Handreiking | 4 kwadrantenmodel (artikel)

4 kwadrantenmodel (1)

“Goed voor studenten zorgen, is kennis borgen.“

Hoe werk je op een planmatige en duurzame manier aan deskundigheidsbevordering van docenten om toegankelijk onderwijs voor deze studenten te realiseren? Over het leren en professionaliseren van docenten is de laatste jaren veel gezegd en geschreven. Dit leren en professionaliseren vindt zowel informeel plaats, bijvoorbeeld in de interactie met studenten in de klas en via uitwisseling met collega’s, als formeel, door het volgen van trainingen of scholingstrajecten.

Met betrekking tot deskundigheid op het gebied van studeren met een functiebeperking stelt de Commissie Maatstaf in haar adviesrapport dat instellingen de deskundigheid over ondersteuningsmogelijkheden, voorzieningen en hulpmiddelen op opleidings- en instellingsniveau actief moeten bevorderen. Daarbij wordt geadviseerd om te investeren in kennisontwikkeling en structurele borging. Het belang hiervan blijkt ook uit onderzoek onder studenten met een ondersteuningsbehoefte uit de NSE. Zij waarderen het begrip dat zij van docenten ervaren, maar geven tegelijkertijd aan dat de inhoudelijke kennis van docenten over ondersteuningsbehoeften en toegankelijkheid minder hoog wordt gewaardeerd.

Wat biedt het model?

Het vier-kwadranten-model ondersteunt instellingen bij het planmatig opzetten van het professionaliseren en borgen van kennis over studeren met een functiebeperking.

Voor wie is het model?

Het model is ontwikkeld voor professionals uit het hbo en wo, die zich op opleidingsniveau of instellingsniveau bezig houden met de professionalisering van docenten. Het gaat om het professionaliseren op het gebied van studeren met een functiebeperking en de toegankelijkheid van het onderwijs voor studenten met een ondersteuningsbehoefte.

Het Kwadrantenmodel

Vier scenario’s van professionalisering

Het vier-kwadranten-model onderscheidt vier scenario’s die laten zien hoe professionalisering rondom toegankelijk onderwijs voor studenten met een ondersteuningsbehoefte binnen een instelling georganiseerd kan zijn.

Op de verticale as staat organisatie tegenover individu: deze as geeft aan wie binnen de instelling het initiatief neemt tot professionalisering.
Op de horizontale as staan ad hoc en beleidsmatig tegenover elkaar: deze as geeft aan in welke mate professionalisering voortkomt uit een gedeelde visie en structureel beleid, of juist incidenteel en op losse initiatieven gebaseerd is.

De combinatie van deze assen levert vier scenario’s op. Per scenario kan beschreven worden wie professionaliseert, wat het onderwerp is, hoe de professionalisering plaatsvindt, waarom dit gebeurt en welke effecten dit heeft. Uiteraard bestaan er ook mengvormen en varianten op deze scenario’s.

Vragen om de dialoog te voeren

Binnen opleidingen en instellingen kan het model gebruikt worden om de dialoog over planmatige professionalisering te ondersteunen. Drie kernvragen zijn daarbij richtinggevend:

  1. Welke scenario’s passen bij de huidige situatie?
  2. Welke scenario’s sluiten aan bij de gewenste situatie?
  3. Welke acties, betrokkenen en middelen zijn nodig om daar te komen?

Docenten binnen een instelling vragen om een training over studeren met ADHD. De professionaliseringsacademie van de instelling biedt deze training aan, maar door te weinig aanmeldingen is de training herhaaldelijk geannuleerd.

Voorbeeld uit de praktijk

In een gesprek met een HR-professional kwamen daarom de volgende vragen aan de orde:

  • Wie heeft de professionaliseringsbehoefte?
  • Is het een individuele wens of vloeit deze voort uit de visie van de organisatie?
  • Is er sprake van centraal beleid, of ligt de verantwoordelijkheid bij individuele docenten of opleidingen?

Het vier-kwadranten-model bleek hierbij een bruikbaar instrument. Het hielp om de huidige situatie (scenario I) te identificeren en om ambities en acties te formuleren voor een beweging richting de gewenste scenario’s (II, III of IV).

ScenarioInitiatiefMate van beleidKenmerkenEffect/risico
I – Individueel & ad hocDocent of medewerkerGeen of beperkt beleidProfessionalisering ontstaat vanuit persoonlijke interesse of directe behoefte van de studenten.Enthousiasme en betrokkenheid, maar kwetsbaar en niet duurzaam.
II – Organisatorisch & ad hocOpleiding / team / dienstNog niet ingebed in beleidAfdelingen of teams organiseren trainingen of workshops bij actuele vragen.Snelle respons, maar kans op versnippering en wisselende kwaliteit.
III – Individueel & beleidsmatigDocent of medewerkerOndersteund door beleid en visiePersoonlijke initiatieven sluiten aan bij instellingsbeleid of kwalificatietrajecten (zoals BKO/SKO).Versterkt individuele motivatie, maar kan beperkt bereik hebben.
IV – Organisatorisch & beleidsmatigInstelling / faculteitStructureel ingebed in beleidProfessionalisering is onderdeel van vast beleid, systematisch opgenomen in trajecten en kwaliteitszorg.Brede borging, duurzame verankering en consistente kwaliteit.

Het model maakt zichtbaar waar een instelling nu staat en welke richting zij wil ontwikkelen. Vaak start professionalisering in scenario I (individueel, ad hoc) en wordt toegewerkt naar scenario IV (organisatorisch, beleidsmatig) om duurzame borging te realiseren.

Direct aan de slag!