‘Vraag goed door, vaak komt het echte verhaal als de student de deurklink al in de hand heeft’

Portret Tilburg University (TiU) over inclusief onderwijs

brildragende vrouw met kort donker haar

07 oktober 2021

Dorine Roestenberg is al elf jaar Dean of students, oftewel, studentendecaan bij de Tilburg University (TiU). Bij TiU bestaat er een keten voor de begeleiding van studenten, vertelt Roestenberg. “Studenten moeten zelf verantwoordelijkheid voelen voor hun eigen proces. We ‘pamperen’ niet, maar blijven wel betrokken.”

Organisatie voor een inclusieve aanpak

“Er is hier veel goed geregeld. Zo is er een centrale medewerker van de hele universiteit die vooral op toegankelijkheid is aangesteld en zich richt op praktische zaken. Daarnaast hebben we een universiteitsbrede werkgroep inclusief onderwijs. In 2019 ondertekenden wij de intentieverklaring VN-verdrag om met nieuwe doelen aan de gang te gaan om het inclusie-onderwijs te verbeteren. Bij TiU bestaat er een keten voor de begeleiding van studenten van studentmentoren, docentmentoren en studieadviseurs. Studieadviseurs noemen we bij ons onderwijscoördinatoren; zij hebben naast studieadvies ook onderwijs, begeleiding en organisatie in hun portefeuille en werken samen met de onderwijsdirecteur. Zo houden ze feeling met de onderwijsprogramma’s. Alle genoemde rollen zijn op opleidingsniveau, per faculteit, georganiseerd. Op centraal niveau hebben we de afdeling ‘Student Development’, waar ik zelf deel van uitmaak. Dit team is onderverdeeld in twee groepen: Student Career Services en Student Wellbeing. In die laatstgenoemde club ben ik één van de vijf studentendecanen. We betrekken verschillende collega’s bij onze dienstverlening, zoals studentenpsychologen, een maatschappelijk werker en studentenpastor.

Protocol

Al in 2012 besloten we het toekennen van tentamenvoorzieningen te centraliseren. Dat betekent dat er mandaat is gekomen van alle examencommissies voor de studentendecanen. De studentendecanen mogen uit naam van de examencommissies de voorzieningen toekennen die we in het protocol hebben. Alles wat buiten het protocol valt, een nieuw thema of een aandoening die we nog niet kennen, doen we in samenspraak met de examencommissie.

Lange wachtlijsten

Aan het begin van het collegejaar vragen studenten in een vrij korte periode voorzieningen aan. Tot de herfst zijn we bezig om die voorzieningen, vóór de echte tentamens beginnen, toegekend te hebben. Dat zijn drukke tijden! Van de ongeveer 21.000 studenten die bij TiU studeren, hebben er ruim 1.200 een tentamenvoorziening. De grootste groep heeft dyslexie. Veel zorg gaat naar de studenten met een psychische kwetsbaarheid. Vooral buitenlandse studenten die geen familie om zich heen hebben. Bij hen speelt vaak ook eenzaamheid een rol en ze weten vaak niet goed waar ze in Nederland terecht kunnen. Tachtig procent van mijn tijd ben ik met deze relatief kleine groep bezig. Ik merk dat het een groot verschil is of iemand al van jongs af aan een diagnose heeft, of dat de problematiek pas later (tijdens het studeren) ontstaat. Door mijn ervaring zie ik soms welke problematiek er schuilt achter de student. Ik bespreek mijn idee met de student, en verwijs door voor hulp of testen.

” Er was een huisartsen tekort: nu afspraken met 7 huisartsen waar zich zo’n 700 internationale studenten kunnen aanmelden! “

Ook zijn er lange wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg en bij Engelstalige psychologen.

Brabantse mentaliteit

Wij proberen altijd inclusief te denken. Bij onderwijswijzigingen, bijvoorbeeld door de coronatijd, denken we direct na over de impact hierop voor de studenten met beperkingen die in deze tijd examen moeten doen. Deze manier van denken zit bij veel medewerkers in hun DNA. Bij ons zijn studenten geen nummer, het is altijd maatwerk. We willen een student goed in beeld brengen, om te begrijpen wat hij of zij nodig heeft. Ik denk dat de Brabantse mentaliteit meespeelt.

Informatievoorziening voor studenten met een ondersteuningsvraag

Wij vinden het belangrijk dat studenten de weg weten. Vooral instromers hebben extra zorg nodig. We geven hen voorlichting zodat ze zich sneller bij ons melden. Met posters op de campus en in de grote studentenflats maken we hen wegwijs met ook een QR-code die ze kunnen scannen. Hiermee vinden ze op de website alle benodigde informatie. Studenten moeten ook zelf verantwoordelijkheid voelen voor hun eigen proces. We ‘pamperen’ niet, maar blijven wel betrokken. Als we niets horen van een kwetsbare student, nemen we toch zelf contact op.

Elkaars kracht kennen

Ons team bestaat uit vijf mensen. We weten van elkaar bij welk type student iemand het beste aansluit. We kennen elkaars kracht. Zo heeft onze expert fysieke beperkingen een verpleegkundige achtergrond. Ieder maandagochtend overleggen we met de studentendecanen, en eens in de maand met de onderwijscoördinatoren. Er zijn veel tussentijdse overlegmomenten en we voeren consultatiegesprekken met studentenpsychologen waarbij we een casus schetsen zonder namen te noemen.

Collegiaal leren

Leren doen we met het hele team op tal van manieren. Intern, maar ook delen we kennis met andere universiteiten. Ik ben betrokken bij het Trimbos-instituut. In het kader van Studentenwelzijn heb ik aandacht en interesse in het voorkomen van alcohol- en drugsproblemen bij studenten. Via diverse kennisplatforms leer ik veel, maar ik zou graag vaker nóg gerichtere scholing willen. De werkdruk is groot. Het zoeken naar momenten voor professionalisering is moeilijk en schiet er vaak bij in.

Mijn advies aan onderwijsprofessionals

Ik heb in mijn spreekkamer een bordje staan dat je moet opletten dat je vanuit vriendelijkheid en warmte werkt. Dat adviseer ik ook altijd anderen: probeer een proactieve houding te hebben en geduldig te zijn. Vraag goed door, want vaak komt het echte verhaal pas als de student de deurklink al in de hand heeft. Daarom sluit ik een telefoongesprek altijd af met de mededeling dat ik de student nog een mail stuur. Negen van de tien keer krijg ik vervolgens via de mail nog vervolgvragen.

‘Niet altijd een 10’

Mijn motto is: ‘het leven is een zeven’. Ik bedoel daarmee dat het niet altijd een 10 kan zijn, soms is het zelfs een dikke onvoldoende. Als het echter gemiddeld een 7 is, dan zit het goed. Ik probeer de studenten te leren relativeren. Mijn doel is dat ze na hun afstuderen kunnen terugkijken op een geslaagde en leerzame studententijd. Dat studenten met een ondersteuningsbehoefte gewoon op kunnen gaan in het geheel.”

Deel ook jouw verhaal!

Ervaar jij ook belemmeringen tijdens je studie door jouw functiebeperking of extra ondersteuningsvraag? Wij zijn benieuwd naar jouw verhaal. Via onderstaande button vind je de vragenlijst als input voor jouw verhaal. Samen met jou maken wij daarvan een ervaringsverhaal met impact!

Gerelateerde items

Werken en leren op afstand studenten en medewerkers met gehoorbeperking

‘Zoeken van de balans in denken en doen en helpen vanuit de creatieve slag’

Studeren met een functiebeperking is onderdeel van de instellingstoets

‘Trek je mond open en blijf dat doen. Laat jezelf zien!’

Inclusief onderwijs: verantwoordelijk voor elkaar én ieder ook voor zichzelf