Checklist | WCAG 2.2 succescriteria

Internationale standaard voor digitaal toegankelijke content
Als onderwijsinstelling heb je een wettelijke verplichting om toegankelijk te zijn. De toegankelijkheidseisen en nationale besluitvorming gaan er vanuit dat instellingen de komende jaren systematisch werken aan de verbetering van de toegankelijkheid van digitale producten en online systemen.
De WCAG is opgebouwd uit drie lagen, namelijk: principes, richtlijnen en succescriteria. De vier principes zijn: waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust. Daarbij zijn er dertien richtlijnen gesteld, verdeeld over deze vier principes. Met 87 succescriteria zijn de meetbare eisen geduid waaraan toegankelijke content moet voldoen. Deze succescriteria zijn verdeeld over drie verschillende niveaus: A, AA en AAA. De 57 succescriteria op niveau A en AA zijn verplicht volgens het Tijdelijk Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid en de Europese Norm (EN) 301 549.
Vier principes
Principe 1 | Waarneembaar
Zorg dat iedereen alle belangrijke informatie kan waarnemen op een manier die prettig is, bijvoorbeeld zien, horen of voelen.
- 1.1.1 Niet-tekstuele content (A) | Geef informatieve afbeeldingen en andere niet-tekstuele content een goed tekstalternatief.
- 1.2.1 Alleen-geluid en Alleen-video (vooraf opgenomen) (A) | Zorg voor een alternatief voor video-zonder-geluid (bijv. een animatie) of geluid-zonder-video (bijv.een podcast).
- 1.2.2 Ondertitels (vooraf opgenomen) (A) | Zorg dat video’s ondertitels hebben voor alle belangrijke geluiden.
- 1.2.3 Audiodescriptie of media-alternatief (vooraf opgenomen) (A) | Zorg dat alle belangrijke visuele informatie in video’s ook te horen is óf zorg voor een tekstalternatief (bijv. een transcript).
- 1.2.4 Ondertiteling bij live video (AA) | Live video’s worden voorzien van ondertiteling voor doven en slechthorenden. Let op: Er is een wettelijke uitzondering voor live-video’s.
- 1.2.5 Audiodescriptie (vooraf opgenomen) (AA) | Zorg dat alle belangrijke visuele informatie in video’s ook te horen is. Een ander alternatief is voor 1.2.5 niet meer mogelijk.
- 1.3.1 Info en relaties (A) | Info, structuur en relaties in de content die je kan zien, moet ook in de code voor hulpsoftware beschikbaar zijn.
- 1.3.2 Betekenisvolle volgorde (A) | Zorg ervoor dat alle content in een ‘logische’ volgorde staat en dat hulpsoftware deze ook kan bepalen.
- 1.3.3 Zintuigelijke eigenschappen (A) | Verwijs niet naar vorm, locatie, kleur, omvang, oriëntatie of geluid.
- 1.3.4 Weergavestand (AA) | Je moet je scherm kunnen draaien zonder dat dat content verloren gaat.
- 1.3.5 Doel van invoervelden herkennen (AA) | Het doel van formuliervelden voor persoonlijke gegevens (bijv. NAW-gegevens) moet de hulpsoftware herkennen.
- 1.4.1 Gebruik van kleur (A) | Gebruik niet alleen maar kleur om informatie over te brengen, bijvoorbeeld in grafieken, diagrammen en tabellen.
- 1.4.2 Geluidsbediening (A) | Als geluid automatisch start en langer dan 3 seconden duurt dan moet er een manier zijn om het te pauzeren. Advies: start geluid niet automatisch.
- 1.4.3 Kleurcontrast van tekst (AA) | Alle teksten moeten voldoende kleurcontrast hebben. Tip: gebruik de Colour Contrast Analyzer om het kleurcontrast te bepalen.
- 1.4.4 Herschalen van tekst (AA) | Het moet mogelijk zijn om alle teksten te kunnen vergroten tot 200%.
- 1.4.5 Afbeeldingen van tekst (AA) | Gebruik geen afbeeldingen van tekst, maar maak je tekst op met CSS.
- 1.4.10 Opnieuw positioneren (AA) | Je website moet responsive zijn en er mag geen content missen.
- 1.4.11 Contrast van niet-tekstuele content (AA) | Ook niet-tekstuele content op je website heeft voldoende kleurcontrast (3,0:1). Denk bijvoorbeeld aan belangrijke afbeeldingen en formuliervelden.
- 1.4.12 Tekstafstand (AA) | Je kan de regelhoogte, letterafstand, afstand tussen alinea’s en afstand tussen woorden aanpassen om alles beter leesbaar te maken.
- 1.4.13 Content bij hover of focus (AA) | Als content op hover of focus wordt getoond, dan moet het ook voor iedereen goed waarneembaar zijn.
Principe 2 | Bedienbaar
Is alles voor iedereen, op elk moment en op elk apparaat goed te bedienen? Voorkom verwarring en fouten.
- 2.1.1 Toetsenbord (A) | Alles moet bedienbaar zijn met het toetsenbord of vergelijkbare hulpapparatuur.
- 2.1.2 Geen toetsenbordval (A) | Zorg dat gebruikers van het toetsenbord niet vastlopen.
- 2.1.4 Sneltoetsen van één teken (A) | Voorkom het gebruik van sneltoetsen die bestaan uit één teken, zoals hoofdletters, kleine letters leestekens, cijfers of symbolen.
- 2.2.1 Tijd aanpasbaar (A) | Als er een tijdslimiet is op de website dan moet dit uitgezet of aangepast kunnen worden.
- 2.2.2 Pauzeren ,stoppen, verbergen (A) | Voor alle bewegende of scrollende content moet de mogelijk de mogelijkheid zijn om dit te pauzeren, te stoppen of te verbergen.
- 2.3.1 Drie flitsen of lager (A) | Het snel flitsen van drie keer of meer per seconde kan foto-epileptische aanvallen veroorzaken en is niet toegestaan.
- 2.4.1 Herhalende blokken overslaan (A) | Er moet een mogelijkheid zijn om herhalende blokken over te slaan.
- 2.4.2 Paginatitel (A) | Alle pagina’s hebben een goede titel die het onderwerp beschrijft.
- 2.4.3 Focusvolgorde (A) | Als de volgorde waarin elementen toetsenbordfocus krijgen belangrijk is, dan moet de betekenis daarvan behouden blijven.
- 2.4.4 Linkdoel (A) | Geef links een duidelijke tekst zodat je weet wat er gebeurt als je er op klikt.
- 2.4.5 Meerdere manieren (AA) | Pagina’ s vind je op meerdere manieren, bijvoorbeeld via een zoekfunctie.
- 2.4.6 Koppen en labels (AA) | Gebruik duidelijke koppen en tekstlabels die het onderwerp of doel beschrijven.
- 2.4.7 Focus zichtbaar (A) | Voorkom verwarring en zorg dat je ziet op welk element de toetsenbordfocus staat.
- 2.4.11 Focus weergave (AA) | De indicator van de toetsenbordfocus is overal ruim voldoende zichtbaar.
- 2.4.12 Niet volledig bedekt door focus (AA) | Als een element focus krijgt, mag dit element niet helemaal verborgen zijn.
- 2.5.1 Aanwijzergebaren (A) | Gebruikers kunnen touch-functies bedienen met hulptechnologie of met één vinger.
- 2.5.2 Aanwijzerannulering (A) | Als je ergens op klikt moet je dit kunnen annuleren door de muisaanwijzer te verplaatsen.
- 2.5.3 Label in naam (A) | Van alle interactieve elementen met zichtbare tekst is deze tekst ook beschikbaar in de toegankelijkheidsnaam.
- 2.5.4 Bewegingsactivering (A) | Functionaliteit die wordt geactiveerd door het apparaat te bewegen (bijvoorbeeld schudden) kan worden uitgeschakeld en ook op een andere zij worden bediend.
- 2.5.7 Sleepbewegingen (AA) | Als je iets kunt slepen dan moet dat ook op een andere wijze mogelijk zijn dan met alleen een ‘muis’.
- 2.5.8 Doelgebied grootte (minimaal (AA) | Maak klikbare gebieden groot genoeg om fouten te voorkomen.
Principe 3 | Begrijpelijk
Is alles voor iedereen, op elk moment en op elk apparaat goed te begrijpen? Voorkom verwarring en fouten.
- 3.1.1 Taal van de pagina (A) | Hulpsoftware moet de taal van de pagina kunnen bepalen.
- 3.1.2 Taal van onderdelen (AA) | Als de taal van de content wisselt dan moet hulpsoftware deze kunnen bepalen.
- 3.2.1 Bij focus (A) | Als een element focus krijgt dan mag er geen contextwijziging gebeuren.
- 3.2.2 Bij input (A) | Als een element input krijgt dan mag er geen contextwijziging gebeuren.
- 3.2.3 Consistente navigatie (AA) | Voorkom verwarring en gebruik menu’s consistent.
- 3.2.4 Consistente identificatie (AA) | Alle elementen met dezelfde functie zijn op dezelfde manier herkenbaar.
- 3.2.6 Consistente help (A) | Als hulp beschikbaar is op de website dan is die altijd op dezelfde plek te vinden.
- 3.3.1 Foutidentificatie (A) | Als fouten gemaakt worden dan moet de fout duidelijk herkenbaar zijn.
- 3.3.2 Labels of instructies (A) | Invoervelden hebben duidelijke tekstlabels of instructies.
- 3.3.3 Foutsuggesties (AA) | Geef oplossingen als gebruikers fouten maken.
- 3.3.4 Voorkom fouten (AA) | Voorkom risico’s bij het verzenden van gevoelige gegevens.
- 3.3.7 Toegankelijke authenticatie (AA) | Maak inloggen makkelijker, biedt alternatieven voor cognitieve testen.
- 3.3.9 Overtollige invoer (A) | Voorkom dat gebruikers dezelfde info meerdere keren moeten invullen.
Principe 4 | Robuust
De website of app moet zo geprogrammeerd worden dat browsers en hulptechnologie alles goed kunnen begrijpen en weergeven, ook als er dynamische content is.
- 4.1.1 Parsen (A) | Voorkom grote fouten in de code.
- 4.1.2 Naam, rol, waarde (A) | Software begrijpt de naam en rol van elementen. Ook de waarde, status of eigenschappen van elementen kunnen worden bepaald.
- 4.1.3 Statusberichten (AA) | Meldingen en waarschuwingen die verschijnen, kunnen worden bepaald door hulpsoftware.
