Artikel | 3-stappenmodel toegankelijk toetsen en examineren in het mbo

Theorie en praktijk
Leidraad bij verzoeken rondom toetsing en examinering.
Het 3-stappenmodel beschrijft de drie criteria die examencommissies in het mbo in overweging nemen wanneer zij een verzoek krijgen rondom toetsing en examinering. Denk hierbij aan voorzieningen, aanpassingen of alternatieve manieren van toetsing.
Wat biedt het model?
Het model bevat de volgende drie criteria: 1) competenties; worden dezelfde competenties getoetst na aanpassingen, 2) doeltreffendheid; neemt de aanpassing het probleem adequaat weg en 3) belasting onderwijsinstelling; vormt de aanpassing geen onevenredige belasting voor de onderwijsinstelling.
Voor wie is het model?
Het stappenmodel is voor examencommissies, studentendecanen, toetsontwikkelaars, beleidsmedewerkers.
De criteria van stappenmodel
Bij de beoordeling van verzoeken om voorzieningen, aanpassingen of alternatieven bij toetsing en examinering dient de examencommissie zich feitelijk te beperken tot de volgende 3 criteria:
Criterium 1 | Competenties
Met de aanpassing worden dezelfde competenties getoetst als met de oorspronkelijke toets en men komt tot hetzelfde oordeel (kwaliteitsborging). Dit criterium heeft betrekking op de eisen die benoemd staan in het kwalificatiedossier. De aanpassing mag niet leiden tot een verlaging van het niveau en afbreuk van de kwalificatie eisen. Borging daarvan wordt bevorderd door gebruik van een toetsmatrijs.
Toelichting
De aanpassing of voorziening heeft géén invloed op de inhoud en de moeilijkheidsgraad van de toets of examen. Met andere woorden: de student gaat daardoor niet beter of slechter scoren dan andere studenten met dezelfde kennis of vaardigheden. Toetstijdverlenging bijvoorbeeld kan worden toegepast als de factor tijd GEEN deel uitmaakt van de toetscriteria. Indien gekozen wordt voor een andere toetsvorm (mondeling vs. schriftelijk of open vragen vs. MC etc.) of praktijkexamen, dan zal via de toetsmatrijs geborgd moeten zijn dat dezelfde kennis en/of vaardigheden getoetst worden en ook dat deze vergelijkbaar en in dezelfde verhouding wordt/worden beoordeeld. Het kwalificatiedossier is hierin leidend.
Criterium 2 | Doeltreffendheid
De aanpassing is doeltreffend (geschikt en noodzakelijk). Dit betekent dat de toegekende voorziening cq de aanpassing cq de alternatieve toets(vorm) het probleem waar de student tegenaan loopt adequaat wegneemt (geschikt) en dat dat niet op een andere (wellicht eenvoudigere en/of goedkopere) manier kan (noodzakelijk).
Toelichting
De termen doeltreffend, geschikt en noodzakelijk komen uit de oorspronkelijke MEMORIE VAN TOELICHTING bij de WGBH/CZ (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28169-3.html , december 2001). Hierin staat het volgende: “De aanpassingen moeten doeltreffend zijn. Dit houdt in dat ze geschikt en noodzakelijk moeten zijn om de gehandicapte of chronisch zieke als ieder ander te laten deelnemen aan het maatschappelijk leven. Geschikt is die aanpassing die belemmeringen van welke aard dan ook kan wegnemen en die de zelfstandigheid en volwaardige participatie en integratie van de gehandicapte of chronisch zieke kan bevorderen. Dit dient allereerst onderzocht te worden. Daarnaast moet worden nagegaan of de gevraagde voorziening ook noodzakelijk is, in die zin dat mogelijk met een andere (mogelijk minder kostbare) voorziening hetzelfde doel bereikt zou kunnen worden. (…) Uiteraard is hierbij de inbreng van de kant van de gehandicapte tevens van belang.” De basis is dus een dialoog met de student.
Criterium 3 | Belasting onderwijsinstelling
De aanpassing wordt toegekend, tenzij deze een onevenredige belasting voor de onderwijsinstelling of het leerbedrijf vormt.
Hierbij kan worden gekeken naar de tijd en geld dat een aanpassing vraagt. Een onderwijsinstelling of leerbedrijf mag nooit op voorhand zeggen dat een aanpassing niet uitvoerbaar is, maar moet altijd eerst onderzoek doen naar de mogelijkheden.
Toelichting
Pas nadat is vastgesteld welke aanpassing (met welk prijskaartje) doeltreffend is, kan de vraag worden gesteld of het treffen van deze aanpassing niet een onevenredige belasting vormt. Het Besluit algemene toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte (juni 2017) zegt hierover:
“Of een te treffen voorziening een onevenredige belasting vormt voor degene tot wie het verbod van onderscheid zich richt, houdt een weging in van de baten en lasten van die voorziening. In zijn algemeenheid betekent dit dat een brede afweging wordt gemaakt. Met betrekking tot de baten wordt gekeken naar de positieve impact op het realiseren van een inclusieve samenleving en de voordelen die de verbetering van de toegankelijkheid oplevert voor de organisatie. Hierbij kan gedacht worden aan het vergroten van de potentiële doelgroep door het wegnemen van obstakels…” Er moet dus altijd onderzoek worden gedaan naar de mogelijkheden voor individuele aanpassingen en niet op voorhand worden gezegd dat een aanpassing niet uitvoerbaar is.
Wet- en regelgeving mbo passend toetsen en examineren
- Wet Educatie en beroepsonderwijs
- Regeling aangepaste wijze of vorm van examineren centrale examens mbo (CVTE regels)
- VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap
- Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap of Chronische ziekte
Dit artikel is tot stand gekomen is samenwerking met Kennispunt Passend Onderwijs.
