Onderwijsaanpak | A- en B-variant: eerlijker toetsen bij Windesheim ICT

“Creëer draagvlak. Neem alle partijen meteen mee vanaf het begin.”
Niet iedere student komt tot zijn recht bij een traditionele, schriftelijke toetsvorm. De een schrijft gemakkelijk, de ander drukt zich beter mondeling uit. En toch hangt er vaak veel af van één verslag. Bij de HBO-ICT-opleiding van Windesheim pakken ze dat anders aan. Studenten kiezen hoe zij laten zien wat ze kunnen: schriftelijk (A-variant) of mondeling (B-variant). Zo kunnen ze zich uiten op een manier die past bij hun sterke kanten. We spraken met Jan Nauta (docent HBO-ICT) en Jo Platenkamp (coördinator Studeren met een Functiebeperking) over deze ontwikkeling en implementatie van alternatieve toetsvormen binnen de opleiding HBO-ICT.
Wat was voor jullie de aanleiding om toetsvoorzieningen aan te passen?
Jan: “De formele aanleiding voor het aanpassen van de toetsvormen was het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Bij Windesheim heeft zo’n 12,5% van de studenten officieel een functiebeperking, en dat is exclusief dyslexie, dus het werkelijke aantal ligt hoger.
De directe aanleiding kwam echter uit de praktijk. We zagen studenten die, tijdens hun stage of afstudeeropdracht, uitstekend functioneerden, een sterk verhaal hadden en goed konden vertellen. Maar zodra ze dat verhaal op papier moesten zetten, met name het reflectiedeel, liepen ze vast. Er was een concrete situatie waarbij een student een fantastische presentatie en gesprek voerde, maar wiens verslag nog onvoldoende was. Dit leidde tot de vraag: toets je of iemand een goede ingenieur is, of toets je vooral schrijfvaardigheid?”
“Als je iedereen gelijke kansen wil geven, moet je variatie aanbrengen in toetsvormen.” – Jan
Voor welke studenten is deze voorziening bedoeld?
Jan: “De voorziening van twee toetsvormen, de A- en B-variant, was in eerste instantie voor studenten met een functiebeperking, met name studenten met autisme. Al snel beslotenwe om de A- of B-variant ook beschikbaar te maken voor álle studenten. Dit om stigmatisering te voorkomen en omdat bleek dat de problematiek van moeite met schriftelijke uitdrukking (vooral reflectie) een veel bredere groep studenten betrof. Ongeveer een derde van de studenten kiest nu voor de B-variant.”
Jo: “Het gaat erom dat de student kiest wat het beste bij hem of haar past. Een student gaf zelfs aan dat deze, zonder de mondelinge optie, de opleiding nooit had kunnen afronden.”
Wat is het verschil tussen de A- en B-variant?
Jan: “Beide trajecten beginnen hetzelfde. Studenten schrijven wekelijks voortgangsrapportages waarin ze activiteiten en keuzes kort beschrijven. Dat vormt een soort ‘kralenketting van reflectie’. Halverwege bezoekt een docent het stagebedrijf. Tot aan de afronding van de opdracht is alles identiek.”
“Het verschil zit in de vorm van verslaglegging. Ook in de B-variant leveren studenten de beroepsproducten, zoals bijvoorbeeld een onderzoeksrapport, schriftelijk op. In variant A schrijven studenten een verslag met daarin hun reflectie op de opdracht. Examinatoren lezen dit vooraf. In variant B levert de student echter geen verslag aan, maar een PowerPointpresentatie die als basis dient voor een gesprek. Dit gesprek zelf is geen presentatie, maar een dialoog: een verdiepend gesprek waarin de student gemaakte keuzes en beroepshouding mondeling toelicht. De rubric en beroepsproducten zijn voor beide varianten dus exact hetzelfde.”
| A-variant | B-variant |
|---|---|
| Start opdracht | Start opdracht |
| Wekelijkse voortgangsrapportage (gedurende de hele opdracht) | Wekelijkse voortgangsrapportage (gedurende de hele opdracht) |
| Halverwege bedrijfsbezoek | Halverwege bedrijfsbezoek |
| Instructie over schrijven van verslag (intervisie) | Instructie over gesprek met PowerPoint (intervisie) |
| Inleveren portfolio (met verslag) | Inleveren portfolio (met PowerPoint t.b.v. gesprek) |
| Examinatoren lezen verslag | Gesprek n.a.v. PowerPoint (met audio-opname) |
| Zitting (eindpresentatie, gesprek en beoordeling) | Zitting (eindpresentatie, gesprek en beoordeling) |
Lopen studenten tegen problemen aan bij het kiezen?
Jo: “Het is vaak best duidelijk wat bij een student past. Tegen de tijd dat ze afstuderen, hebben ze geoefend en weten ze wat werkt. De meeste studenten hebben daar echt wel een goed beeld van. Als studentbegeleider heb je daarin natuurlijk ook een rol. Je kent je student al jaren en bespreekt wat het beste past. Eigenlijk zijn de keuzes zelden verrassend.”
Jan: “Er is bovendien een switchmoment halverwege. Als een student merkt dat de gekozen vorm toch niet werkt, kan er alsnog worden gewisseld. Ook bij een herkansing kijken we samen wat het beste past.”
“De verschillen tussen A en B zijn beperkt, maar het kan een wereld van verschil maken voor de student.” – Jo
Wat zijn de ervaringen van studenten en docenten?
Jan: “De ervaringen van studenten met de A- en B-variant zijn positief. In de pilotfase bleek dat studenten zich beter konden uitdrukken in de vorm die bij hen paste. Veel studenten gaven aan dat ze hun verhaal goed kwijt konden en dat ze deze aanpak zouden aanraden aan anderen.”
Jo: “Er waren in het begin wel zorgen bij docenten: ze vreesden dat studenten voor de ‘makkelijkste’ optie zouden kiezen en dat het niveau zou dalen. In de praktijk bleek da dat niet zo te zijn. Studenten denken serieus na over welke vorm het beste bij hen past en bespreken dit met hun studentbegeleider.”
Jan: “Docenten hebben wisselende ervaringen. Sommige collega’s ervaren meer werkdruk bij de B-variant, bijvoorbeeld omdat het gesprek een andere vorm van voorbereiding vraagt. De meesten geven aan dat het hen eigenlijk om het even is. Het hangt vooral af van waar je je als docent prettig bij voelt. Zelf ben ik in de B-variant niet zo goed in het snel analyseren van gesprekken en dan de juiste vragen te stellen. Dan werk ik graag samen met een collega die dat beter kan.”
Jo: “Docenten krijgen ook de keuze of ze de A- of B-variant willen begeleiden. Net als de studenten, kiezen zij wat bij hen past. Dat helpt om draagvlak te creëren. Bij de beoordeling van afstudeeropdrachten hanteren we altijd het vierogenprincipe. Dat zorgt er ook voor dat nieuwe collega’s het geleidelijk kunnen leren.”
Wat was er nodig om het docentteam en andere betrokkenen mee te krijgen?
Jan: “In 2017 is een heel traject opgezet waarin we van alles hebben uitgezocht, ook andere varianten. We zijn toen dingen gaan uitproberen met studenten. Dat was een heel gedoe, in de goede zin van het woord. Alles gebeurde in overleg met de examencommissie, want we gingen wel experimenteren met de eindtoetsing. Daar kregen we de nodige ruimte voor.
We hebben ook nieuwsbrieven geschreven die we aan geïnteresseerden verstuurden. We vroegen managers om stukjes te schrijven, zodat ook zij betrokken werden. Tijdens een studiedag hebben we de hele ochtend aan dit idee besteed. ’s Middags gingen we in groepjes uiteen en mocht iedereen zijn of haar mening geven. Natuurlijk is er dan discussie. Maar daar was ruimte voor, lucht.
Ondanks alle discussie, landde het idee heel goed. Het werd als pilot ingezet. Als snel werd deze breed ingevoerd. Sindsdien zijn we ermee bezig. Zo’n traject vraagt wel echt om zorgvuldigheid.”
Jo: “De examencommissie moet erbij betrokken worden, net als zoveel mogelijk andere partijen. Je moet het langzaam laten groeien. In het begin was er wel weerstand, of beter gezegd: angst. “Gaat de kwaliteit dan niet naar beneden?” En dat is terecht. Daarom noemden we het ook een pilot en benadrukten we dat we gingen experimenteren. Het hielp enorm dat de aanleiding herkenbaar was: veel docenten hadden zelf ervaren hoe frustrerend het is om een capabele student een laag cijfer te moeten geven vanwege een slecht eindverslag. Die gedeelde ervaring maakte het makkelijker om collega’s mee te krijgen.”
Wat zouden jullie achteraf anders doen?
Jo: “Achteraf gezien zouden we vanaf het begin een goede training voor docenten aanbieden.”
Jan: “Nieuwe collega’s hebben vaak geen training gehad. Gelukkig is er een constructie met twee assessoren, waarbij de ervaren assessor de nieuwe meeneemt.”
Tips van Jan en Jo (Windesheim)
Je kennis en ervaringen delen?
