De Staat van het Onderwijs 2026

Studeren met een ondersteuningsbehoefte uitgelicht

De jaarlijkse Staat van het Onderwijs van de Inspectie van het Onderwijs laat opnieuw zien dat studeren met een ondersteuningsbehoefte steeds meer aandacht vraagt. Zowel in het mbo als in het hbo/wo groeit de groep studenten die extra ondersteuning nodig heeft. Daarmee neemt ook de druk toe op de onderwijsinstellingen. Tegelijkertijd zijn er ook positieve signalen: veel studenten zijn tevreden over de geboden ondersteuning. Hieronder de belangrijkste bevindingen, uitgesplitst naar mbo en hbo/wo.

Mbo: groeiende druk, maar basis op orde

In het mbo zien instellingen een duidelijke toename van studenten met een ondersteuningsbehoefte. Het gaat niet alleen om bekende ondersteuningsbehoeften zoals ADHD of dyslexie, maar ook om complexe situaties zoals armoede, mentale problemen of zorgtaken. Docenten geven aan dat de problematiek zwaarder en veelzijdiger wordt.

Deze ontwikkeling heeft directe gevolgen voor de praktijk. Budgetten groeien niet automatisch mee, terwijl de vraag naar ondersteuning stijgt. Tegelijk vraagt dit meer van docenten: zij moeten steeds beter signalen herkennen, weten wanneer ze moeten doorverwijzen en effectief samenwerken met specialisten. Professionalisering van docenten en lerarenopleidingen wordt daarmee cruciaal.

Tegelijkertijd laat de inspectie zien dat de basis van passend onderwijs in het mbo goed staat. Opleidingen scoren overwegend voldoende tot goed op pedagogisch-didactisch handelen en het zicht op de ontwikkeling van studenten. Herstelopdrachten op dit vlak komen nauwelijks voor. Dit betekent dat de structuren en processen rondom ondersteuning in de meeste gevallen op orde zijn. Ook studenten zelf zijn overwegend positief. Ruim een kwart van de mbo-studenten heeft een ondersteuningsbehoefte. Er is nog ruimte voor verbetering, aangezien ongeveer een derde van de studenten geen afspraken maakt met de opleiding over zaken zoals aangepaste toetsen, begeleiding of hulpmiddelen. Daarnaast geeft maar liefst een kwart van de studenten aan dat de gemaakte afspraken niet volledig worden nagekomen.

Toch zijn er duidelijke aandachtspunten. Bijna één op de vijf studenten is ontevreden over de ondersteuning. Zelfs onder tevreden studenten ervaart een aanzienlijk deel nog knelpunten, zoals gebrekkige communicatie, onvoldoende begrip of tekortschietende begeleiding.

Hbo/wo: tevredenheid, maar niet iedereen wordt bereikt

In het hbo/wo ervaart ongeveer één op de vijf studenten belemmeringen door een ondersteuningsbehoefte. Dit varieert van leerstoornissen en psychische klachten tot persoonlijke omstandigheden. Opvallend is dat niet alle studenten hun ondersteuningsbehoefte melden. Ongeveer een derde doet dat niet, vaak omdat zij denken geen ondersteuning nodig te hebben. Dit betekent dat een deel van de ondersteuningsbehoefte onder de radar blijft. Van de studenten die hun situatie wel melden, krijgt ongeveer twee derde daadwerkelijk voorzieningen aangeboden. Denk aan extra tijd bij tentamens, aangepaste studieprogramma’s of begeleiding. De tevredenheid hierover is relatief hoog: bijna driekwart van deze studenten is (zeer) tevreden.

Tegelijkertijd zijn er ook hier aandachtspunten. Zo geeft ongeveer een kwart van de studenten met een ondersteuningsbehoefte aan moeite te hebben met online onderwijs. Een deel van hen heeft behoefte aan extra digitale hulpmiddelen, zoals voorleessoftware of vergrotingssoftware. Dit laat zien dat digitale toegankelijkheid nog niet vanzelfsprekend is.

Overkoepelende trends: meer diversiteit vraagt meer flexibiliteit

Over beide sectoren heen ziet de inspectie een duidelijke ontwikkeling: de studentenpopulatie wordt diverser en de ondersteuningsbehoeften complexer. Onderwijsinstellingen krijgen te maken met grotere verschillen in achtergrond, vaardigheden en omstandigheden.

Dit vraagt om:

  • Een betere voorbereiding en ondersteuning van docenten, zowel tijdens hun opleiding als via nascholing, zodat zij zich effectief kunnen aanpassen aan diverse studentenbehoeften.
  • Voldoende middelen om de juiste ondersteuning te kunnen organiseren en te waarborgen dat deze op alle niveaus beschikbaar is.
  • Meer aandacht voor soepele overgangen tussen verschillende onderwijsniveaus, zodat studenten niet in de knel komen tijdens belangrijke overgangen.
  • En een grotere focus op effectieve communicatie en toegankelijkheid, zodat alle studenten goed geïnformeerd en ondersteund worden.

Juist die overgangen, bijvoorbeeld van mbo naar hbo, blijven een kwetsbaar punt. Voor studenten met een ondersteuningsbehoefte is continuïteit in begeleiding essentieel om uitval te voorkomen.

Conclusie

De Staat van het Onderwijs laat een dubbel beeld zien. Enerzijds lukt het veel instellingen om passende ondersteuning te bieden en zijn studenten daar vaak tevreden over. Anderzijds neemt de druk toe door een groeiende en complexere groep studenten met ondersteuningsbehoeften.

De uitdaging voor de komende jaren ligt niet alleen in het behouden van de huidige kwaliteit, maar vooral in het verder versterken en toekomstbestendig maken van de ondersteuning. Het gaat er daarbij niet alleen om de ondersteuning zelf te verbeteren, maar juist om alle aspecten van het onderwijs – zoals het curriculum, toetsen, gebouwen, digitale systemen, enzovoort – vanaf de ontwerpfase inclusief in te richten. Dit zorgt ervoor dat opleidingen beter aansluiten bij de behoeften van de huidige en toekomstige diverse studentenpopulatie. Dit vraagt om gerichte investeringen in mensen, middelen en een inclusieve onderwijspraktijk waarin alle studenten gelijke kansen krijgen om actief mee te doen.