Onderwijsaanpak | Community of Practice van Maastricht University

Hoe zorg je ervoor dat inclusief onderwijs niet alleen een beleidsambitie blijft, maar zichtbaar wordt in de dagelijkse onderwijspraktijk? Maastricht University koos voor een Community of Practice: een instellingsbreed netwerk waarin medewerkers en studenten kennis delen, ervaringen uitwisselen en samen werken aan inclusiever onderwijs.

De Community of Practice, kortweg CoP, ging in september 2025 van start en telt inmiddels 48 leden. De groep laat zien dat er niet altijd eerst één centrale expert nodig is. Door bestaande kennis, betrokkenheid en praktijkervaring binnen de instelling met elkaar te verbinden, kan expertise zich juist breder en duurzamer ontwikkelen.

Van losse initiatieven naar een gemeenschap

Gedeelde expertise als uitgangspunt

De CoP is opgericht vanuit EDLAB, het Centre for Teaching and Learning van Maastricht University. De aanleiding lag mede in de uitvoering van het universitaire beleidsplan voor studeren met een functiebeperking of chronische ziekte. Binnen de universiteit bestonden al verschillende initiatieven rond inclusief onderwijs. Toch was er geen herkenbare centrale expert bij wie medewerkers terechtkonden. In plaats van één persoon op te leiden of aan te nemen, koos Maastricht University ervoor om de aanwezige expertise en interesse binnen de hele instelling te versterken. Dat past bij de rol van EDLAB: medewerkers uit verschillende faculteiten en diensten bij elkaar brengen, zodat zij van en met elkaar kunnen leren.

Een instellingsbrede community

De deelnemers vormen dan ook een diverse groep. Naast docenten zijn onder anderen studieadviseurs, onderwijsontwikkelaars, communicatiemedewerkers en studenten aangesloten. Zij zijn afkomstig uit verschillende faculteiten en centrale diensten. Twee kartrekkers, Eveline en Iris, verzorgen de coördinatie. Een communicatiemedewerker helpt om bijeenkomsten onder de aandacht te brengen.

UDL als verbindend uitgangspunt

Van het medische naar het sociale model

Een belangrijk inhoudelijk thema binnen de CoP is Universal Design for Learning, oftewel UDL. Bij UDL wordt onderwijs vanaf het begin zo ontworpen dat verschillende studenten kunnen deelnemen en leren. In plaats van achteraf individuele oplossingen toe te voegen, wordt vooraf rekening gehouden met uiteenlopende manieren van informatie verwerken, deelnemen en laten zien wat iemand heeft geleerd. Daarmee ondersteunt UDL het werken volgens het sociale model. Niet de diagnose of beperking van een student staat centraal, maar de vraag welke belemmeringen in het onderwijs kunnen worden weggenomen.

Aansluiting bij de onderwijsvisie van Maastricht University

UDL sluit bovendien goed aan bij de onderwijsvisie van Maastricht University. De universiteit werkt met probleemgestuurd en onderzoeksgestuurd onderwijs, kleine groepen en de zogenoemde CCCS-principes: constructive, collaborative, contextual en self-directed learning. Deze principes richten zich op actief, gezamenlijk, betekenisvol en zelfgestuurd leren. De CoP helpt docenten herkennen dat zij hierdoor vaak al inclusieve keuzes maken. Tegelijkertijd krijgen zij kennis en praktische handvatten om hun onderwijs verder te ontwikkelen.

De kennis van de community bepaalt het programma

Een kennisveiling als startpunt

Groep mensen in een lichte onderwijsruimte tijdens een interactieve bijeenkomst. Deelnemers staan en praten in kleine groepjes rond tafels met materialen; op de achtergrond is een presentatie geprojecteerd.

Tijdens de kick-off meeting organiseerden de kartrekkers een bijzondere kennisveiling. De deelnemers brachten in kaart welke kennis en ervaring al binnen de groep aanwezig waren en over welke onderwerpen zij meer wilden leren. Op basis daarvan werden gezamenlijke kernthema’s gekozen, waaronder UDL-gericht toetsen en betekenisvolle leeractiviteiten. Deze thema’s vormen het uitgangspunt voor de bijeenkomsten.

Vier bijeenkomsten per academisch jaar

De CoP organiseert vier bijeenkomsten per academisch jaar: twee online en twee op de campus. Op het programma staan lezingen, workshops en momenten voor onderlinge uitwisseling. Voor het komende jaar wordt daar waarschijnlijk een boekenclubbijeenkomst aan toegevoegd. Er is ook een Microsoft Teams-omgeving. Die wordt momenteel nog beperkt gebruikt. De fysieke en online bijeenkomsten blijken vooralsnog de belangrijkste motor achter de community.

Meer zichtbaarheid, vertrouwen en uitwisseling

Collega’s ontdekken en versterken elkaar

De opbrengst is niet alleen nieuwe kennis. Vooral het samenbrengen van mensen blijkt waardevol. Medewerkers die zich eerder misschien als enige binnen hun opleiding met inclusief onderwijs bezighielden, ontdekken dat collega’s in andere delen van de universiteit dezelfde ambitie hebben. Dat versterkt het enthousiasme en verlaagt de drempel om ideeën, vragen en ervaringen te delen. Docenten voelen zich gesteund om keuzes in hun onderwijs te maken en bestaande werkwijzen verder te ontwikkelen.

Van centraal aanspreekpunt naar actief netwerk

Ook weten medewerkers de kartrekkers steeds beter te vinden. De volgende stap is dat deelnemers niet alleen de kartrekkers, maar ook elkaar gemakkelijker opzoeken. Op termijn wil de CoP daarom het leiderschap en de organisatie meer met de gemeenschap delen. Een uitdaging blijft het bereiken van docenten die nog niet actief met inclusief onderwijs bezig zijn. De bijeenkomsten trekken vooral collega’s die al belangstelling hebben. Consequente communicatie en aansluiting bij herkenbare onderwijsvraagstukken zijn daarom belangrijk.

Zelf een Community of Practice starten? Zes praktische lessen

Breng medewerkers en studenten samen die al interesse, kennis of ervaring hebben op het gebied van inclusief onderwijs. Een kleine gemotiveerde groep kan de basis vormen voor een breder netwerk.

Zorg voor herkenbare aanspreekpunten die bijeenkomsten organiseren, deelnemers verbinden en de voortgang bewaken. Werk er op termijn naartoe dat deelnemers ook zelf activiteiten en verantwoordelijkheden oppakken.

Inventariseer bij de start welke kennis al aanwezig is en over welke onderwerpen deelnemers meer willen leren. Gebruik deze opbrengsten om gezamenlijke kernthema’s en activiteiten te kiezen.

Plan een vast aantal bijeenkomsten per jaar en communiceer de data tijdig. Een combinatie van online en fysieke bijeenkomsten maakt deelname voor verschillende medewerkers gemakkelijker.

Verbind de activiteiten aan bredere instellingsdoelen, zoals inclusief onderwijs, studentenwelzijn of toegankelijkheid. Zorg tegelijkertijd dat bijeenkomsten gaan over concrete onderwijsvragen, bijvoorbeeld inclusief toetsen, betekenisvolle leeractiviteiten of communicatie met studenten.

Deel uitnodigingen, materialen, ervaringen en opbrengsten via bestaande communicatiekanalen. Daarmee bereik je niet alleen de vaste deelnemers, maar vergroot je ook de bekendheid van inclusief onderwijs binnen de hele instelling.

Eerste stap

Organiseer een startbijeenkomst waarin deelnemers drie vragen beantwoorden:

  • Welke kennis en ervaring hebben we al?
  • Welke vragen leven er binnen onze instelling?
  • Aan welke thema’s willen we het komende jaar gezamenlijk werken?

Maak op basis hiervan duidelijke afspraken over de doelen, onderwerpen, rollen en frequentie van de bijeenkomsten.

Van netwerk naar duurzame beweging

Door deelnemers vanaf het begin te betrekken, wordt de CoP geen aanbod vóór medewerkers, maar een gemeenschap ván medewerkers. Zo groeit een klein netwerk uit tot een duurzame beweging voor inclusiever onderwijs.


Je kennis en ervaringen delen?

Deel ook jouw verhaal!