Studentervaring | Michelle over studeren met TOS

“Studeren is niet alleen kennis opdoen, maar ook begrijpen wat jij nodig hebt om goed te kunnen leren.”
Wat betekent het om te studeren met TOS als niet alles vanzelf gaat, maar je wel doorzet? Michelle, vierdejaars student logopedie, deelt haar ervaringen. Over zoeken naar de juiste ondersteuning en het vinden van wat werkt. Herkenbaar voor studenten en leerzaam voor onderwijsprofessionals die echt het verschil willen maken.
Door mijn TOS kost het mij meer tijd om tentamenvragen goed te begrijpen en mijn antwoorden helder op papier te zetten. Vooral bij schriftelijke toetsen heb ik extra tijd nodig om mijn tekst te controleren op zinsopbouw en spelling. Die extra tijd maakt voor mij echt het verschil tussen net niet en wel kunnen laten zien wat ik kan.
Het aanvragen van ondersteuning bij de aanmelding
Bij mijn aanmelding voor de opleiding heb ik mijn ondersteuningsbehoefte niet meteen gedeeld. Ik wilde eerst zelf kijken hoe het zou gaan. Op een gegeven moment merkte ik dat ik niet genoeg tijd had om mijn tentamens op tijd af te maken. Ik heb in het eerste jaar geen extra tijd gekregen, omdat de decaan het er niet mee eens was. In het derde jaar heb ik het nogmaals geprobeerd en toen is de extra tijd wel toegekend. Dankzij een betrokken docent, die TOS goed kon uitleggen aan de decaan en examencommissie, werd mijn aanvraag wel goedgekeurd.
Wat mij hierin opviel is dat het proces om ondersteuning te krijgen ingewikkeld kan zijn. Er wordt veel gevraagd qua bewijs, en zelfs als je dat hebt, is het niet altijd voldoende. Dat kan ontmoedigend zijn.
Wat gaat goed?
Gelukkig heb ik veel begrip ervaren vanuit mijn opleiding. Mijn docenten zijn logopedisten en hebben kennis van taalproblematiek, wat enorm helpt. Ook mijn medestudenten zijn begripvol.
Vindbaarheid ondersteuningsmogelijkheden
De informatie over ondersteuning voor studenten met TOS is lastig te vinden. De term TOS wordt niet eens genoemd. Je moet zelf al weten waar je moet zoeken. Je kan het vinden in de studiegids, maar dan moet je wel net onder het goede kopje kijken en begrijpen wat er staat. Je moet dan bijvoorbeeld weten dat je een neurodivergente stoornis hebt. Dit maakt het onnodig moeilijk om hulp te vinden. Vanuit het Lectoraat Logopedie – Participatie door Communicatie van de Hogeschool Utrecht voer ik samen met het lectoraat een onderzoeksproject uit over TOS in het hbo, om te kijken hoe we dit o.a. kunnen verbeteren.
Stage lopen
Ik loop momenteel stage bij een revalidatiecentrum. Dit gaat goed, maar ik merk wel met overdrachtsverslagen dat de opbouw, zinstructuren en spelling nog niet altijd even goed gaan. Het in gesprek gaan met de revalidanten, de behandelingen zelf en omgang met collega’s verloopt allemaal voorspoedig.
Feedback
Tijdens evaluatiegesprekken krijg ik tips om mijn zinnen duidelijker en vloeiender te formuleren. Ze schrijven het niet voor mij uit, maar geven handvatten waarmee ik zelf mijn teksten kan verbeteren. Dat helpt mij om ervan te leren en steeds zelfstandiger te worden.
Online en fysiek onderwijs
Online onderwijs ervaar ik als prettig. Je kan je tijd beter functioneel indelen en je hebt geen reistijd. Het stellen van vragen gaat fysiek wel gemakkelijker. Je kan dan nog altijd even nablijven om een praatje te maken met je docent. Online ben ik sneller geneigd om dit niet te doen.
Wat helpt mij?
Tijdens het communiceren met anderen vind ik het prettig als duidelijk is wat er van mij verwacht wordt. Dat geeft mij houvast en structuur. Verder heb ik geen specifieke behoeften, bijvoorbeeld in spreektempo of manier van praten.
Uiteindelijk had ik maar één aanpassing nodig: extra tijd. Maar de weg ernaartoe was ingewikkelder dan nodig. Als we dat proces verbeteren, kunnen studenten zoals ik veel sneller doen waar het echt om draait: leren en groeien.”
