Terugblik Werkconferentie Stijn 2026

Studentenwelzijn is geen project met een deadline, maar een structurele verantwoordelijkheid van iedereen in en rond het onderwijs. Maar hoe zorg je dat die verantwoordelijkheid ook echt gedragen wordt, juist als niet iedereen vanzelf meegaat? Die vraag stond centraal tijdens de vierde werkconferentie van Stijn, op 24 september 2026 in de Tolhuistuin in Amsterdam.

Zo’n 175 professionals uit het mbo, hbo en wo, gemeenten en de preventie- en zorgpraktijk kwamen samen. Stijn, het programma van het Trimbos-instituut, Pharos en ECIO, ondersteunt hen bij een integrale aanpak van studentenwelzijn. De rode draad van de dag, onder meer in de workshops, waren de drie bouwstenen van het Framework Studentenwelzijn:

  • een steunend, veilig en inclusief (studie)klimaat; preventie,
  • vroegsignalering en studentbegeleiding;
  • een welzijnsbevorderende leeromgeving.

In de werksessies ging het om draagvlak in de breedste zin: niet alleen bij bestuurders, maar in de hele organisatie en daarbuiten. Wat is er nodig om mentale gezondheid en het voorkomen van middelengebruik hoog op de agenda te krijgen, en daar ook te houden?

Keynote Eveline Crone: jongeren over polarisatie

Het programma opende met een inspirerende keynote van Eveline Crone over jongeren, mentale gezondheid en opgroeien in een complexe samenleving.

“Jongeren zeggen zelf dat meningsverschillen niet het probleem zijn, maar wel hoe we ermee omgaan. Ze hebben vaak zelf creatieve, out-of-the-box oplossingen, maar dan moeten we ze wel horen.”
Eveline Crone

Tussen hun 10e en 25e maken jongeren een vormende fase door: hun brein verandert sterk, ze ervaren emoties intenser en spiegelen zich meer aan de mensen om hen heen. Tegelijk groeien ze op in een tijd waarin crises zich opstapelen, van oorlog en geopolitieke spanningen tot klimaatverandering, ongelijkheid en pandemieën. Daarbij ervaren ze druk door studie en prestaties en door de wens om ergens bij te horen. Mentale gezondheidsklachten onder jongeren nemen toe. Toch benadrukte Crone dat het met veel jongeren juist goed gaat en dat ze graag een positieve bijdrage leveren aan de samenleving.

Crone deelde inzichten uit nieuw onderzoek naar hoe jongeren polarisatie ervaren, uitgevoerd mét jongeren, want zij zijn de experts over hun eigen leven. Het woord polarisatie kennen ze lang niet altijd, de dynamiek herkennen ze wel. Sociale media spelen daarin zowel een positieve als een negatieve rol. Jongeren die zich meer zorgen maken, voelen zich bovendien minder gehoord, en dat werkt door in hun welzijn. Zo zijn zij als een kanarie in de kolenmijn.

Wat vinden jongeren zelf dat er moet gebeuren? Zoek naar overeenkomsten en blijf met elkaar in gesprek, ook als je van mening verschilt, aan de keukentafel én in de klas. Stop met het aanwijzen van zondebokken. Besteed op school aandacht aan diversiteit, debat en vooral aan echt naar elkaar luisteren. En wees je bewust van de invloed van algoritmes.

Daarmee sloot de keynote mooi aan bij een van de jaarthema’s van Stijn: zingeving. Jongeren hebben ruimte nodig om de wereld te ontdekken, sociale relaties op te bouwen en impact te maken. Door hun perspectief centraal te stellen en om te zetten in beleid, krijgen we daar zelf ook handelingsperspectief voor.

Na de plenaire opening splitste het programma zich: deelnemers volgden ’s ochtends óf een werksessie óf een workshop met een bezoek aan de Stijn-expositie, en ’s middags precies andersom. Zo combineerde iedereen inhoudelijke verdieping met strategische uitwisseling.

Workshops: verdieping en praktijkvoorbeelden

De workshops sloten aan bij de bouwstenen van het Framework Studentenwelzijn. Acht sessies, verdeeld over twee rondes, boden verdieping, praktijkvoorbeelden en concrete handvatten.

Workshopronde 1

Workshop Stress: vijand of bondgenoot? Mentale weerbaarheid in het onderwijs

Door Jeroen Davids, sport- en prestatiepsycholoog

Waar ging de workshop over?
Mentale weerbaarheid is een belangrijke voorspeller van hoe je met stress omgaat. Reden genoeg om er in het onderwijs aandacht aan te besteden. Deelnemers ervoeren in een oefening eerst zelf stress. Daarna bedachten ze zoveel mogelijk manieren om het leven van studenten zo stressvol mogelijk te maken. Die omgekeerde oefening vormde het startpunt voor het gesprek: welke van deze situaties komen in de praktijk al voor, en hoe kunnen we studenten daarin ondersteunen?

3 belangrijkste inzichten

  1. Stress is persoonlijk: wat voor de één stressvol is, hoeft dat voor de ander niet te zijn.
  2. Mentale weerbaarheid voorspelt hoe studenten met stress omgaan en verdient daarom een vaste plek in het onderwijs.
  3. Door stressvolle situaties bewust uit te vergroten, zie je sneller welke daarvan in je eigen praktijk al voorkomen en waar je studenten kunt ondersteunen.

Hoe sluit dit aan bij integraal werken en het Framework Studentenwelzijn?
De workshop sluit aan bij de bouwsteen Welzijnsbevorderende leeromgeving. Die vraagt erom dat de ontwikkeling van mentale vaardigheden onderdeel is van het onderwijsontwerp, en dat het onderwijs zo is georganiseerd dat prestatiedruk en stress afnemen.

Workshop Leergeluk — hoe praktijkgericht onderzoek richting geeft aan een welzijnsbevorderende leeromgeving

Door Margriet van Mil, practor Leergeluk bij Ter AA

Waar ging de workshop over?
Wat hebben studenten nodig om goed tot leren te komen én goed in hun vel te zitten? Waar gaat hun leren van aan, en waar juist van uit? En wat doet de manier waarop wij leerontwerp en onderwijsomgeving inrichten met hun welzijn? Tijdens de opdracht ontstond vanuit de deelnemers zelf het gesprek over hoe waardevol studenten het huidige onderwijs ervaren, en over maatschappelijke ontwikkelingen die meespelen bij aan- en afwezigheid. Sluiten we nog aan bij wat studenten nodig hebben, zowel inhoudelijk als in hoe hun leven is georganiseerd? En in hoeverre passen we ons onderwijs aan op problemen die deels buiten het onderwijs ontstaan?

3 belangrijkste inzichten

  1. Leren gaat uit als er te weinig betekenisvolle momenten in de les zijn. Door studenten kennis actief te laten verwerken, groeien plezier en motivatie, en worden ook studenten die eerder minder zichtbaar waren weer zichtbaar.
  2. Leergeluk ontstaat wanneer studenten het nut van de les inzien, ruimte ervaren voor eigen inbreng, groeien door eigen inspanning, begeleiding krijgen die tot actie aanzet, een rustige en positieve sfeer ervaren en korte, duidelijke instructie krijgen.
  3. Studenten leggen hun leergeluk grotendeels buiten zichzelf, zo blijkt uit onderzoek van het practoraat. Bij doorvragen tonen ze veel begrip voor wat docenten proberen te bereiken, maar veel onvrede blijft onuitgesproken.

Hoe sluit dit aan bij integraal werken en het Framework Studentenwelzijn?
De welzijnsbevorderende leeromgeving stond centraal, nauw verweven met een veilig en inclusief klimaat. De workshop gaf praktische handvatten om aan de knoppen van de leeromgeving te draaien. De bouwstenen van leergeluk sluiten bovendien mooi aan bij de Zelfdeterminatietheorie, de wetenschappelijke basis van het framework: eigen inbreng versterkt autonomie, groeiervaring versterkt competentie en een positieve sfeer versterkt verbondenheid.

Workshop Vitaal MBO — van studentwelzijn naar toekomstig vakmanschap

Door dr. Silvia Brouwer (Practoraat Vitaliteit Alfa-college) en Natascha Fennema (MBO Raad)

Waar ging de workshop over?
Mbo-studenten hebben vaak met meerdere problemen tegelijk te maken. Als hun welzijn daalt, stijgt de kans dat ze voortijdig stoppen met school, en dat is kostbaar. Door in te zetten op studentenwelzijn kan een school dit verminderen. Vitaal MBO volgt daarvoor de vier pijlers van de Gezonde School: educatie, schoolomgeving, signaleren en beleid, met als doel dat vitaliteit een vast onderdeel wordt van het onderwijs. De sprekers lieten zien wie de belangrijke spelers zijn op instellingsniveau (zoals beleidsmedewerkers) en op coördinatieniveau (zoals vertrouwenspersonen), en hoe je met hen een groep vormt om de aanpak in te voeren. Een praktijkvoorbeeld liet zien hoe studentenparticipatie kan leiden tot een concreet product, zoals een lessenreeks over mentale gezondheid. Daarbij waren ze eerlijk: de praktijk is altijd weerbarstiger dan het plan, en elke instelling geeft de aanpak op haar eigen manier vorm.

3 belangrijkste inzichten

  1. Het perspectief van de student is onmisbaar. De sprekers onderzochten samen mét studenten wat hun mentale welzijn bevordert.
  2. Als onderwijsprofessionals zelf beperkt zicht hebben op wie er binnen studentenwelzijn werkzaam is, vinden studenten de weg naar ondersteuning vaak ook lastig.
  3. Cultuurverandering kost tijd. Denk vooraf goed na over hoe je iedereen tijdig en duidelijk informeert, want dat proces duurt langer dan je verwacht.

Hoe sluit dit aan bij integraal werken en het Framework Studentenwelzijn?
Vitaal MBO is integraal werken in de praktijk, zowel tussen als binnen instellingen. Vanuit de Gezonde School werken 36 instellingen samen, elk met een eigen Vitaal MBO-coördinator. De verbindende factor is beroepsvitaliteit: studenten staan stil bij wat ze fysiek, mentaal en emotioneel nodig hebben om hun toekomstige beroep goed uit te oefenen. Mentaal welzijn staat daarbij nooit op zichzelf, maar hangt samen met onderwerpen als sport, roken en sociale relaties. Binnen de instelling werken commissies van verschillende locaties vanuit één gezamenlijke visie. Elke locatie levert iemand met eigen expertise, bijvoorbeeld een veilige-schoolcoördinator of een pastor, en samen adviseren zij de directeuren. Dat sluit aan bij de voorwaarden Leiderschap en beleid en Stakeholderparticipatie. De pijlers van de Gezonde School komen bovendien terug in de voorwaarden en bouwstenen van het framework, en het inzicht over vindbaarheid van ondersteuning raakt aan de bouwsteen Preventie, vroegsignalering en studentbegeleiding.

Workshop Breindiversiteit

Door ROC Midden Nederland, Marleen van Egdom (expert leren en gedrag) & Frouke Vegter (expert leren en gedrag

Waar ging de workshop over?
Docenten zien hun studenten elke dag. Juist daarom is het belangrijk om stil te staan bij hoe verschillend breinen werken, en wat dat betekent voor hoe je als docent handelt. De workshop ging over breindiversiteit bij studenten en over hoe docenten in de klas het verschil kunnen maken.

3 belangrijkste inzichten

  1. Neurodivergente studenten in het mbo, hbo en wo dragen vaak al een rugzak vol negatieve ervaringen van de basisschool en middelbare school mee. Volgens de workshophouders zijn zij tot hun twaalfde al zo’n 20.000 keer vaker negatief aangesproken dan leeftijdsgenoten zonder neurodivergent brein.
  2. Individuele begeleiding en training helpen, maar docenten maken het verschil. Het gaat erom dat zij de student echt zien en aansluiten bij wat die nodig heeft.
  3. Ook het onderwijssysteem en het gebouw moeten aansluiten bij neurodiverse studenten. Daar wordt nu vaak nog geen rekening mee gehouden, en het gesprek erover, zeker op managementniveau, blijkt vaak moeizaam.

Hoe sluit dit aan bij integraal werken en het Framework Studentenwelzijn?
De workshophouders koppelden hun verhaal aan de preventiepiramide. De top daarvan, die idealiter zo’n 5% beslaat, wordt steeds groter en de problematiek steeds complexer. Daarom zijn ze ‘gezakt in de piramide’: ze trainen docententeams, zodat docenten in de klas al beter kunnen aansluiten. Dat raakt direct aan de bouwsteen Preventie, vroegsignalering en studentbegeleiding en aan de voorwaarde Kennis en kunde. De oproep om ook systeem en gebouw aan te passen, sluit aan bij de toegankelijkheid van de leeromgeving (Welzijnsbevorderende leeromgeving) en de inrichting van de fysieke ruimte (Steunend, veilig en inclusief (studie)klimaat). En dat het gesprek op managementniveau lastig is, laat zien hoe belangrijk de voorwaarde Leiderschap en beleid is.

Workshopronde 2

Workshop Belonging en praktische filosofie: een inleiding en een oefening

Door Paul Teule, Hogeschool voor Toegepaste Filosofie

Waar ging de workshop over?
De workshop bood een inleiding in praktische filosofie en de relatie met belonging, gevolgd door een oefening. Centraal stond hoe praktische filosofie ruimte kan bieden om samen na te denken over wat je drijft en waar je naartoe wilt.

3 belangrijkste inzichten

  1. Filosofie geeft inzicht in de ideeën van anderen. Praktische filosofie gaat een stap verder en helpt je ook je eigen ideeën te onderzoeken.
  2. Praktische filosofie schept vrije ruimte om de richtinggevende ideeën in je werk op te sporen, en zo jezelf beter te leren kennen.
  3. Onderwijsinstellingen kunnen hun standaardaanbod verrijken met een oefenruimte waarin studenten samen denken, onderzoeken en richting vinden.

Hoe sluit dit aan bij integraal werken en het Framework Studentenwelzijn?
De workshop sluit aan bij de bouwsteen Steunend, veilig en inclusief (studie)klimaat, die draait om sense of belonging en verbondenheid met jezelf en je omgeving. Een oefenruimte in het onderwijsaanbod raakt daarnaast aan de Welzijnsbevorderende leeromgeving. Ook past het onderwerp bij motivatie en zingeving, dat het framework noemt als thema binnen positieve mentale gezondheid.

Workshop Re:Link | Bouwen aan existentiële oefenruimte: werken met pop-up zingeving

Door Martin Jans

Waar ging de workshop over?
Re:Link ontwerpt betekenisvolle ontmoetingen door geestelijke verzorging en social design te combineren, met pop-up zingeving in de publieke ruimte, binnen en buiten onderwijsinstellingen. Neem de dilemma-generator: een soort kauwgomballenautomaat met balletjes vol verschillende situaties. Deelnemers kiezen tussen twee situaties en gaan daarna in gesprek over hun keuze. Of het Faallokaal, dat deelnemers zelf mochten ervaren: je stapt letterlijk over een drempel, sluit de deur achter je en deelt anoniem een moment waarop het misging. Bij het ontwerpen van zulke activiteiten let je op drie elementen: de plek (afgestemd op context en moment), de vorm (eerst verleiden, dan verdiepen) en de inhoud (existentiële thema’s).

3 belangrijkste inzichten

  1. Zingeving kan laagdrempelig beginnen. Een speels of prikkelend element verleidt mensen om met elkaar in gesprek te gaan; de verdieping volgt daarna.
  2. Veiligheid en anonimiteit maken kwetsbaarheid mogelijk. In het Faallokaal zorgden de drempel, de dichte deur en het anoniem delen ervoor dat je iets kwetsbaars kunt benoemen en letterlijk achter je kunt laten. Dat leverde herkenning en verbondenheid op: je bent niet de enige die weleens faalt.
  3. Je hoeft niet alles zelf te bedenken. Existentiële thema’s zijn universeel; de kunst is om de juiste plek en vorm te vinden voor je doelgroep en het moment.

Hoe sluit dit aan bij integraal werken en het Framework Studentenwelzijn?
Integraal werken betekent volgens het framework ook samen werken, waarbij iedere partij een stukje van de puzzel legt. Hier werken geestelijke verzorging en social design samen, en brengt een externe partner activiteiten naar de onderwijsinstelling: Stakeholderparticipatie in de praktijk. De sterkste koppeling ligt bij de bouwsteen Steunend, veilig en inclusief (studie)klimaat. Veiligheid, verbondenheid en herkenning vormden de kern van het Faallokaal, en het werken in de fysieke ruimte past bij de gedachte van de Sticky Campus: een omgeving waar studenten willen blijven plakken. Ook de bouwsteen Preventie, vroegsignalering en studentbegeleiding komt terug. De pop-ups zijn laagdrempelig en voor iedereen toegankelijk, en het bespreekbaar maken van falen sluit aan bij mentale gezondheidsvaardigheden zoals open zijn over problemen en hulp durven vragen. Werkvormen als de dilemma-generator zijn daarnaast goed in te zetten in lessen of mentoruren (Welzijnsbevorderende leeromgeving). Zo laat de workshop mooi zien hoe de bouwstenen elkaar versterken: wie zich gezien en gehoord voelt, durft open te zijn over een hulpvraag en kan daardoor blijven studeren.

Workshop Resilience Labs | Ruimte voor innerlijke ontwikkeling in tijden van transitie

Door Catriona McConnell, Denise Kramer en Niels van der Mast, Hogeschool Windesheim

Waar ging de workshop over?
Na de pandemie kwam er meer aandacht voor studentenwelzijn. Binnen de bachelor Global Project and Change Management van Windesheim leidde dat tot de Resilience Labs, samen met studenten ontwikkeld op basis van wat zij nodig hadden. De labs zijn onderdeel van Personal and Professional Development en bouwen voort op het Inner Development Framework: de persoonlijke ontwikkeling van studenten en hoe zij zich tot anderen verhouden. Welbevinden wordt daarbij gezien als iets collectiefs; het doel is een sterkere sense of belonging en collectieve veerkracht, van isolatie naar verbinding. Eerste- en tweedejaars volgen een lab van vier weken, dat afsluit met een kleine tentoonstelling en ruimte voor reflectie. Rationeel, emotioneel, lichamelijk en intuïtief leren komen samen. Zo leren studenten in Nervous system resilience herkennen of ze in een fight-, flight- of freeze-reactie zitten en hoe ze daaruit komen, en werken ze in Acting aan hoe ze met houding en stem overkomen. Deelnemers deden zelf mee aan een kort Artivism-lab. De labs worden gegeven door alumni en externen, die zelf een voorstel met leerdoelen indienen.

3 belangrijkste inzichten

  1. Leren is meer dan tekst. Als je lichaam onderdeel wordt van de leerervaring, leer je anders: welzijn en veerkracht worden niet alleen besproken, maar ook ervaren.
  2. Samen ontwerpen geeft eigenaarschap. De labs zijn met studenten ontwikkeld, en alumni en studenten leren elkaar dingen. Dat versterkt de gemeenschap en het gevoel erbij te horen.
  3. Vrijheid binnen een vaste plek in het curriculum. Er staan geen losse studiepunten tegenover, maar de labs zijn wel onderdeel van het programma, mogelijk gemaakt door steun van de manager. Dat maakt de aanpak duurzaam en uitbreidbaar, naar medewerkers en mogelijk naar heel Windesheim.

Hoe sluit dit aan bij integraal werken en het Framework Studentenwelzijn?
Welzijn is hier geen losse voorziening naast de opleiding, maar onderdeel van het curriculum: preventief en voor alle studenten, niet alleen voor wie vastloopt. Dat raakt aan de Welzijnsbevorderende leeromgeving en aan Preventie, vroegsignalering en studentbegeleiding. Met sense of belonging en collectieve veerkracht als doel gaat het niet alleen om het individu, maar ook om relaties en gemeenschap (Steunend, veilig en inclusief (studie)klimaat). Studenten, alumni, docenten, externen en management werken samen, en studenten denken actief mee: Stakeholderparticipatie in co-creatie met studenten. De steun van de manager laat het belang van Leiderschap zien. En doordat er ook labs voor medewerkers zijn, geldt welzijn voor de hele onderwijsgemeenschap.

Workshop Aan de slag met de basis: inclusief onderwijs en gelijke kansen op studentenwelzijn

Door Anna de Haan, Pharos & Frank Schoonbeek, ECIO

Waar ging de workshop over?
Elke student verdient gelijke kansen op welzijn en een onderwijsomgeving die toegankelijk en inclusief is. In deze workshop verkenden deelnemers hoe sociaaleconomische omstandigheden, ingrijpende jeugdervaringen, ondersteuningsbehoeften en de toegankelijkheid van het onderwijs het welzijn van studenten beïnvloeden. Begrippen als inclusief onderwijs, intersectionaliteit en discriminatie kwamen aan bod, net als de vraag hoe uitsluiting ontstaat wanneer onvoldoende rekening wordt gehouden met verschillen tussen studenten. Na een inhoudelijke introductie wisselden deelnemers praktijkvoorbeelden uit en maakten ze de vertaalslag naar hun eigen situatie: waar liggen kansen en welke concrete stappen zijn nodig? De workshop richtte zich vooral op het mbo, maar bood ook relevante inzichten voor het hbo en wo.

3 belangrijkste inzichten

  1. Zonder inclusie en gelijke kansen geen studentenwelzijn. Dat is een verantwoordelijkheid van het onderwijs, maar ook een maatschappelijke opdracht, zeker gezien het feit dat Nederland het VN-verdrag heeft ondertekend. Het onderwijs kan het niet alleen: samenwerking met gemeente, zorg, adviesorganisaties en politiek is nodig.
  2. Neem inclusie mee in het ontwerp van alles wat er in het onderwijs gebeurt. Universal Design for Learning (UDL) en de piramide helpen daarbij, met name voor het onderste niveau: de grootste groep studenten.
  3. Gelijke kansen vragen soms om ongelijk investeren. Uiteindelijk gaat het om rechtvaardigheid: onderwijs dat voor iedereen toegankelijk is.

Hoe sluit dit aan bij integraal werken en het Framework Studentenwelzijn?
De workshop maakte duidelijk dat integraal werken hier een must is. UDL en de piramide zijn toe te passen op zowel de voorwaarden als de bouwstenen van het framework. De aandacht voor aandachtsgroepen en inclusie sluit aan bij de bouwsteen Steunend, veilig en inclusief (studie)klimaat, de nadruk op toegankelijkheid bij de Welzijnsbevorderende leeromgeving, en de oproep tot samenwerking met externe partijen bij de voorwaarde Stakeholderparticipatie.

Werksessies: bouwen aan draagvlak

Hoe creëer je draagvlak voor het werken aan studentenwelzijn, als niet iedereen direct meegaat? In de werksessies gingen deelnemers aan de slag met een casus, en oefenden zij met het creëren van draagvlak door middel van inleven, luisteren, overtuigende argumentatie en het vinden van een compromis.

“Wil je het CvB meenemen, breng ze dan in contact met de praktijk. Als bestuurders zien en horen wat er speelt, ontstaat er samen beweging.”
Deelnemer werksessie

De casus

Centrale vraag: Wat is er nodig om tot een gedragen besluit te komen: een oplossing waar alle belanghebbenden mee kunnen instemmen, én die studenten daadwerkelijk verder helpt? En belangrijker nog: hoe kóm je tot dit gedragen besluit?

Op de fictieve Hogeschool ABC weten studenten vaak niet waar ze terechtkunnen voor hulp, en als ze dat wel weten, belanden ze op lange wachtlijsten. Studieadviseurs ervaren een steeds hogere werkdruk, en veel docenten voelen zich niet toegerust om signalen te herkennen. Het studentenwelzijnsteam stelt daarom een maatregel voor: een verplichte basistraining vroegsignalering voor alle onderwijsprofessionals, en een welzijnsprogramma met vijf verplichte gesprekken voor eerstejaarsstudenten. De tijd dringt: stemt het college van bestuur (CvB) vandaag niet in, dan vervalt de subsidie. En die dekt maar de helft van de werkelijke kosten.

Het verloop

Deelnemers stapten in de rol van student, docent of opleidingsmanager, studieloopbaanbegeleider of studieadviseur, of lid van het CvB, en probeerden in een gezamenlijke vergadering tot een gedragen compromis te komen. Wat opviel: niemand aan tafel kon goed uitleggen waarom juist voor deze maatregel was gekozen. Het plan was onder tijdsdruk bedacht, zonder de betrokken partijen en zonder onderliggende visie.

In een van de groepen bracht elke rol eigen zorgen mee. Studenten voelden zich niet gezien en moesten hun verhaal steeds opnieuw doen. Docenten en opleidingsmanagers voelden veel op hun schouders liggen, en studieloopbaanbegeleiders vroegen om duidelijkheid over wie waarvoor verantwoordelijk is. Het CvB wilde vooral weten wat het plan oplevert en of de werkdruk niet verder stijgt. Die laatste rol bleek het lastigst in te vullen, omdat het bestuur in de beleving van deelnemers ver van de dagelijkse praktijk staat.

In de vergadering bleek het lastig om met concrete alternatieven te komen. Eén groep deed wel een tegenvoorstel: twee verplichte gesprekken in plaats van vijf, zodat er meer ruimte ontstaat voor maatwerk. Toch was de opbrengst hoopvol: standpunten bleken minder vast te liggen dan gedacht. Zodra deelnemers echt naar elkaar luisterden en elkaar de ruimte gaven, begonnen meningen te verschuiven.

Uit de werksessies haalden deelnemers concrete handvatten om het gesprek met bestuurders en collega’s aan te gaan, bijvoorbeeld:

  • Bereid je strategisch voor. Stel jezelf vooraf vier vragen: wie zijn de belanghebbenden, wat zijn hun belangen en zorgen, waar zit mogelijke weerstand, en wat hebben zij nodig om mee te bewegen?
  • Breng de praktijk naar het bestuur. Onderbouw je voorstel met cijfers en data, maar maak ook het sociale rendement zichtbaar, ook al is dat lastiger te meten. Wees daarbij transparant over de kosten, zodat iedereen begrijpt wat een plan vraagt.
  • Geef erkenning en kom met opties. Benoem eerst wat goed is en pas daarna waar je moeite mee hebt, en breng een concreet alternatief in. Een vaste spreektijd per persoon helpt om iedereen aan het woord te laten.
  • Begin bij het gezamenlijke doel, niet bij de oplossing. Het uitgangspunt dat het compromis het einddoel is, riep weerstand op. Vraag eerst: wat willen we samen bereiken, en voor wie? Het perspectief van de student kan daarbij verschillende belangen verbinden. Hier ligt een directe link met de visie in het Framework Studentenwelzijn.
  • Luister eerst, en stel vragen. Begrijp goed wat er speelt voordat je naar oplossingen gaat. Veel informatie is al beschikbaar als je luistert naar de dagelijkse praktijk, bijvoorbeeld bij docenten, en dat hoeft niet per se extra tijd te kosten.
  • Betrek iedereen vanaf het begin, studenten voorop. Besluiten worden in de praktijk vaak top-down genomen. Schrijf het plan samen, ruim vóór de besluitvormende vergadering, ontwikkel interventies met studenten, zorg voor een vast aanspreekpunt en laat zien wat er met hun input gebeurt. Dat sluit aan bij de voorwaarde Stakeholderparticipatie.
  • Inleven brengt beweging. Deelnemers vonden het oefenen in andere rollen het meest waardevol. Wie alleen vanuit de eigen rol denkt, belandt in een patstelling. Door verder te kijken dan “what’s in it for me?” en ook te vragen “what’s in it for them?”, kom je argumenten tegen waar je zelf niet aan had gedacht.

De belangrijkste opbrengst is daarmee niet één oplossing, maar een manier van werken: eerst begrijpen, dan verbinden, dan samen bewegen richting een besluit.

Sfeerimpressie

Foto’s:
Bjorn Hendriks, freelance fotograaf

Studentenwelzijn: een structurele verantwoordelijkheid

Of je nu net begint of al jaren aan de slag bent: werken aan studentenwelzijn vraagt om koers houden. De werkconferentie liet opnieuw zien dat draagvlak daarbij niet vanzelf ontstaat, maar wél te creëren is: met de juiste argumenten, het juiste gesprek en de juiste mensen aan tafel.

Opvallend was hoe de onderdelen van de dag elkaar versterkten. De keynote van Eveline Crone liet zien dat jongeren vaak zelf creatieve oplossingen hebben, als we maar echt naar hen luisteren. In de workshops werd zichtbaar hoe instellingen de bouwstenen van het framework al in de praktijk brengen, van leergeluk in de klas tot pop-up zingeving en Resilience Labs als vast onderdeel van het curriculum. En in de werksessies ervoeren deelnemers zelf hoe er beweging ontstaat zodra je luistert, je inleeft in de ander en vertrekt vanuit een gezamenlijk doel.

Steeds kwam dezelfde les terug: aan studentenwelzijn werk je niet alleen, maar samen en in samenhang. En niet vóór studenten, maar mét hen. Dat vraagt tijd, een heldere visie en de bereidheid om over de grenzen van je eigen rol heen te kijken. Deelnemers gingen naar huis met nieuwe inzichten en concrete handvatten om daarmee in hun eigen instelling of gemeente aan de slag te gaan. Stijn wijst de weg, met kennis, praktijkvoorbeelden en het Framework Studentenwelzijn als kompas.

Werk jij al aan studentenwelzijn?

Blijf op koers met Stijn! #Stijnwijstdeweg

Sluit je aan bij het netwerk, maak gebruik van het Framework Studentenwelzijn en ga naar de Landelijke Kennisbank Studentenwelzijn voor onderzoek, praktijkvoorbeelden en tips.