Impact intentieverklaring VN-verdrag op onderwijs TU/e

Studenten in gesprek met rector over tips en tops

Afbeelding VN-verdrag met logo TU/e

08 september 2021

De voertaal tijdens het interview was Engels. Daarom is dit artikel in het Engels geschreven. Hieronder vind je de Nederlandse vertaling van het artikel.

Sinds de ondertekening van de intentieverklaring in 2020 heeft de TU Eindhoven (TU/e) verschillende stappen gezet om het onderwijs inclusiever te maken. Frank Baaijens, rector TU/e, ging in gesprek met studenten Ari en Julie over de ontwikkelingen op de universiteit rondom inclusief onderwijs. Beide studenten hebben een functiebeperking en delen graag hun ervaringen met de rector. Marit Schreurs en Ellen van Veen schoven namens ECIO aan en vatten het gesprek samen in dit artikel.

Inclusief onderwijs = onderwijs voor iedereen

Baaijens: “Ik denk dat we als instelling de plicht hebben om onderwijs te faciliteren voor iedereen die bekwaam is om te studeren aan de universiteit.” Echter, het faciliteren van sommige studenten met een functiebeperking vraagt om bepaalde expertise, die niet aanwezig is op de universiteit. Dit is niet altijd makkelijk. Het is ingewikkeld om een grens te trekken tussen wat de universiteit wel en niet kan doen. TU Eindhoven werkt aan meer helderheid over wat wel en niet mogelijk is binnen de universiteit.

Welke stappen zijn er gezet sinds de ondertekening van de intentieverklaring?

“We hebben vandaag de dag een actief beleid ontwikkeld en we werken nu aan een implementatieplan,” licht Baaijens toe. Studenten worden hierbij betrokken via een adviescommissie. Ari en Julie zijn beiden lid van deze commissie. Daarnaast heeft de universiteit meer aandacht besteed aan de toegankelijkheid van de website en het harmoniseren van faciliteiten op de verschillende faculteiten. Julie voegt hieraan toe dat ze vindt dat de informatievoorziening voor eerstejaarsstudenten erg is verbeterd. Julie: “Ik heb het gevoel dat we al grote stappen hebben gezet.”

Verbeterpunten voor inclusief onderwijs

De studenten zien ook verschillende verbeterpunten. Ari vertelt dat studenten vaak het gevoel hebben dat ze continu moeten bewijzen dat ze een beperking hebben. “Op het moment dat je het erg zwaar hebt, moet je gesprekken voeren met veel verschillende mensen en zorgen dat je een diagnose krijgt als je deze nog niet hebt.” Als internationale student ervoer Ari dat het nog ingewikkelder is omdat eerst het Nederlandse systeem begrepen moest worden. Voor studenten met psychische problemen zijn er vaak lange wachtlijsten bij de studentpsychologen of externe zorgaanbieders. Het niet op tijd krijgen van de juiste hulp kan leiden tot studievertraging. Volgens Ari zou de universiteit ondersteuning moeten bieden aan de studenten tijdens het gehele proces, dus ook voordat ze de juiste professionele hulp krijgen. Julie stelt voor dat studenten, die wachten op de juiste hulp, maandelijkse gesprekken hebben met de studieadviseur om te bespreken hoe het met ze gaat. Daarbij is het goed om internationale studenten te ondersteunen bij het bekend worden met het Nederlandse zorgsysteem.

Peer-to-peer ondersteuning

Naast de hulp van de universiteit is de steun van medestudenten erg effectief, volgens Baaijens. Daarom is hij blij om te horen over Lighthouse, een studenteninitiatief opgezet door Ari en twee medestudenten. Ari vertelt: “We willen een centraal punt zijn voor mentale welzijn met het creëren van een omgeving waarbij ervaringsdeskundigen andere studenten helpen.”

” Ik vind dit een prachtig initiatief. Zulke studenteninitiatieven reiken ons als bestuur veel ideeën toe die we proberen te implementeren. ” – Frank Baaijens

Bewustzijn over het belang van inclusief onderwijs

Julie wijst erop dat docenten een belangrijke rol spelen. “Luisteren naar de studenten is, denk ik, het meest belangrijke.” Ari voegt toe dat sommige studenten het gevoel hebben dat docenten er niet op vertrouwen dat de studenten weten wat voor hen het beste werkt. Sommige docenten verwachten dat studenten zoeken naar een makkelijke uitweg. Hierdoor is het moeilijk voor studenten om open te zijn over hun problemen. Toch is het belangrijk dat studenten dit wel zijn, zodat de docenten hier rekening mee kunnen houden. Meer bewustzijn onder docenten kan er dus voor zorgen dat de drempel om hulp te vragen verlaagd wordt. “Misschien wordt dit bewustzijn gecreëerd als studenten met een beperking hun ervaringen delen tijdens een jaarlijkse trainingsdag voor docenten,” stelt Julie voor. Baaijens is het hiermee eens. “Het is jullie verhaal en dat heeft impact.”

Veel positieve ervaringen

Aan het eind van het gesprek willen beide studenten benadrukken dat ze ook veel positieve ervaringen hebben op de universiteit. Vooral in vergelijking met instellingen uit andere landen heeft TU Eindhoven al grote stappen gezet. “Ik ben erg blij om dat te horen. Ik denk dat we goed op weg zijn. Voorheen hadden we nog geen specifiek plan en nu wel. Dit is al een grote stap vooruit,” concludeert Baaijens.

NB: onder studenten met een ondersteuningsvraag verstaan we studenten die belemmeringen ondervinden vanwege een functiebeperking, chronische ziekte, psychische klachten, zwangerschap, jong ouderschap, gendertransitie of bijzondere familieomstandigheden zoals mantelzorg.

Gerelateerde items