Studentervaring | Suzanne over studeren met TOS

“Extra tijd geeft mij de ruimte om te laten zien wat ik kan.”

Iedere student studeert op zijn eigen manier. Voor mij betekent studeren met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) dat ik soms meer tijd nodig heb om informatie te verwerken en kennis toe te passen. Ik ben Suzanne en volg met veel plezier de master Forensische Gezinspedagogiek aan de Universiteit Leiden. In dit verhaal deel ik mijn ervaringen, wat voor mij goed werkt, waar ik soms tegenaan loop en welke tips ik heb voor onderwijsprofessionals en andere studenten.

Extra tijd geeft ruimte en rust

Door mijn TOS kost het mij soms meer tijd om informatie te verwerken en vragen goed te begrijpen. Op de middelbare school had ik daarom ook al extra tijd bij toetsen en een ruimere marge voor taalfouten. Die behoefte is eigenlijk altijd hetzelfde gebleven. Extra tijd tijdens tentamens helpt mij om de vragen rustig te lezen en mijn antwoorden zorgvuldig te formuleren. Daardoor ervaar ik minder stress. Toen ik mij aanmeldde voor mijn studie heb ik aangegeven dat ik een TOS heb. Tijdens mijn premaster had ik dit niet gedaan, omdat ik dacht dat ik het zonder extra tijd wel zou redden. In de praktijk bleek dat toch lastiger dan verwacht. Daarna heb ik mijn voorziening alsnog aangevraagd. Sindsdien kan ik weer gebruikmaken van extra tijd bij tentamens.

Informatie en voorzieningen goed geregeld

Toen ik bij mijn aanmelding aangaf dat ik studeer met TOS, ontving ik aan het begin van het studiejaar een e-mail met informatie over de mogelijkheden. Via het studentportaal kun je vervolgens naar de tegel Studeren met een functiebeperking. Daar staat een overzicht van voorzieningen die je kan aanvragen, bijvoorbeeld extra tijd bij tentamens. Bij zo’n aanvraag moet je een verklaring van een deskundige toevoegen. Daarnaast kun je contact opnemen met studieadviseurs als je vragen hebt of hulp nodig hebt bij het regelen van voorzieningen. Voor mij werkte dit proces prettig en overzichtelijk. Ik wist wat ik nodig had en kon mijn voorziening vrij eenvoudig regelen.

Soms meer tijd nodig om kennis te verwerken

Tijdens mijn studie merk ik vooral dat mijn verwerkingssnelheid soms wat trager is. Dat speelt met name wanneer ik nieuwe kennis moet opnemen. Dit kost mij meer tijd. Ook bij tentamens lees ik vragen vaak twee of drie keer om goed te begrijpen wat er precies wordt gevraagd. In werkgroepen of hoorcolleges wordt soms verwacht dat je kennis direct kunt toepassen op een casus. Voor mij is die omschakeling niet altijd meteen mogelijk. Daardoor ben ik soms wat terughoudender of minder actief tijdens zulke momenten. Misschien zou wat meer voorbereidingstijd helpen bij dit soort opdrachten, al vraag ik me ook af of ik die voorbereiding dan altijd daadwerkelijk zou gebruiken. Uiteindelijk heb ik vooral geleerd om mezelf de tijd te geven die ik nodig heb.

Goed plannen helpt mij verder

Naast mijn tentamenvoorziening heb ik geen extra ondersteuning nodig tijdens mijn studie. Door goed te plannen en mezelf voldoende tijd te geven om de stof te verwerken, lukt het mij om mijn studie goed te volgen. Het aanvragen van mijn toetsvoorziening verliep soepel en kostte weinig tijd. Daarnaast weet ik dat ik altijd contact kan opnemen met een studieadviseur als ik ergens tegenaan loop. Wat met name fijn is met antwoorden op vragen via e-mail, is dat je het nogmaals terug kan lezen.

Online onderwijs werkt voor mij juist goed

Online onderwijs ervaar ik als heel prettig. Het zorgt ervoor dat ik met minder dingen tegelijk bezig hoef te zijn. Vaak staan presentaties al vooraf online. Daardoor kan ik mij beter voorbereiden en alvast nadenken over mogelijke vragen. Tijdens een hoorcollege lukt dat mij meestal minder goed. Ook merk ik dat docenten via de e-mail vaak uitgebreidere antwoorden geven dan tijdens een college. Dat helpt mij om de informatie beter te verwerken.

Stage: werken en leren op mijn manier

Tijdens mijn stages, zowel in Nederland als in het buitenland, heb ik weinig belemmeringen ervaren. Wat voor mij een groot verschil maakt, is dat er geen tentamens zijn. In de praktijk hoef je niet altijd direct een antwoord te geven. Als ik voor een lastig vraagstuk sta, kan ik er later op terugkomen nadat ik er rustig over heb nagedacht. Dat past goed bij hoe ik werk. Ook in ad hoc situaties kan ik goed handelen. In mijn werk als leerkracht in het speciaal onderwijs, waar ik ook stage heb gelopen, merk ik dat mijn TOS mij weinig beperkt in het dagelijks handelen. Naast mijn werk volg ik een master. Alleen bij meer complexe keuzes heb ik soms wat extra tijd nodig om informatie te verwerken en tot een beslissing te komen. Dat is iets waar ik bewust rekening mee houd.

Openheid helpt in contact met anderen

Ik vertel niet snel dat ik TOS heb. Meestal komt het pas ter sprake als iemand merkt dat ik bijvoorbeeld wat meer tijd nodig heb om informatie te verwerken. In een paar situaties hebben mensen dat ook benoemd, en dan leg ik kort uit wat TOS is en wat het voor mij betekent. Dat helpt. Door het uit te leggen ontstaat er vaak begrip en houden mensen er rekening mee. Tegelijk kies ik er bewust voor om er niet meteen open over te zijn. Ik wil niet dat TOS bepaalt hoe mensen mij zien. Ik vind het belangrijk dat mensen mij eerst leren kennen als persoon. Pas later, als het nodig is of goed voelt, vertel ik er meer over.

Samen kom je verder

Mijn belangrijkste boodschap aan onderwijsprofessionals is: sta open en denk mee. Samen kom je vaak verder. Aan studenten met een vergelijkbare ondersteuningsbehoefte wil ik meegeven: neem contact op met je docent als je ergens tegenaan loopt. De meeste docenten staan open om mee te denken. Lukt dat niet, dan kun je ook terecht bij een studieadviseur of decaan. Soms is het enige wat je nodig hebt een beetje extra tijd.

Suzanne’s tips voor onderwijsprofessionals:

  • Sta open en denk mee met studenten. Kleine aanpassingen of een gesprek kunnen al veel verschil maken.
  • Geef studenten voldoende tijd om informatie te verwerken. Niet iedere student kan nieuwe kennis direct toepassen.
  • Zorg dat informatie over voorzieningen duidelijk en makkelijk vindbaar is. Bijvoorbeeld via het studentportaal en duidelijke communicatie bij de start van het studiejaar.
  • Bied waar mogelijk voorbereidingstijd. Bijvoorbeeld door presentaties of materialen vooraf te delen.
  • Wees flexibel in communicatie. Sommige studenten verwerken informatie beter wanneer ze deze rustig kunnen nalezen, bijvoorbeeld via e-mail.
  • Maak het bespreekbaar dat studenten verschillend leren en reageren. Dit kan helpen om begrip te creëren in werkgroepen en colleges.