UDL | Onderwijsaanpak van Hogeschool Leiden

“Met UDL kunnen alle studenten aanhaken en meedoen.”

Binnen Hogeschool Leiden is UDL terug te vinden in alles wat ze doen. Collega’s hanteren echter de term flexibiliseren wanneer ze spreken over vormvrij toetsen, programmatisch toetsen, formatief handelen en het begeleiden van studenten bij hun leerproces. Heel benieuwd naar hoe zij als voorloper werken met UDL, gingen we in gesprek met Marjan de Ruijter, onderwijskundige en docent aan de hogeschool.

De eerste ervaring met UDL

Marjan wilde het flexibel onderwijsconcept graag in de praktijk ervaren. Ze ontwikkelde hiervoor een module, gebaseerd op de principes van UDL. Het gedachtegoed sloot goed aan bij de onderwijsvisie op de faculteit.

”Op verschillende plekken in de hogeschool werken we met redelijk vergaande flexibilisering zoals vormvrij toetsen. Studenten betrokken we bij de inhoud van de toets. Zo werken we aan toetsbestendig onderwijs.”

“Het is belangrijk om het onderwijs zo te organiseren dat iedereen kan meekomen. Inclusiviteit is voor de hogeschool belangrijk. Hiervoor is ook een lectoraat ingericht. We waken ervoor dat inclusief onderwijs niet alleen voor de student met een functiebeperking is, maar dat het breder opgepakt wordt. UDL biedt mogelijkheden voor álle studenten om aan te haken en mee te doen. Dit was voor mij de aanleiding om het onderwijs op mijn manier UDL-proof te maken”, aldus Marjan.

Stapsgewijze aanpak voor aansprekend flexibel onderwijs

Marjan ziet dat zij en haar collega’s steeds bewuster nadenken over het ontwerp van lessen en modules. “Het is belangrijk om eerst te bedenken waar studenten van ‘aan’ gaan en hoe ze ‘landen’ in het onderwerp. Vervolgens bedenk je hoe je het leerproces gaat vormgeven, wat daarvoor nodig is en hoe je de leerstof aanbiedt. Als laatste denk je na over hoe studenten het geleerde kunnen laten zien en hoe dat op verschillende manieren zou kunnen. Concrete voorbeelden hiervan zijn vormvrije toetsen, het inspreken van een PowerPointpresentatie, een inhoudelijke check-in aan de start van een module, het op verschillende manieren aanbieden van lesstof en het zelf formuleren van toetsvragen door studenten.”

De rol van early-adopters bij veranderaanpak

“Voor de implementatie van flexibel en inclusief onderwijs zijn early-adopters heel belangrijk. Zij durven nieuwe concepten uit te proberen en kunnen collega’s overtuigen om mee te doen”, vindt Marjan. “Het helpt ook om enthousiaste mensen op andere niveaus te betrekken. Mensen van bovenaf kunnen namelijk bezwaren wegnemen en ruimte bieden om te mogen experimenteren.

Praat niet teveel over concepten. Dat levert vaak weerstand op. Ga het gesprek aan over de bedoeling van het onderwijsconcept of de -methode, daar bereik je meer mee. Zorg daarbij voor concrete handvatten en praktische voorbeelden. Wanneer het praktisch en concreet is, wordt het makkelijker om met een nieuw onderwijsconcept te experimenteren. Een relatief platgeslagen vertaling van het concept naar de praktijk is handig voor collega’s die het spannend vinden om te experimenteren. Je kunt ook op kleine schaal beweging proberen te krijgen, zodat het gaat werken als een olievlek,” adviseert Marjan.  

Voorwaarden voor flexibel onderwijs

“Binnen Hogeschool Leiden is voldoende ruimte om verschillende middelen in te zetten. Er zijn genoeg mogelijkheden voor studenten om op eigen tempo te kunnen werken. Dat is ook wel een voorwaarde voor flexibel onderwijs”, vindt Marjan. “Er moet ruimte zijn om gaandeweg te puzzelen en maatwerk te leveren. Aan de ene kant wil je duidelijkheid bieden aan studenten over het programma, aan de andere kant bestaat het risico dat je je programma op slot zet door lang van tevoren veel vast te leggen. Dan kan er niets meer veranderd worden. Dat levert soms dilemma’s op en werkt niet altijd prettig.”

Wat UDL oplevert voor de studenten

“Studenten werden heel fanatiek toen ze zelf toetsvragen mochten bedenken die mogelijk in de eindtoets werden opgenomen. Daar gingen we dan ook tijdens de les mee aan de slag. De studenten wilden het graag goed doen en invloed uitoefenen op de inhoud van hun toets.

  • De motivatie van studenten voor het verwerken van de lesstof werd dus vergroot.
  • Het gaf studenten een extra impuls om naar de les te komen.
  • De toets kreeg een aanvullende lading: er kwam iets bij als ‘zou ‘mijn’ vraag erbij zitten’?

De studenten vinden het ook wel spannend om meer zeggenschap te krijgen. Vaak hebben ze liever een duidelijke planning en richtlijnen, zodat ze beter weten waaraan ze moeten voldoen. Het kost tijd om daar met studenten mee aan de slag te gaan en ze het vertrouwen te geven in hun eigen leerproces. Wanneer de studenten meer in de bestuurdersrol neergezet worden, vraagt dat ook een andere rol van de docent. De definitie van het docentschap verandert. De meeste docenten zijn gewend expert te zijn, controle te hebben en antwoorden te geven. Als je dan meer als coach moet gaan werken, is dat een spannende verandering. Dus niet alleen studenten moeten hierin worden begeleid, maar ook de docenten.”

Loslaten van klassieke kennisoverdracht

Marjan is ervan bewust dat studenten die dit jaar instromen, over vijf jaar afstuderen en doorstromen naar een beroep waarvan de inhoud in die tussentijd flink kan veranderen. Daarom vindt ze dat, hoewel kennisoverdracht natuurlijk belangrijk blijft, de klassieke ‘hoorcollegeconstructie’ losgelaten moet worden. Studenten moeten leren om professional te zijn in een snel veranderende wereld. Ze moeten handvatten krijgen om zelf de regie te kunnen nemen en zelfsturend kunnen optreden. Daar is een andere vorm van onderwijs voor nodig, zoals UDL.

Tips uit de praktijk van Marjan de Ruijter

  • Ontwerp onderwijs zodat iedereen kan meedoen.
  • Gebruik flexibele en gevarieerde werk- en toetsvormen.
  • Zet early-adopters in om draagvlak en vernieuwing te stimuleren.
  • Vermijd te abstracte concepten: geef praktische voorbeelden.
  • Vertaal UDL concreet en eenvoudig naar de praktijk.
  • Begin klein en breid stapsgewijs uit (olievlekwerking).
  • Zorg voor flexibiliteit en ruimte om maatwerk te leveren. Houd balans tussen duidelijkheid en flexibiliteit.
  • Betrek studenten bij toetsing (bijv. toetsvragen laten maken).
  • Docenten: leer loslaten en meer coachend werken.
  • Laat klassieke hoorcollegestructuur los en stimuleer zelfsturing.

Je kennis en ervaringen delen?

Deel ook jouw verhaal!