Onderwijsaanpak | Hoe LOEx examencommissies landelijk verbindt

“Met LOEx kunnen we dezelfde koers varen.”
Vanuit ECIO horen we regelmatig signalen over verschillen in toetsvoorzieningen en regelingen voor studenten met een ondersteuningsbehoefte. Hoe werkt men binnen het hoger onderwijs naar meer rechtsgelijkheid en afstemming tussen instellingen? Wat is er nodig om gezamenlijk toetsbeleid goed te organiseren?
Voor meer inzicht gingen we in gesprek met Liesbeth Zijlstra, voorzitter van het Landelijk Overleg Examencommissies (LOEx), en Noor van Gils, een dag per week werkzaam als juridisch adviseur bij het programma 10voordeleraar van de Vereniging Hogescholen. Zij zijn beiden betrokken bij het LOEx. Dit is een netwerk van examencommissies binnen lerarenopleidingen. Het LOEx is ontstaan rond de start van de afname van de landelijke kennistoetsen in 2013. Inmiddels is het LOEx uitgegroeid tot een landelijk platform voor afstemming, kennisdeling en gezamenlijke kwaliteitsborging.
In dit interview: de werkwijze vanLOEx, de kracht van gemeenschappelijkheid en wat andere netwerken of onderwijsdomeinen kunnen leren van deze aanpak.
Wat is LOEx precies en hoe is het ontstaan?
Noor: “Het begon allemaal met de landelijke kennistoetsen (LKT’s); een politieke beslissing om de kwaliteit van de component ‘kennis’ bij de startbekwame leraar basisonderwijs en tweedegraads lerarenopleidingen landelijk te waarborgen. In plaats van externe bureaus die toetsen te laten ontwikkelen, hebben de hogescholen toen gezegd: ‘Wij gaan dat zelf doen.’ Het mooie is: het is echt vóór en dóór lerarenopleidingen. Er werken interne en externe inhoudsdeskundigen uit het hele land samen, het programmabureau van 10voordeleraar en de toetsafnamecoördinatoren van de hogescholen regelen gezamenlijk de toetsafname.”
Liesbeth: “De LKT’s vragen ook om landelijke borging. Examencommissies zijn daar binnen de instellingen verantwoordelijk voor, maar de wet kent geen landelijk equivalent. Daarom is LOEx opgericht: een gremium dat op landelijk niveau als klankbord voor de individuele examencommissies fungeert en daarmee de mogelijkheid geeft gezamenlijk dezelfde koers te varen. Er is een LOEx-reglement en er is bijvoorbeeld een vaststellingscommissie; een afvaardiging van LOEx-leden, die de door deskundigen aangegeven cesuur (de grens slagen/zaken) van elke toets vaststelt.”
“In totaal zijn er 23 pabo’s en 10 hogescholen met tweedegraads lerarenopleidingen en inmiddels ook masteropleidingen aangesloten. In het begin richtten we ons vooral op de landelijke kennistoetsen, maar intussen beslaan we een breder terrein: van peerreview en flexibilisering tot zij-instroom. Alles wat raakt aan de borgingsagenda van examencommissies komt aan bod.”
Hoe ziet die samenwerking eruit?
Liesbeth: “Elke opleiding, die deelneemt aan een LKT, levert iemand aan voor LOEx. Vaak is dat de voorzitter van de examencommissie. Binnen LOEx delen we praktijkervaringen, bespreken we casuïstiek en werken we aan gezamenlijke kaders voor beleid.”
Noor: “Er is ook een extranetforum waarop leden van LOEx vragen stellen, casuïstiek delen en uitspraken, bijvoorbeeld van de Raad van State, met elkaar bespreken. Zo ontstaat echt een lerend netwerk. We willen niet alleen best practices delen, maar ook de dingen die minder goed gaan. Wat loopt er vast, waar worstelen instellingen mee? Deze open uitwisseling is belangrijk.”
Hoe houden jullie rekening met studenten die extra ondersteuning nodig hebben bij toetsen en examens?
Liesbeth: “Binnen LOEx hebben we een Commissie Doeltreffende Toetsing die zich hier specifiek mee bezighoudt. We bespreken regelmatig plenair casuïstiek en dilemma’s. Een recent voorbeeld: binnen de commissie bespraken we of we bij een bepaalde beperking een assessment als doeltreffende vorm van toetsing konden inzetten. Na discussie concludeerden we: nee, dat levert te veel kwaliteitsverlies op. Zo’n discussie houdt je wel scherp.”
“Er zijn natuurlijk standaardvoorzieningen, zoals extra tijd. Maar naarmate de behoefte specifieker wordt, is maatwerk nodig.” – Noor
Denk aan pauzes tussen toetsdelen of een prikkelarme ruimte. Dat vraagt om goede afstemming met de toetscoördinator op locatie. De mogelijkheid tot het aanbieden van maatwerk is niet oneindig. Het is de balans zoeken tussen maatwerk in de vorm en borging van de inhoudelijke kwaliteit die getoetst wordt.”
Wat maakt LOEx zo effectief?
Noor: “LOEx werkt goed omdat er een gedeelde opdracht is. Het begon bij de LKT’s, daar was een duidelijke noodzaak. Het succes komt ook doordat het serieus wordt aangepakt. Er zijn voorzitters, secretarissen, agendacommissies en er is financiering. Dat voorkomt dat mensen LOEx erbij moeten doen ‘in de avonduren’. We bespreken ook veel casuïstiek, en je merkt dat leden zich gesteund voelen als ze een complexe casus inbrengen.”
“Wat ook helpt, is dat we het netwerk bewust overzichtelijk houden. Het is het meest vruchtbaar als je het niet te groot maakt, want dan wordt de span of control te groot. Onze kracht ligt in die focus en in de gezamenlijke opdracht.” – Liesbeth
Wat is er nodig om ook in andere domeinen zo’n netwerk op te zetten?
Noor: “Pak een gedeeld vraagstuk en werk dan samen aan oplossingen. Als je dezelfde knelpunten hebt, dan kun je best landelijk met elkaar optrekken.”
Liesbeth: “Begin klein. Als het lukt, willen anderen vanzelf aansluiten. Maar de gezamenlijke opdracht is de motor.”
LOEx laat zien dat landelijke samenwerking tussen examencommissies mogelijk en waardevol is. Door gericht te werken aan kwaliteitsborging en toegankelijk toetsbeleid ontstaat ruimte voor maatwerk, rechtsgelijkheid en gezamenlijke oplossingen. Een inspirerend voorbeeld voor andere onderwijsdomeinen die met vergelijkbare vraagstukken aan de slag willen.
Tips voor andere onderwijsnetwerken
Je kennis en ervaringen delen?
