Infosheet | Begeleiden van studenten met TOS

student zit met laptop op een poef. twee begeleiders zitten aan tafel achter een laptop.

“Het grootste cadeau dat je kunt geven aan een student met TOS is de ruimte om zichzelf te uiten, zonder oordeel, en met de juiste ondersteuning.“

Deze infosheet richt zich specifiek op de begeleiding van studenten met TOS, een neurocognitieve ontwikkelingsstoornis die invloed heeft op taalverwerking. Het biedt praktische tips voor het ondersteunen van deze studenten in verschillende onderwijscontexten, zoals tijdens contacturen, toetsen, studietaken en stages. Door gebruik te maken van visuele hulpmiddelen en gestructureerde instructies, kan de communicatie en leerervaring van studenten met TOS aanzienlijk verbeteren.

Wat biedt de infosheet?

Deze infosheet biedt praktische richtlijnen en adviezen om studenten met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) effectief te ondersteunen. Het bevat tips voor het toepassen van visuele hulpmiddelen, gestructureerde instructies, herhaling en extra verwerkingstijd. Daarnaast biedt het strategieën voor ondersteuning tijdens contacturen, toetsing, zelfstandige studietaken, stages en afstuderen. De infosheet helpt om een inclusieve leeromgeving te creëren waarin studenten met TOS zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Voor wie is de infosheet?

De infosheet is voor docenten, studieadviseurs en onderwijsprofessionals die studenten met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) begeleiden. Het biedt tools en kennis om deze studenten beter te ondersteunen in zowel de digitale als fysieke leeromgeving, zodat zij hun volledige potentieel kunnen benutten.

Direct aan de slag!

Begin vandaag nog met het implementeren van de adviezen uit de infosheet om studenten met TOS te ondersteunen. Gebruik de tips voor verschillende situaties, van contacturen tot afstuderen, en zorg voor een omgeving waarin deze studenten zich gehoord, ondersteund en gestimuleerd voelen.

Tips van een ervaringsdeskundige student:

Wat is TOS?

  • Tos is een taalontwikkelingsstoornis.
  • Een neurocognitieve stoornis die taal begrijpen, verwerken en gebruiken moeilijk maakt.
  • Een ‘kleurenpalet’ van taalproblemen, zoals beperkte woordenschat en woordvindingsproblemen.
  • Een onzichtbare handicap met grote invloed op leren en meedoen in de klas.
  • Komt voor bij 7,4% van de kinderen – dat is bijna 2 jongeren per klas.

Waar loopt een student met TOS tegenaan?

  • Moeite met lange of complexe instructies.
  • Problemen met luisteren én aantekeningen maken tegelijk.
  • Beperkt begrip van schooltaal en abstracte woorden.
  • Moeite met het vormen van goede zinnen.
  • Langere verwerkingstijd – antwoord komt vaak niet meteen.
  • Moeite met het begrijpen van toetsvragen.
  • Open vragen zijn lastig – antwoorden zijn vaak kort.
  • Spontaan praten, vooral in formele gesprekken, is moeilijk.

Wat kun jij als docent doen?

  • Ga het gesprek aan met de student: praat niet over, maar met de student. Gebruik korte vragen zoals wie, wat, waar, wanneer, hoe – die zijn makkelijker te beantwoorden dan waarom. Studenten met TOS houden het gesprek vaak kort, niet uit onwil, maar omdat praten moeilijk is.
  • Zorg voor voorspelbaarheid en structuur: geef vooraf duidelijke leerdoelen, herhaal belangrijke punten en kondig onderwerpen van toetsen of mondelingen op tijd aan. Een oefentoets of voorbeeld helpt enorm.
  • Deel PPT-sheets of lesinstructies: zet ze op Classroom of mail ze na de les. Zo kunnen studenten de informatie in hun eigen tempo verwerken.
  • Sta vragen toe bij toetsen of opdrachten: Laat studenten verduidelijking vragen over moeilijke woorden of zinnen. Ze vragen niet om het antwoord, maar om de betekenis.
  • Geef extra tijd en denktijd: studenten met TOS verwerken taal langzamer. Geef ze daarom meer tijd – bij toetsen én bij mondelinge vragen.
  • Let op bij open vragen en toetsformulering: gebruik je moeilijke taal in een toetsvraag, dan toets je misschien onbedoeld taalvaardigheid in plaats van vakinhoud. Vraag je altijd af: toets ik vakkennis of taal?
  • Bedenk wat je minimaal wilt weten. Studenten met TOS kunnen vaak geen lange, uitgebreide antwoorden geven. Formuleer vooraf wat je écht wilt horen of beoordelen.
  • Kijk per student wat nodig is. TOS verschilt per student. De een heeft moeite met taalbegrip, de ander met spreken – of beide. Er is geen standaardaanpak: het is maatwerk.
  • Kennis en erkenning zijn de basis. Jongeren hebben volwassenen nodig die hen zíen, accepteren en ondersteunen. Weten wat TOS is – en wat het betekent voor leren – is de eerste stap. Alleen dan kun je als docent écht verschil maken.

Bekijk ook de tips m.b.t. informatie en scholing op smartonderwijs.nl.