet het kabinet nieuwe stappen richting een volledig toegankelijke samenleving in 2040. Voor het onderwijs betekent dit onder meer:
- Verbetering digitale toegankelijkheid;
- Begeleiding van school naar duurzaam werk;
- Betere overstap van v(s)o naar mbo;
- Verbetering begeleiding tijdens beroepspraktijkvorming (BPV);
- Onderzoek naar maatwerk in hbo en wo.
Praktijk is weerbarstig
Hoewel wet- en regelgeving een basis biedt voor bijvoorbeeld examencommissies om aanvragen van voorzieningen te beoordelen levert het in de praktijk toch de nodige vragen en dilemma’s op. De weten hanteert immers open normen, want wat zijn ‘redelijke aanpassingen’ en ‘onevenredige belasting’. Dit kan per casus verschillen, waardoor het opstellen van vaste normen niet goed mogelijk is. Uitgangspunt is dat de examencommissie de belemmering van de student serieus neemt en onderzoek doet naar de mogelijkheden om die belemmeringen weg te nemen.
3-stappenmodel
Maar hoe vertaal je deze wettelijke kaders naar de dagelijkse praktijk van toetsen en examineren? ECIO ontwikkelde hiervoor het 3-stappenmodel Toegankelijk Toetsen (hbo/wo) (mbo), dat instellingen helpt bij het afwegen van verzoeken en het ontwerpen van toegankelijk toetsbeleid. Bij de beoordeling van verzoeken om voorzieningen, aanpassingen of alternatieven bij toetsing en examinering dient de examencommissie zich feitelijk te beperken tot de volgende 3 criteria:
- Competenties: de aanpassing mag niet leiden tot oneerlijke voordelen of nadelen voor studenten. Met de aanpassing worden dezelfde competenties getoetst als met de oorspronkelijke toets en men komt tot hetzelfde oordeel (kwaliteitsborging).
- Doeltreffendheid: de aanpassing moet bijdragen aan het wegnemen van een relevante belemmering en daarmee het doel van de toets beter dienen.De aanpassing is daarmee doeltreffend (geschikt en noodzakelijk).
- Belasting onderwijsinstelling: De aanpassing wordt toegekend, tenzij deze een onevenredige belasting voor de instelling vormt.
Uitgangspunt hierbij is dat de onderwijsinstelling onderzoek moet doen wat er mogelijk is aan doeltreffende aanpassing. Door deze criteria systematisch te gebruiken, ontstaat er een transparant en verdedigbaar toetsbeleid waarin de balans tussen toegankelijkheid en kwaliteit bewaakt blijft.
