Onderwijsaanpak | Begeleiding studenten met autisme – Hogeschool Viaa

“Regelmatige gesprekken en structuur zijn essentieel voor goede begeleiding.”

Wat begon als extra hulp voor één student, groeide uit tot een succesvolle en structurele begeleidingsaanpak voor studenten met autisme. Jaap Noppers (beleidsadviseur inclusief onderwijs) en HBO-V-docenten Lydie de Jong-Bakker en Irene Spoelstra van hogeschool Viaa delen hun ervaringen, successen en tips over de extra begeleiding van studenten met autisme.

De aanleiding: extra begeleiding na een vastgelopen stage

“We hadden niet door hoeveel studenten met autisme er eigenlijk waren,” vertelt Lydie. “Toen een student vastliep bij haar stage, boden we extra begeleiding. Dat was het startpunt.” Al snel volgden meer aanmeldingen via PPO-docenten en decanen. Inmiddels weten jaarlijks meerdere studenten de weg naar deze voorziening te vinden.

Uitdagingen in de praktijk

Lydie beschrijft hoe een student tijdens de stage vastliep door de houding van de werkbegeleider. “In zulke situaties is het belangrijk om het gesprek aan te gaan met de werkbegeleider en helder te zijn over ieders rol bij de beoordeling. Met duidelijkheid over wie waarvoor verantwoordelijk is, ontstaat er meer rust en ruimte voor een eerlijke beoordeling vanuit verschillende perspectieven. Dat is uiteindelijk beter voor de student.”

“De manier waarop een student wordt benaderd, heeft directe invloed op motivatie, welzijn en voortgang.” – Lydie

Ook het vertalen van complexe opdrachten naar praktische handelingen bleek lastig. Irene: “Na een tussenevaluatie in week tien zagen we dat studenten behoefte hadden aan meer houvast. We moesten onze opdrachten concreter maken.” Daarvoor is volgens haar niet alleen kennis van autisme nodig, maar ook ruimte en tijd om die kennis toe te passen.

“Docenten moeten ruimte krijgen om de vertaalslag naar de praktijk echt te kunnen maken.” – Irene

Structuur als basis voor rust en vertrouwen

Regelmatige gesprekken en heldere structuur blijken essentieel voor een goede begeleiding. “Het is belangrijk om regelmatig met studenten in gesprek te gaan over hun voortgang. Het helpt om te structureren wat werkt voor de student en hoe ze dit kunnen toepassen op hun stage,” zegt Irene. Alleen al het feit dat extra begeleidingsuren mogelijk zijn, geeft rust. “Studenten voelen zich gehoord en hebben daardoor vaak juist minder uren nodig,” vult Lydie aan.

Jaap licht toe hoe de begeleiding nu georganiseerd is: “We werken inmiddels volgens een vaste structuur met duidelijke richtlijnen voor de aanvragen, een vast proces en wie daarvoor nodig is. De aanvragen lopen via de decaan en PPO-docent, en we hebben een handboek met duidelijke stappen. De aanpak is flexibel en afgestemd op de student. Soms verlengen we een stageperiode, soms is het wekelijks een kort gesprek. De inhoud en expertise moeten goed op elkaar afgestemd worden, vooral wanneer het gaat om minder uren per week.

De kennis van autisme en wat een student nodig heeft, is daarbij belangrijk. Het blijft een uitdaging om te ontdekken wat werkt.” Lydie voegt toe: “We hebben de cursus autismevriendelijk onderwijs gevolgd bij de OU. Dit heeft ons geholpen om dingen te ‘duiden’. Studenten kunnen zich via een aparte voorziening aanmelden, en de aanvraag wordt via studentendecanen ingediend. De toetsing blijft hetzelfde, dus de examencommissie is niet betrokken.”

De ontwikkeling van studenten

Soms maken studenten een indrukwekkende ontwikkeling door. Zo vertelt Lydie over een student die in haar derde jaarstage nog vastliep, maar tijdens haar herkansing en vierde jaarstage helemaal opbloeide. “Ik herkende haar bijna niet – zo zelfverzekerd stond ze daar. Inmiddels deelt deze student haar ervaringen met gastlessen. Ze is een inspirerend voorbeeld voor anderen.”

Het zijn dit soort verhalen die de kracht van passende begeleiding onderstrepen. De impact reikt verder dan studiepunten: het draagt bij aan professionele en persoonlijke groei. Lydie volgt oud-studenten via LinkedIn en ziet met trots hoe ze zich ontwikkelen. “Studenten moeten compassie voor zichzelf hebben – net als wij als docenten,” benadrukt ze. Ook de cijfers laten het effect zien.

“Een student die het eerste jaar niet haalde, studeert nu af. Dat zegt alles over de waarde van deze aanpak.” – Jaap

Toch lukt het niet altijd. Zo vertelt Irene: “Soms merken we pas tijdens de stage dat het niet goed gaat. Als een student het vereiste niveau niet behaalt, wordt dit als onvoldoende beoordeeld. Ook voor een student met autisme gelden dezelfde inhoudelijke eisen; er wordt niet minder verwacht. De nadruk ligt op het plannen, concretiseren en organiseren, maar de kwalificaties moeten wel aan de norm voldoen. In sommige gevallen kiezen studenten er dan zelf voor om te stoppen. Dat blijft moeilijk, maar ook dan is begeleiding en begrip belangrijk.”

Draagvlak binnen de hogeschool

De werkgroep rondom deze aanpak blijft groeien. “Het is goed beheersbaar en we werken stapsgewijs,” zegt Lydie. De steun van de directie werkt motiverend, en het team ziet steeds meer enthousiasme bij collega’s. “In januari kregen we uitbreiding qua expertise. Mogelijk komt er iemand bij met kennis van dyslexie.”

Er is wel nog werk te doen: “Het komende jaar willen we de aanpak beter uitdragen binnen de hogeschool. We moeten ook nog wat twijfel bij collega’s wegnemen, zoals over het behoud van de toetskwaliteit en de bredere inzetbaarheid van de studenten op de arbeidsmarkt. We willen ook meer gesprekken voeren met werkbegeleiders om hen beter bij het proces te betrekken,” aldus Jaap. Irene voegt toe: verreweg de meesten van de collega’s zijn positief, zeker de PPO-docenten die blij zijn dat het opgepakt wordt.”

Irene legt uit hoe de begeleiding eruitziet: “We hebben elke twee weken een gesprek met de student en houden de structuur in de gaten.” Lydie noemt een voorbeeld van een student die op maandagochtend later begon vanwege herstel na het weekend. “Dit werd besproken met de werkbegeleider, die daar flexibel mee omging.”

“Wat goed werkt, is het ‘bottom-up’ principe: we starten met een gesprek met de student en denken in mogelijkheden.” – Jaap

De aanpak geldt nu als pilot binnen de HBO-V-opleiding, met plannen om dit breder uit te rollen. Binnen het netwerk LOOV (Landelijk Opleidingen Overleg Verpleegkunde) wordt afgestemd en van elkaar geleerd.

Tips uit de praktijk van Viaa

  • Denk in mogelijkheden, niet in beperkingen.
  • Zorg dat studentbegeleiders basiskennis hebben van autisme en oog houden voor de persoon.
  • Werk vanuit het sociale model in plaats van het medische model.
  • Begin bottom-up: start klein, zie de parallellen, en bouw daarop voort.
  • Zet ook ervaringsdeskundige studenten in, peer support werkt krachtig.
  • Maak grote opdrachten behapbaar door stap-voor-stap helderheid te bieden.
  • Geef studenten duidelijkheid over het beoordelingsproces.
  • Lees Kanarie in de Schoolbanken van Silvia Stuurman, vol inzichten vanuit ervaring door een docent met autisme.
  • Volg de gratis cursus van de Open Universiteit over autismevriendelijk onderwijs.
  • Denk niet in hokjes: de ondersteuningsbehoeften overlappen vaak. Een houding van begrip en erkenning maakt het verschil.

Je kennis en ervaringen delen?

Deel ook jouw verhaal!