‘Vaak omschrijf ik mijn functie als moed geven

Portret hogeschool de Driestar te Gouda over inclusief onderwijs

Foto van Marry Biemond

08 juli 2021

Marry Biemond werkte 43 jaar aan hogeschool de Driestar te Gouda, een onderwijspoot van Driestar-educatief. Na veertig jaar als docente Sociale Wetenschappen/Pedagogiek was zij de afgelopen drie jaar verantwoordelijk voor de portefeuille ‘studeren met een functiebeperking’. Inmiddels is Marry met pensioen.

Beleidsaanpak voor borging van inclusief onderwijs

Marry vertelt: “Wij hebben als kleine hogeschool veel directe contacten met veel verschillende betrokkenen. Vanuit het decanaat, waarin we in eerste instantie decanen hebben voor studenten met functiebeperkingen, is er naast contact met studieloopbaanbegeleiders en docenten ook regelmatig overleg met het College van Bestuur en het Management Team. We staan in nauw contact met vertrouwenspersonen en individuele begeleiders; die laatste taak heb ik trouwens zelf ook. Elk jaar proberen we vanuit een persoonlijk praatje de visie op inclusief onderwijs weer op het netvlies te krijgen. Vaak via het aankaarten van een specifiek thema dat we met (verplichte) scholing verder uitwerken.

Ondersteuning van onderwijsprofessionals en studenten met een functiebeperking of ondersteuningsvraag

Ik vind het heerlijk dat ik ook concreet zelf met studenten om de tafel mag om te zoeken naar oplossingen. Daarbij merk ik dat heel vaak de persoonlijke aandacht voor de student en het inleven in diens situatie heel belangrijk is. Vaak omschrijf ik mijn functie als ‘moed geven’, omdat ze dat het meest nodig hebben. Daarbij speelt onze christelijke identiteit een wezenlijke rol. Verder spreek ik natuurlijk vaak collega’s aan, al of niet via de examencommissie, als het gaat om aanpassingen van het studieprogramma voor een student.

In het begin van mijn loopbaan was ik samen met een adjunct-directeur een beetje het natuurlijke aanspreekpunt voor studenten ‘in nood’. Daar is eigenlijk vanzelf een officiële functie uit voortgekomen met de invoering van de WGB rond 2003. De laatste jaren is het decanaat op onze hogeschool flink uitgebreid, mede door toenemende vragen van studenten.

Vooral voor de eerstejaarsstudenten is het toch vaak nog een zoektocht – ondanks al onze voorlichting ‘live’ én digitaal én op papier, om te weten bij wie ze moeten zijn voor ondersteuning. De studieloopbaanbegeleider is daarom een spilfiguur voor doorverwijzing naar de juiste professional.

Veel voorkomende ondersteuningsvragen

De meeste studenten die bij mij komen, hebben een functiebeperking; daarbij zijn psychische problemen oververtegenwoordigd. Omdat ik ook individueel begeleider ben, ondersteun ik ook studenten die in de thuissituatie heel moeilijk zitten en soms ook mantelzorger zijn. Ons beleid is er met name op gericht om met de student zelf alles af te stemmen. Alleen in noodsituaties nemen we contact op met de ouders. We helpen dan soms ook om extern gespecialiseerde organisaties te benaderen. Psychische problematiek in de brede zin van het woord is op onze hogeschool het meest belemmerend.

Knelpunten bij ondersteuningsvragen

Grootste probleem waar we als decanaat tegenaan lopen, zijn studenten die niet tot studeren komen. Bijvoorbeeld door enorm uitstelgedrag vanwege onbepaalde redenen. Een collega is gepromoveerd op uitstelgedrag bij studenten en biedt hiervoor specifieke trainingen aan. Bij welke benadering je ook toepast, blijft het lastig om een duurzaam effect te zien.

Tips voor studenten

Aan studenten wil ik meegeven: blijf niet zelf in een kringetje rondlopen met al je vragen; we zijn er voor je en vinden het nóóit gek of ‘zwak’ als je komt – integendeel! Het is dapper, en het begin van herstel, als je kunt aangeven dat je hulp nodig hebt.

Tips voor onderwijsprofessionals

De individuele en persoonsgerichte benadering is mijns inziens toch altijd weer het beste en niet in één benadering te vangen. Als voorbeeld: ik begeleidde een student die een grote achterstand had, maar die ik door mijn ‘onpedagogische’ benadering ineens keihard aan het werk kreeg. Tijdens ons eerste gesprek blies deze student hoog van de toren, dat hij in z’n laatste studiejaar wel alles even bij zou werken wat er nog open stond van de vorige jaren. Mij ontviel toen: ‘Dat lukt je natuurlijk nooit!’ Maar tot mijn grote verbazing haalde hij in dat laatste jaar echt alles in, en kon zijn diploma in ontvangst nemen. Toen ik vroeg hoe bij hem de knop was omgegaan, gaf hij aan dat hij het niet kon hebben dat ik niet geloofde dat hij dat kon. Het werd voor hem een erezaak om te laten zien dat hij dit wél kon presteren.

Ideaalbeeld van inclusief onderwijs

Een persoonlijke benadering van elke student, waarbij de studieloopbaanbegeleider ook echt belangstelling voor de student heeft, blijft voor mij het meest wezenlijke. De meeste van mijn collega’s hébben zo’n hart voor studenten, maar door de drukte en stress van alle werk kan dat lastig zijn.”

NB: Onder studeren met een ondersteuningsvraag verstaan we studenten die belemmeringen ondervinden vanwege een functiebeperking, chronische ziekte, psychische klachten, zwangerschap, jong ouderschap, gendertransitie of bijzondere familieomstandigheden zoals mantelzorg.

Gerelateerde items

‘Zoeken van de balans in denken en doen en helpen vanuit de creatieve slag’

Studeren met een functiebeperking is onderdeel van de instellingstoets