Studentervaring | B’Elanna over toegankelijk toetsen

foto BÉlanna

“Door mijn vertraagde informatieverwerking heb ik vaak meer tijd nodig.”

B’Elanna, een 27-jarige masterstudent Pedagogische Wetenschappen deelt haar persoonlijke ervaring met toegankelijk toetsen. Als laat gediagnosticeerde autistische vrouw benadrukt ze het belang van keuzevrijheid en flexibiliteit binnen toetsing, zodat ieders kwaliteiten beter tot hun recht komen. Haar verhaal biedt waardevolle inzichten voor onderwijsprofessionals die werken aan inclusiever onderwijs. B’Elanna zit in haar afstudeerjaar en gebruikt haar ervaringskennis om bewustwording te vergroten en verbeteringen in het onderwijssysteem aan te dragen.

Wat is jouw algemene ervaring met toetsen in het hoger onderwijs?


B’Elanna: “Mijn ervaring is wisselend. Er zijn verschillende vormen van toetsing en de ene levert voor mij meer belemmeringen op dan de andere. Over het algemeen heb ik positieve ervaringen met schriftelijke toetsen.”

Kun je een voorbeeld geven van een toets die voor jou toegankelijk voelde?

B’Elanna: “Het hangt erg af van de docent en de cursus. Soms is de toetsvorm heel duidelijk, wat fijn is. Maar als de toetsvorm niet goed bij me past, is er vaak weinig flexibiliteit. Sommige docenten denken goed mee, anderen houden zich strikt aan de regels. Dat maakt me soms afhankelijk van de houding van de docent.

Een positief voorbeeld: bij een literatuuronderzoek moest je standaard in tweetallen werken. Mijn medestudent en ik liepen vast in de samenwerking. De docent dacht mee en gaf mij de mogelijkheid om het onderzoek individueel te doen, met alternatieve deadlines. Dankzij die flexibiliteit kon ik het vak succesvol afronden.”

“Sommige docenten denken goed mee, anderen houden zich strikt aan de regels. Dat maakt me afhankelijk van de houding van de docent.”

En zijn er ook negatieve ervaringen geweest?

B’Elanna: “Ja. Voor een vak moest ik mijn standpunt verdedigen door mezelf te filmen en dat filmpje in te leveren. Dat werkte niet voor mij. Omdat ik thuis tegen een camera sprak, voelde het niet alsof ik een toets maakte. Ik werd ongemakkelijk en begon te stotteren, waardoor mijn verhaal minder goed overkwam. Als ik een essay had geschreven, had ik mijn standpunt beter kunnen onderbouwen, maar die optie was er niet.

Een ander voorbeeld komt uit mijn eerdere studie Social Work. Daar oefenden we vaak gespreksvaardigheden met acteurs. Omdat de situatie niet echt voelde, liep ik daar vaak op vast. In stages of echte werksituaties gingen zulke gesprekken veel beter. Toch werd ik tijdens de opleiding vooral beoordeeld op de oefensituaties, waardoor mijn kwaliteiten niet altijd goed zichtbaar waren.”

Wat is jouw ervaring met voorzieningen voor tentamens?

B’Elanna: “Ik vind het heel prettig dat ik standaard extra tijd heb gekregen. Door mijn vertraagde informatieverwerking heb ik vaak meer tijd nodig om vragen goed te begrijpen. Bij mijn vorige studie kreeg ik toetsen vaak niet op tijd af, maar nu lukt dat veel beter. Ik hoefde geen medische documenten te overleggen; een gesprek was voldoende. Dat waardeerde ik, want in een diagnoseverslag staan veel privacygevoelige gegevens.

Daarnaast zijn er aparte toetsgebouwen: een groot gebouw voor studenten zonder extra tijd en een kleiner, rustiger gebouw voor studenten mét extra tijd. Daar zitten maximaal vijftig studenten, wat veel minder prikkels geeft dan een zaal met honderden mensen. Dat scheelt enorm.

Een minder fijne ervaring had ik bij een gesprek met een decaan. Op de website stond dat flexibele deadlines mogelijk waren, maar toen ik ernaar vroeg, zei de decaan direct: ‘Daar doen ze toch niks mee.’ Zonder te luisteren naar mijn situatie was het gesprek klaar. Dat vond ik echt vervelend. Het is belangrijk dat informatie klopt én dat er geluisterd wordt.”

Wat zou volgens jou beter kunnen in de manier waarop toetsen worden ingericht?

B’Elanna: “Keuzevrijheid! Bied meerdere gelijkwaardige opties die hetzelfde leerdoel toetsen. Als het gaat om de onderbouwing van een standpunt, hoeft dat niet per se via een filmpje. Een essay of een live presentatie kan ook. Dat zou niet alleen goed zijn voor studenten met een functiebeperking, maar voor iedereen. Iedereen leert en presteert op een andere manier.

Daarvoor is het wel belangrijk dat docenten de tijd en ruimte krijgen om alternatieven te beoordelen. Dat moet ook in beleid en randvoorwaarden geregeld worden.”

“Iedereen leert en presteert op een andere manier. Toetsing moet daar ruimte voor bieden.”

Het verhaal van B’Elanna laat zien dat toegankelijk toetsen niet draait om één uniforme aanpak, maar om flexibiliteit en keuzevrijheid. Door alternatieve toetsvormen aan te bieden, voorzieningen serieus te nemen en goed te luisteren naar studenten, kunnen onderwijsprofessionals bijdragen aan een inclusiever onderwijssysteem waarin ieders kwaliteiten zichtbaar worden.

Tips voor onderwijsprofessionals

  • Bied op voorhand verschillende toetsvormen aan en wees open voor aanpassingen.
  • Zorg dat er in beleid ruimte is voor verschillende toetsvormen.
  • Maak individueel werken mogelijk als samenwerken geen leerdoel is. Niet iedereen functioneert goed in groepen, en dat mag erkend worden.
  • Normaliseer het gebruik van fidgets tijdens toetsen, zolang ze anderen niet storen.
  • Zorg dat de informatievoorziening klopt. Op de website moet staan wat er daadwerkelijk mogelijk is.