Terugblik | Europese LINK-netwerkbijeenkomst

| 21 & 22 september 2026 | AI, toegankelijkheid en inclusief onderwijs

“Wat voor de een een handig hulpmiddel is, kan voor de ander het verschil maken tussen wel of niet kunnen meedoen.“

wereldbol met een gestippelde cirkel erom heen met twee rondjes: rechtsboven en linksonder

Op 21 en 22 september 2026 vond de jaarlijkse live meeting van het LINK-netwerk plaats bij de University of Cambridge. In dit Europese netwerk werken organisaties uit het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Noorwegen, Zweden, Slovenië en Nederland samen aan inclusiever hbo/wo. Namens ECIO waren Elke van Doorn en Aniek Luyt aanwezig. Centraal stond de vraag: wat betekent AI voor studenten met een beperking?

Ervaringen uit vijf landen

De partners deelden hoe AI in hun land wordt ingezet. In Nederland gebruiken studenten AI vooral voor spraak-naar-tekst, ondertiteling, samenvattingen en planning, bijvoorbeeld bij ADHD of autisme. ECIO legde het netwerk de vraag voor hoe instellingen ervoor zorgen dat AI-tools vanaf het begin toegankelijk zijn, zodat er geen nieuwe drempels ontstaan.

Uit Noorwegen kwam het inzicht dat studenten met ADHD AI vooral gebruiken voor structuur en overzicht: het helpt bij de voorwaarden om te leren, niet zozeer bij het leren zelf. Bovendien kan AI niet alleen individuele studenten ondersteunen, maar ook helpen om de leeromgeving als geheel toegankelijker te maken. Zweden heeft goede ervaringen met chatbots als aanvulling op docentondersteuning. In het Verenigd Koninkrijk ligt de nadruk op competence standards: wat moet een student minimaal kunnen of weten, en welke aanpassingen zijn dan redelijk? Cambridge heeft zelfs een AI-tool ontwikkeld die opleidingen helpt die standaarden te omschrijven.

AI en toetsing: kansen en risico’s

De Britse organisatie Jisc gaf een expertbijdrage over AI, toegankelijkheid en onderwijs. AI maakt hulpmiddelen krachtiger, zoals apps die de omgeving beschrijven voor blinde gebruikers, natuurlijker klinkende spraakcomputers en schrijfondersteuning. Studenten gebruiken ook algemene AI-tools als hulpmiddel, bijvoorbeeld om minder te hoeven typen, teksten te vereenvoudigen of gedicteerde tekst te corrigeren.

Er is ook een keerzijde. Uit angst voor fraude grijpen instellingen terug op minder toegankelijke toetsvormen. Zonder duidelijk beleid kan een redelijke aanpassing met AI zelfs ten onrechte als fraude worden gezien. Opvallend: in Britse studententevredenheidscijfers groeit het verschil tussen studenten met en zonder beperking op het gebied van toetsing en feedback. Daarnaast is er sprake van ongelijke toegang, omdat niet iedere student kan betalen voor de betere versies van AI-tools, en niet alle grote aanbieders hebben voldoende oog voor toegankelijkheid.

Voorbeelden uit de praktijk

Jisc liet zien hoe Britse instellingen hiermee aan de slag gaan:

  • Betere ondertiteling: een universiteit zet taalmodellen in om automatische ondertitels te corrigeren. Dat bespaart tijd en vakjargon wordt nauwkeuriger weergegeven, terwijl mensen de eindcontrole houden.
  • Toezicht op AI: een college heeft een interne commissie die elke nieuwe AI-tool beoordeelt, met speciale aandacht voor studenten die extra begeleiding nodig hebben.
  • Toegankelijke communicatie: twee universiteiten experimenteren met generatieve AI om teksten begrijpelijker te maken. Hun tip: gebruik AI als ondersteuning bij menselijke redactie en werk in kleine stukken tekst.
  • AI-geletterdheid voor iedereen: een college traint medewerkers, studenten én ouders, in heldere taal en aansluitend bij ieders ervaring.
  • Training voor studenten: onderzoek laat zien dat studenten met een beperking meer zelfvertrouwen krijgen als ze leren hoe ze AI goed kunnen gebruiken.

Andere aandachtspunten uit de discussie: wie een eigen AI-tool bouwt op een bestaand model, moet zelf waarborgen inbouwen, want die worden niet automatisch overgenomen. En laat AI-uitkomsten door diverse groepen controleren om vooroordelen op te sporen. Als technologie om in de gaten te houden, noemde Jisc onder meer AI voor gebarentaal, betaalbare slimme brillen en AI-agents.

Inclusief onderwijs in de praktijk

De Inclusive Education Hub van Cambridge liet zien hoe zij de kloof tussen beleid en praktijk proberen te dichten. De sleutel volgens Cambridge: werk niet alleen vanuit studentondersteuning, maar vooral samen met de opleidingen zelf. Centraal is vastgelegd wat inclusief onderwijs inhoudt; elke afdeling beschrijft vervolgens wat dat voor haar betekent.

Bij een bezoek aan het Disability Support Centre maakten de deelnemers kennis met een pool van zo’n 120 begeleiders, zoals mentoren en study skills-docenten, die studenten ondersteunen bij onder meer timemanagement, organisatie en academisch schrijven. Een mooi detail over de overgang naar werk: afgestudeerden van Cambridge houden levenslang toegang tot de loopbaanbegeleiding van de universiteit.

Webinar: 3 december 2026 | AI en onderwijs

Het netwerk organiseert op 3 december 2026 van 13.00 tot 15.00 uur een online webinar over AI en onderwijs voor studenten met een beperking, met bijdragen van experts, case studies en studenten zelf. Interesse?

Neem hier deel aan het webinar